Duitsers en Polen ruziën over historie

Duitsland wil politica Erika Steinbach benoemen in het bestuur van een gedenkcentrum voor oorlogsontheemden. Tot ongenoegen van Polen.

Ze zaten gisteravond samen in Hamburg aan tafel. Maar het diner van Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Poolse premier Donald Tusk werd overschaduwd door een zaak die beide staatslieden niet loslaat: het gedenken van oorlogsontheemden.

Merkel en Tusk waren uitgenodigd voor een culinair treffen dat Hamburg organiseert voor prominenten die de Hanzestad vriendelijk zijn gezind. Een feestmaal dus – maar de conversatie had deels een explosieve lading. Het lot van ontheemden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog heeft vaker tot hooglopende Duits-Poolse ruzies geleid.

Aanleiding voor de huidige fricties is de mogelijke benoeming van de omstreden Duitse politica Erika Steinbach in de stichtingsraad van het nieuwe centrum voor vlucht, ontheemding en verzoening in Berlijn. Over Steinbachs benoeming is ook gisteravond geen officieel besluit gevallen. De kwestie zal, aldus Merkel, „in de geest van verzoening en goed nabuurschap” worden opgelost. Voor Steinbach is dat „geen bemoedigend signaal”, zo werd gisteravond in politiek Berlijn opgemerkt.

De gedenkplaats voor ontheemding is een beruchte Duits-Poolse twistappel. Dit centrum-in-oprichting moet in het Duitslandhuis in de Berlijnse wijk Kreuzberg komen. Lange en taaie onderhandelingen zijn aan de besluitvorming voorafgegaan. Vorig jaar werd een moeizaam compromis bereikt.

Nu dreigt alles in de war te worden gegooid door de mogelijke benoeming van Erika Steinbach, die vooral in Polen controverses oproept. „Steinbach zal voor ons altijd een dissonant blijven”, zei de Poolse premier Tusk deze week.

Erika Steinbach (65) is Bondsdaglid voor de christen-democratische CDU, de partij van bondskanselier Merkel. Ze is voorzitster van de Bond van Ontheemden, een organisatie die zich bekommert om het lot van de vele Duitse verdrevenen en hun nazaten. Steinbach is de dochter van een Luftwaffe-sergeant, die in 1941 naar het door de Duitsers bezette Polen werd overgeplaatst.

Zijn gezin bleef daar tot 1945 wonen, maar moest in de nadagen van de oorlog vluchten voor de oprukkende Sovjettroepen. Steinbach behoort niet tot de ‘klassieke’ ontheemden, zoals bijvoorbeeld de honderdduizenden Duitsers die na de oorlog werden verdreven uit Silezië, een historische streek die nu voornamelijk Pools is, maar lang Duits was.

Voor de Duitsers is Steinbach door haar functie en uitgesproken opvattingen hét gezicht van de Duitse ontheemden. Maar voor de Polen deugt ze niet. Naar hun mening was haar vader een bezetter. „Willen mensen die hier generaties hebben gewoond, echt worden geïdentificeerd met iemand die, zoals Steinbach, met Hitler in ons land kwam en met Hitler vluchten moest”, vroeg de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, Radoslaw Sikorski, zich af.

Steinbach stemde in 1991 in de Bondsdag tegen erkenning van de officiële Duits-Poolse grens. Als voorzitster van de ontheemdenbond heeft ze jegens Polen nimmer een blad voor de mond genomen. Ze is niet tot verzoening geneigd en slaagt er keer op keer in de breekbare Duits-Poolse relaties op scherp te zetten.

Als lid van de stichtingsraad van het nieuwe centrum voor ontheemding is Steinbach voor Polen onacceptabel. De gedenkplaats moet vlucht en verdrijving in een brede historische context plaatsen. Een eerder plan ervoor, afkomstig van Steinbach, werd door Polen onderuitgehaald omdat het de Duitsers te veel als slachtoffers zou neerzetten, en niet als daders. Uiteindelijk luidde het compromis dat het centrum niet alleen Duitse verdrevenen zou herdenken, maar ontheemding in Europa als thema zou hebben. In de stichtingsraad zouden behalve Duitsers ook Polen, Tsjechen en Hongaren komen.

In en na de Tweede Wereldoorlog zijn miljoenen mensen in Midden-Europa uit hun vaderland verdreven; een humanitaire catastrofe. De eersten die zich aan verdrijving schuldig maakten, waren de nazi’s. Zij dwongen Polen, Tsjechen en Hongaren onder vaak verschrikkelijke omstandigheden huis en haard te verlaten. Op hun beurt werden van 1945 tot 1950 miljoenen Duitsers uit hun woongebieden verdreven. Velen hebben het niet overleefd.

Voor bondskanselier Merkel is de mogelijke benoeming van Steinbach een politiek mijnenveld. Ze kan eigenlijk niet om haar heen. Steinbach geniet niet alleen steun van de rechtervleugel van de CDU, maar is ook populair bij de Duitse bevolking.

De oppositie in de Bondsdag, die tegen Steinbach ageert, maant Merkel tot spoed. In de hoop dat ze onder tijdsdruk fouten maakt. De bondskanselier heeft laten weten dat ze nog wel „enkele dagen” nodig heeft om in „de geest van verzoening” te kunnen handelen. Steinbach zei deze week dat ze zich „in de steek gelaten” voelt. Merkel heeft anders dan voorheen nog geen moeite gedaan die woorden te ontkrachten.