Dokter test te vaak lui op oog

Carolyn Czoski-Murray stelt dat vanuit gezondheidseconomisch perspectief een lui oog geen groot probleem vormt. Tevens stelt zij dat kinderen die erg slecht zien, toch wel bij de oogarts terecht komen. De Nederlandse Vereniging van Orthoptisten wil deze uitspraken in een ander perspectief plaatsen. Bij de beroepskeuze kan een lui oog een groot probleem zijn, bijvoorbeeld dat iemand geen vrachtwagenchauffeur, chirurg of piloot kan worden. Daarnaast verhoogt het hebben van een lui oog de kans op slechtziendheid op oudere leeftijd. Kinderen die slecht zien, komen wel bij de orthoptist terecht, maar aan kinderen die een lui oog hebben, merken de ouders niets. Door regelmatig onderzoek door de jeugdgezondheidszorg wordt een lui oog vroegtijdig onderkend en kan de behandeling op tijd starten. Een lui oog kan door orthoptisten alleen succesvol behandeld worden tijdens de kinderjaren. Een tijdige en goede rechtstreekse verwijzing naar de orthoptist door de jeugdgezondheidszorg en huisarts is hiervoor noodzakelijk.Het artikel wekt de indruk dat het kind zeven keer alleen op een lui oog getest wordt. Dit is onjuist, juist in het eerste levensjaar wordt er ook naar andere oogheelkundige afwijkingen gekeken. Terecht is de vraag hoe vaak een screening dient plaats te vinden om redelijkerwijs een optimaal aantal luie ogen te onderkennen. Hier zal echter verder wetenschappelijk onderzoek naar gedaan dienen te worden.