Bommel

Er is wrijving tussen Amsterdam en Rotterdam over het Marten Toonder Museum. Toonder is in Rotterdam geboren en getogen, bovendien speelt de stad Rommeldam een grote rol in het leven van Heer Bommel, en dus willen ze het daar hebben. De Stichting het Toonder Auteursrecht heeft ook al een locatie: het oude raadhuis van Hillegersberg, een leegstaande villa gebouwd in 1884. Amsterdam laat als de museumstad van Nederland ook aanspraken gelden. Terecht. De Amsterdammers weten hoe ze een museum moeten bouwen. Kijk maar naar het Rijks en het Stedelijk, al jaren in volle aanbouw. Bovendien verwacht de Stichting per jaar ongeveer 150.000 bezoekers. Voor de hoofdstad een goede gelegenheid om er wat hoogwaardige horeca in de buurt neer te zetten. Volgens de Stichting zijn alle opties nog open.

Wie is Heer Bommel? Weten alle geletterde Nederlanders dat nog? Voor het geval dat niet zo mocht zijn, geef ik een beknopt signalement. Heer Bommel is een heer van stand, die op het Slot Bommelstein woont. Daar wordt hij verzorgd door zijn trouwe bediende Joost en vaak ontvangt hij bezoek van zijn beste vriend Tom Poes. Samen beleven ze het ene spannende avontuur na het andere. Marten Toonder heeft dit leven in stripverhalen vastgelegd. Die zijn eerst in de NRC verschenen en worden sinds 2006 door De Bezige Bij onder de titel Avonturen van Tom Poes in boekvorm uitgegeven. Toonder heeft deze verstandige kat dus als zijn held beschouwd met Bommel als een belangrijke sidekick. Maar zo kan het gaan als je aan een oeuvre schrijft: de personages wisselen gaandeweg van plaats.

Voor mij in ieder geval is Bommel onmiskenbaar de hoofdfiguur. Een aandoenlijk personage eigenlijk. Een Heer met een lange stamboom. Hij voelt zich verheven boven de gewone man, is naïef-avontuurlijk aangelegd, ook een beetje een parvenu maar in zijn beste ogenblikken een beer met een hart van goud. Dat blijkt het best uit een verhaal dat ik hier eens heb naverteld, maar al zo lang geleden dat ik het nog eens doe.

Niet ver van Slot Bommelstein ligt het Donkere Bomen Bos, waar gevaarlijke draken wonen, de Zwelbasten. Die hebben een merkwaardige eigenschap: in rustige doen hebben ze een menselijk formaat, als ze somber zijn worden ze nog kleiner, maar als ze op roof gaan, dan groeien ze tot gigantische proporties. Op een boswandeling komt Bommel zo’n Zwelbast tegen. Die heet Zwelg. Ze raken in gesprek en Bommel laat zich ontvallen dat hij diep in zijn hart ook een rover is. Weet je wat, zegt Zwelg, we gaan samen iemand uitschudden. Ze stellen zich verdekt op. Daar komt de kruidenier Grootgrut, een schaap, met zijn handel. De rovers springen tevoorschijn en doen wat ze van plan waren.

Grootgrut heeft Bommel herkend. Hij waarschuwt commissaris Bulle Bas. De Heer van stand en Zwelg worden gearresteerd. Bommel wordt wegens verzachtende omstandigheden al vlug vrijgelaten. Zwelg blijft achter de tralies. Het toeval komt te hulp. Er arriveert een circus. De slimme oplichter Hiep Hieper denkt dat de belangstelling flink gestimuleerd zal worden als er een echte draak in de piste verschijnt. Hij zoekt contact met commissaris Bulle Bas en burgemeester Dickerdack. Ze worden het vlug eens: Zwelg wordt verkocht aan Hieper.

Apotheose. Zwelg verschijnt in het circus. De eigenaar heeft een zweepje. Allee, roept hij, vertoon je kunstjes. Maar Zwelg is gekrompen tot een larf. In zijn immense droefheid laat hij zich alles welgevallen. Het publiek begint te morren.

In Bommelstein zit Bommel, gemarteld door zijn geweten. Hij kan het niet meer verdragen, snelt naar het circus. Zwelg herkent zijn vriend, hij zwelt op tot een gigantisch ondier, blaast de hele circustent omver en samen vertrekken ze naar het Donkere Bomen Bos. Daar stelt Zwelg voor dat ze samen een roverij beginnen. Bommel schudt droevig zijn hoofd. Nee. Ik ben geen rover, ik ben een heer. Wat is een heer? vraagt Zwelg. Dat is moeilijk uit te leggen. Een heer hoort in ieder geval niet tot het stoofjesvolk. Zo ongeveer eindigt het.

In vrijwel alle verhalen is Bommel de deftige avonturier die door zijn onbezonnenheid het drama in beweging zet. Dan komt Poes, de kleine protagonist van het gezond verstand, hem redden. De Avonturen hebben geen boodschap, wel een moraal. Ik vraag me af of die door de kinderen en de nieuwe grote mensen van vandaag nog wel begrepen wordt. In de games gaat het er vooral om, zoveel mogelijk vijanden neer te paffen. Dat is een kwestie van vakmanschap, handigheid. Ik vind dat dit museum er moet komen, waar dan ook. Maar zoals dat met een museum gaat: je bekijkt er een afgesloten verleden.