Bologna

Neptunus verheft zich boven het Piazza Maggiore, hij bewaakt Bologna. Naakt en indrukwekkend is zijn lichaam, hij is geen jongen meer, hij is een rijpe man. Op de hoeken van zijn fontein storten meerminnen water uit hun bronzen borsten. Hun gezichten zijn gesluierd met ijspegels.

„Vandaag doen we een spiraalwandeling”, zegt man. Op de stadsplattegrond tekende hij een route die in steeds wijdere kringen om Neptunus heen wervelt, eerst rechtsom, en later linksom en weer later terug. Bepaalde brede straten kruisen we meermaals: de Via Ugo Bassi, de Via dell’Indipendenza, en natuurlijk de Strada Maggiore. Ze doorklieven schuins de stad, alsof iemand veronderstelde een taart aan te snijden. Vaste punten, zoals de Due Torri, twee scheve torens van middeleeuwse baksteen, komen herhaaldelijk in beeld, telkens bij verrassing en telkens magnifiek.

Onder de vrieshemel onderscheiden licht en schaduw zich scherp. De zon ketst tegen de hoge gebeeldhouwde gevels met de sierlijke vensters met hun verschoten markiezen. De elegante galerijen, die de meeste straten flankeren, vangen het zonlicht op hun okerkleurige zuilen. Ze behoeden de voetgangers voor de auto’s, die zich haastig voorbij wringen.

Heren met hoed en dure jas kuieren arm in arm voorbij. Studenten – er zijn er duizenden, de jongens met paardestaart, de meiden met gsm – hebben haast.

Ik niet. Ik treuzel, bij etalages, bij poortjes met doorkijkjes, en op het intieme plein van Galvani. Hij is er zelf ook, op een voetstuk, in een marmeren kuitbroek. Zullen we even die kerk in? „Kom op, zo gaat het niet”, maant man. „Maar ik zie allemaal dingen die ik niet verwachtte.” „Dat is de bedoeling.”

Mans wandelspiraal dwingt ons hoeken om te slaan en bijna onzichtbare steegjes te kiezen. Ze leiden naar kleine pleinen en wijzen de weg naar smalle steile straten. Daar blinken rijen scooters of hebben krappe winkels fruit uitgestald, vis, bloemen of chocolade.

Hé, we steken weer de Via dell’Indipendenza over, volgen een langgerekte bocht. Uit het het gebouw van de opera klinken toonladders op een vleugel. De stem van een tenor vouwt zich om Piazza Verdi heen.

Wijder cirkelen we nu, linksom, rechtsom. De pleinen hebben perken in het midden, de straten zijn rustiger, de galerijen zo stil dat voetstappen zich laten horen. Ik verlies mezelf in de stad. Deze route is een gezegend dwaalspoor, met richting als een idée fixe en elk doel als het goede doel.

Neptunus. Hij was het doel, hoe kon ik hem vergeten. Hij wenkt me met wild geheven arm.

12 km. Rondwandeling door het centrum van Bologna met als begin- en eindpunt het Piazza di Nettuno, grenzend aan het Piazza Maggiore.