Beursgraadmeter zoekt rust

De AEX wordt dinsdag weer herzien. Nog minder invloed van financiële fondsen en iets meer stabiliteit. De kritiek op de wijze waarop de index wordt samengesteld, blijft.

De halfjaarlijkse carrousel van beursgraadmeter AEX heeft dinsdag weer plaats. Het is een procedure die door analisten met enige scepsis wordt bekeken. Veel invloed heeft het dit jaar niet op de index, die in rustiger vaarwater lijkt te komen wat betreft de inhoudelijke kant: de invloed van de financiële fondsen is tot een minimum teruggebracht en er worden dit keer geen bedrijven opgenomen zonder ‘trackrecord’.

Er worden dinsdag twee bedrijven in de index opgenomen – baggeraar Boskalis Westminster en luchtvaartmaatschappij Air France-KLM. Eruit gaan Fortis en uitzender USG People.

Het zijn geen bedrijven die het hoofd van beleggers op hol zullen brengen. Integendeel, het zijn bedrijven die wellicht een indicatie zijn van wat de belegger de komende jaren wil: wat meer rust en stabiliteit. Het zijn in ieder geval geen „soepbedrijven” zoals analist Tom Muller van zakenbank Theodoor Gilissen ze noemt.

Met deze omschrijving verwijst Muller naar de ondernemingen die enkele jaren geleden plots opdoken in de beursgraadmeter. In de jaren van de internethype wisten bedrijven als Baan, UPC, KPNQwest en Versatel het hoogste podium te bereiken. Ze maakten geen winst, bestonden vaak pas kort en hadden geen wortels in de Nederlandse economie. Maar in de AEX kwamen ze wel. Dat kon – en kan nog steeds – omdat de handel in een aandeel het belangrijkste criterium is bij de opstelling van de AEX. „De Nederlandse beurs kende weinig standvastigheid doordat dit soort soepbedrijven in de index kwamen. De index kende idiote uitslagen. Beleggers werden door de beurs op het verkeerde been gezet door deze idioterie.”

Bedrijven als deze zijn inmiddels verdwenen, maar dat een overspannen sfeer rond een bedrijf of sector nog altijd voor rare ontwikkelingen kan leiden blijkt wel uit het feit dat de index liefst drie vastgoedfondsen kent: Corio, Unibail-Rodamco en Wereldhave, Een uitvloeisel van de onroerend goed luchtbel van de afgelopen jaren, maar in ieder geval redelijk stabiele ondernemingen.

Bij een nieuwe luchtbel of hype is er niets dat een nieuwe instroom van een bepaald soort bedrijven in de weg staat. De Nederlandse index geeft dan ook geen goed beeld van de lokale economie, stelt ook Sep van de Voort, macro-econoom en strateeg bij SNS Securities. „De beurs is geen weerspiegeling van de Nederlandse economie.” De Amsterdamse beurs is uniek is dit opzicht, in geen enkel land is het criterium van handel in een bedrijf zo belangrijk. In andere landen als Duitsland en de VS zijn kapitalisatie en leiderschap in een sector criteria waarop de index wordt ingedeeld. De Amsterdamse beurs lijkt niet voornemens de toelatingeisen te veranderen. Wellicht omdat het anders grote bedrijven zou kwijtraken en haar internationale positie zou wegsmelten. Want dan zou onder meer een groot staalconcern Arcelor Mittal niet in de AEX-index staan, het heeft in Nederland immers niet eens een fabriek. Als de Nederlandse beurs meer internationale toelatingseisen zou hanteren zouden er veel meer dienstverleners in de index zitten en wellicht nog een bouwbedrijf.

Maar toch wordt de AEX een wat stabielere index. Niet alleen door het ontbreken dit jaar van de entree van modegevoelige bedrijven, maar ook door de exit van Fortis. De voorheen Belgisch-Nederlandse bank en verzekeraar was een grote onruststoker het afgelopen jaar, waarin het bijna omviel en door de Belgische en Nederlandse overheden moest worden gered via nationalisatie.

Met de exit van Fortis wordt er bovendien weer een nieuwe stap gezet in de aftocht van de financials. Tot voor kort domineerden zij de beursvloer. Met de hoge weging van ABN Amro, Fortis, ING en Aegon bepaalde de financiële sector soms meer dan 30 procent van de index. De relatief hoge weging van banken en verzekeraars maakte de AEX-index kwetsbaar, zeker toen afgelopen jaar de kredietcrisis echt goed uitbrak en de financiële fondsen hard daalden.

Hoe anders is het nu. ING en Aegon zijn de overgebleven partijen met een weging die waarschijnlijk in totaal zal uitkomen onder de 10 procent, een uitvloeisel van de enorme koersdalingen. „De financiële waarden waren voor de crisis een stabiele factor. Dat feest is voorbij”, zegt Van de Voort. En dat feest komt ook niet terug, verwacht analist Muller. „We krijgen daardoor nu een normalere index, we zijn minder kwetsbaar.”

Dat is een positief teken in een tijd dat beurzen nog altijd zeer volatiel zijn. De AEX-index begon 2009 bijvoorbeeld iets onder de 250 punten en sloot gisteren op 219,81 punten, na zelfs even onder de 215 punten te hebben gestaan. Dat is het niveau dat de AEX ook eind 1995 had.

De kans dat de beurs binnenkort een veel beter rendement zal laten zien lijkt niet groot, zeker niet nu de onzekerheid rond banken en verzekeraars blijft voorduren. Lichtpuntjes zijn er wel, zegt beleggingsstrateeg Ineke Valke van Theodoor Gilissen. „We zullen eind 2009 hoger staan dan nu, maar de weg erheen zal zeer volatiel zijn.”