16de-eeuws kanon laat revolutie in Brits scheepsgeschut zien

Het geschut van de Britse marine onderging tijdens de regeerperiode van koningin Elizabeth I (1558-1603) een technologische omwenteling. Dat blijkt uit recente tests met het afgietsel van een 16de-eeuws scheepskanon. De proef is uitgevoerd door de universiteit van Oxford in samenwerking met de BBC. Onderzoeksleider was archeoloog Mensun Bound.

In 1977 vond een visser in de wateren rond het Kanaaleiland Alderney een oud scheepswrak. Het bleek een Engels oorlogsschip te zijn dat daar in 1592 op een rif was gelopen. Vorig jaar zijn twee van de 12 kanonnen geborgen; de rest is onder water gefotografeerd. Tot voor kort was zestiende-eeuws Brits scheepsgeschut alleen bekend van de Mary Rose, het vlaggenschip van Hendrik VIII dat in 1545 tot zinken werd gebracht door de Franse marine. Het was bewapend met een allegaartje bronzen kanonnen van verschillend type en kaliber.

Het boordgeschut van het Alderney-schip laat enkele technische vernieuwingen zien. De kanonnen zijn van gietijzer, ze zijn alle van hetzelfde type (minion) en ze verschoten hetzelfde kaliber massieve ijzeren projectielen, waarvan een voorraad aan boord was. Het zijn voorladers met een loop van 2 meter. De speelruimte tussen de binnenkant van de loop en het projectiel is 9 millimeter, een optimum tussen wrijving en verlies aan vuurkracht. Bij de vuurtests bleek dat de kanonnen een bereik hadden van 1 zeemijl en dat de projectielen bij een gevechtsafstand tot honderd meter door eiken scheepswanden drongen. Onder Elizabeth I moest Engeland zich teweerstellen tegen Spaanse invasiepogingen en als eilandnatie gaf het voorrang aan de vloot. Aan het einde van de 16de eeuw werden de oorlogsschepen uitgerust met identieke kanonnen. Door die standaardisering kon een geschutsbatterij in serie worden afgevuurd, wat een vernietigende uitwerking had op vijandelijke schepen. Gietijzeren kanonnen hadden de voorkeur. Weliswaar sprongen ze eerder dan sterker bronzen geschut – en doodden dan de kanonniers – maar ze waren veel goedkoper en aan de grondstof was geen gebrek. Tegen het eind van Elizabeths regeerperiode werden ze op grote schaal geproduceerd door Engelse gieterijen. Dirk Vlasblom