Winkelcentrum is ook een toeristische attractie

De dreigende beperking van de koopzondag stuit in Den Haag op veel verzet. De boekhandel wordt desnoods islamitisch, want dan is zondag een werkdag.

Het gebied rond station Den Haag Hollands Spoor wordt gekenmerkt door hoge gebouwen en drukke wegen. Een van de blikvangers is winkelcentrum MegaStores. De omgeving oogt niet bepaald als een toeristische trekpleister. André Heemskerk, centrummanager van MegaStores, reageert geprikkeld. „Wij hebben hier 90.000 vierkante meter aan winkels, het is een van de grootste overdekte winkelcentra van Europa!” Hij bedoelt maar: MegaStores is op zichzelf al een toeristische attractie. Niet in traditionele zin, maar mensen gaan er voor hun plezier heen. Oók op zondag.

Misbruik van de toeristische bepaling in de Wet op de winkeltijden is voor het kabinet een van de belangrijkste motieven om het aantal koopzondagen te beperken. Gemeenten zullen beter moeten beargumenteren waarom een gebied toeristisch is. Lukt dat niet, dan mogen winkels nog maar één zondag in de maand open zijn.

Scheveningen is evident een toeristische plek, maar de binnenstad? Het stadsbestuur twijfelt of het kabinet een beroep op de toeristische bepaling accepteert, zegt een woordvoerder van de gemeente. Voorzitter van de Binnenstad Ondernemers Federatie, Eric van den Elshout, vreest geen inperking van de koopzondagen in de binnenstad. „Het centrum van Den Haag is een groot openluchtmuseum.” Ook de regionale Kamer van Koophandel en het mkb zijn tegen inperking van de koopzondagen. Het centrale argument van de zondaglobby luidt: winkels zijn niet verplicht om open te gaan op zondag, en de mensen zijn niet verplicht om te gaan winkelen.

Als de gemeente al twijfels heeft bij de binnenstad, dan wordt het voor MegaStores helemaal lastig om aan te tonen dat het een toeristische bestemming is. Een halvering van de huidige 23 koopzondagen dreigt. Op de zondagen wordt zo’n 20 procent van de weekomzet binnengehaald, schat André Heemskerk. Een beperking van het aantal koopzondagen zal MegaStores volgens hem omzet kosten, met als gevolg verlies van werkgelegenheid.

Daar is ook de wethouder van economische zaken, Henk Kool (PvdA), bang voor. Hij ageert fel tegen de „onzalige plannen” van „moeder Maria” – minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken, CDA). Kool vreest een omzetderving van een kleine 5 procent voor de binnenstad van Den Haag als de winkels terug moeten naar twaalf koopzondagen per jaar. Volgens de wethouder gaat het, vooral voor laagopgeleiden, banen kosten. Niet verstandig in een tijd van economische neergang, meent Kool.

De SP-fractie in de gemeenteraad is een van de weinige voorstanders van een zondagsluiting in het Haagse centrum. Niet vanwege de zondagsrust – het argument van veel christelijke partijen – maar omdat de kleine ondernemer de dupe is van de koopzondagen. Die heeft immers „niet de middelen om extra personeel aan te nemen”, zegt raadslid Tymen Colijn. En dus moet de kleine zelfstandige ook zijn enige vrije dag opofferen.

Sommige ondernemers komen alvast met creatieve oplossingen. Fabian Paagman, eigenaar van de gelijknamige boekhandel op de Frederik Hendriklaan, zegt zijn winkel tot de islam te bekeren als die niet meer elke zondag open mag zijn. In de islam is dat namelijk een gewone werkdag. Wel zal Paagman in dat geval een andere dag in de week dicht moeten. „Het doel heiligt de middelen”, zegt Paagman. Net als veel andere winkeliers haalt hij een groot deel van zijn weekomzet op de zondag binnen. En dat wil hij niet missen.