'We zijn niet goed genoeg'

Nederland moet meer investeren in kennis, vindt Philips-topman Gerard Kleisterlee, die lid is van het Innovatieplatform. ‘De economische basis wordt te zwak.’

Nederland investeert te weinig in kennis. Daardoor loopt Nederland investeringen en kennisbanen mis. Bezuinig niet in een tijd van economische recessie. Er is extra reden juist geld uit te trekken voor kennis. Dat levert welvaart en nieuwe werkgelegenheid op.

De boodschap van Philips-topman Gerard Kleisterlee aan het kabinet is niet mis te verstaan. Vandaag presenteerde hij namens het Innovatieplatform de Kennisinvesteringsagenda 2006-2016. De conclusie stemt hem zorgelijk. Nederland loopt achter.

Wat is het probleem?

„We raken achterop. Concurrerende landen zoals de VS, Duitsland, Finland, Zweden en Canada investeren momenteel, in tijden van crisis, juist fors extra in onderwijs, onderzoek en innovatie en in ondernemerschap. Onze uitgangspositie is goed, qua strategische ligging, qua wetenschapscultuur. Maar het is niet goed genoeg. De investeringen in onderzoek en ontwikkeling ten opzichte van het bruto binnenlands product staan sinds 2000 vrijwel op nul. Alle andere Europese landen groeien. Dat maakt ons kwetsbaar.”

Wat is de oorzaak?

„Het heeft te maken met de samenstelling van de Nederlandse economie. We zijn vooral een diensteneconomie. Een kleine, open economie die sterk afhankelijk is van internationale handel. En in de dienstensector vindt weinig hoogwaardig onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten plaats. In de Scandinavische landen en Duitsland is het aandeel van hoogwaardige industrie en technologie veel sterker.”

In welk opzicht maakt dat Nederland kwetsbaar?

„De economische basis wordt te zwak. We zijn daardoor ook onvoldoende aantrekkelijk voor interessante buitenlandse investeerders. Nu dreigen door de economische crisis de hoogwaardige technologiebedrijven, die Nederland heeft, ook nog te besparen op hun onderzoeksafdelingen. Als dat gebeurt, raken we verder achterop. Zelfs een stadsstaat als Singapore, dat als dienstencentrum bedrijven ziet vertrekken omdat het te duur wordt, constateert dat enkel handel en financiële dienstverlening een te smalle basis van een economie vormen.”

Wat betekent dat voor Nederland?

„Singapore heeft recent een heldere keus gemaakt: 21 procent van het bruto binnenlands product móet uit industrie bestaan. Daarin wordt geïnvesteerd, ondanks de crisis. Een land moet een harde industrie hebben, die krachtig innoveert. Dat geldt ook voor Nederland. Het kabinet staat in deze crisis voor een zware opgave om passende maatregelen te nemen. Wij adviseren op korte termijn de geplande investeringen in kennis en onderzoek en ontwikkeling overeind te houden. Bezuinig hier niet op, maar investeer juist ambitieus. Zorg dat de beroepsbevolking hoger wordt opgeleid. Voer een gerichte industriepolitiek in op sleutelgebieden. Stimuleer testlocaties op zee voor de bouw van windmolens voor windenergie. De economische crisis maakt extra duidelijk hoe kwetsbaar we zijn als het niet lukt om tempo te maken bij het realiseren van vernieuwende projecten. Die zijn de motor voor innovatie, voor werkgelegenheid en onze welvaart.”