Voorzichtige veilinghuizen

Verwachtingsvol en ook een beetje angstig keek de kunstwereld deze week naar Parijs, naar de driedaagse veiling van de collectie van Yves Saint Laurent. Zou de economische stemming de als ‘veiling van de eeuw’ geafficheerde verkoop bederven?

De Christie’s-veiling zorgde voor een ongekende reeks van records. Niet alleen werden topprijzen geboden voor werken van Matisse (36 miljoen) en Brancusi (29 miljoen), zelfs de leunstoel van de modekoning, een door Eileen Gray ontworpen fauteuil, bracht een fortuin op: bijna 22 miljoen euro.

Hoe moet deze recordkunstveiling worden geduid? De laatste maanden slibden de kunstpagina’s immers vol met sombere berichten over slinkende volumes, omzetdalingen en saneringen. Kan de kunstmarkt zich nu vol goede moed voorbereiden op de TEFAF, of is sprake van een incident, een glorieuze nabrander die weinig zegt over het marktsentiment?

Vermoedelijk is deze veiling een weinig betrouwbare graadmeter voor het klimaat op de kunstmarkt. Yves Saint Laurent en zijn partner Pierre Bergé hadden een kunstcollectie van exceptionele kwaliteit bijeengebracht en voor topkwaliteit bestaat altijd een markt, recessie of niet.

Ook de herkomst van deze collectie speelde waarschijnlijk een rol. Vorige week stonden liefhebbers bij het Grand Palais uren in de rij om bij de kijkdagen een glimp van de collectie van Yves Saint Laurent op te vangen. Voor menig miljardair zal het een kick zijn om een stukje van de modekoning in huis te halen.

Ten slotte is deze veiling wereldwijd in tijdschriften en met tentoonstellingen onder de aandacht gebracht. Een goed gecoverd relletje over twee bronzen beelden uit de verzameling die door de Chinese regering werden geclaimd, hield de veiling in het nieuws.

Al deze factoren tezamen zorgden voor een hype „waarin geen enkele prijs gek meer is”, zoals een ervaren handelaar het eerder deze week omschreef. En dan kan het gebeuren dat twee verzamelaars op een designstoel blijven doorbieden, ook als elk teken naar de veilingmeester het fauteuil een half miljoen euro duurder maakt.

De eerste grote veilingen van dit jaar in Londen en New York geven meer inzicht in het marktsentiment. De resultaten van de februariveilingen van impressionistische, moderne en hedendaagse kunst vielen zeker niet tegen. Weinig lots bleven onverkocht en niet zelden werden richtprijzen ruim overschreden. Soms waren er zelfs uitschieters die herinneringen opriepen aan het recente verleden. Zo werd bij Sotheby’s in Londen voor een postuum gegoten ballerinabeeldje van Edgar Degas liefst 19 miljoen dollar betaald.

De markt toonde zich opvallend veerkrachtig; van het gevreesde fiasco was beslist geen sprake. Maar daar moet onmiddellijk bij worden aangetekend dat Christie’s en Sotheby’s hun beleid duidelijk hadden aangepast. De veilinghuizen speelden op zeker door een beperkt aanbod met gevestigde namen te presenteren en de taxatiewaardes laag te houden.

Waren een jaar geleden bij de Londense veilingen voor moderne kunst richtprijzen boven de 10 miljoen dollar nog heel gewoon, nu was een groot doek van Lucio Fontana met een richtprijs van 7,2 tot 10,2 miljoen dollar het duurste kunstwerk van de ‘evening sale’ bij Sotheby’s op 5 februari.

Christie’s bood in Londen doeken aan van Mark Rothko en Francis Bacon, de meest gewilde schilders van de afgelopen jaren. Maar die grote namen bleken geen garantie voor hoge prijzen. Sterker nog, op deze doeken – die zeker niet tot de hoogtepunten van beider oeuvres kunnen worden gerekend, maar die niettemin vele miljoenen moesten opleveren – werd helemaal niet geboden.

Veelzeggend is ook de totale februari-omzet van Christie’s en Sotheby’s in Londen. Een jaar geleden jaar werd in die periode voor bijna 700 miljoen dollar aan kunst verkocht. Deze maand stokte de teller net boven de 200 miljoen.

Nee, geen ineenstorting. Maar na de prijshysterie van de afgelopen jaren is beslist sprake van een stevige correctie. Behoudend taxeren lijkt het recept voor succes. Of topkwaliteit aanbieden met een fantastische pedigree.