Van Buitenen kwam, zag, maar overwon fraude niet

Paul van Buitenen doet niet meer mee aan de verkiezingen voor het Europarlement.

Hij voerde er toch nooit het woord en stemde vaak blanco.

In totaal 349.156 Nederlanders gaven op 10 juni 2004 bij de verkiezingen voor het Europees Parlement hun stem aan de partij Europa Transparant van Paul van Buitenen. Hij kreeg daarmee 7,3 procent van de stemmen en kon dus met zijn partij 2 van de 27 voor Nederland gereserveerde parlementszetels bezetten.

De grote populariteit voor Van Buitenen was vijf jaar geleden dé verrassing van de verkiezingen. Zijn winst dankte hij aan enkele jaren daarvoor, toen hij als Europees ambtenaar fraudepraktijken openbaarde bij de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU. Achteraf gezien was zijn verkiezingszege ook een voorbode van wat zich een klein jaar later zou voltrekken: toen stemde een ruime meerderheid van de Nederlanders in een referendum tegen de Europese Grondwet en gaf daarmee te kennen weinig op te hebben met de wijze waarop het ‘Europese project’ zich voltrok.

Paul van Buitenen stopt ermee. Dat wil zeggen: hoogstwaarschijnlijk. Wegens gebrek aan medestanders en dus aan succes. „Ik wil geen Don Quichotte worden”, zegt hij. Zijn doel was het gebrek aan adequate controlemechanismen en de daardoor volgens hem welig tierende fraudepraktijken binnen de Europese Unie aan de orde te stellen. Maar in het Parlement werd dat steeds meer een eenzame strijd: Paul van Buitenen tegen de rest. „Hij is een vriendelijke, innemende man van zeer goede wil, maar niet iemand die de parlementaire procedures goed heeft begrepen”, zegt collega-Europarlementariër Jan Mulder (VVD), die net als Van Buitenen zitting heeft in de budgetcontrolecommissie van het Parlement.

Die commissie vormt het hart van de werkzaamheden van Van Buitenen. Aan andere activiteiten van het Parlement heeft hij geen boodschap. Dat heeft hij van het begin af aan altijd zo gezegd: het ging hem slechts om de wijze waarop het Europese apparaat functioneert. En hoewel in 2004 ongetwijfeld veel eurosceptici op hem hebben gestemd, is van Buitenen zelf geen anti-Europeaan. „We hebben de Unie nodig, ik beschouw Europa als een roeping”, zegt hij, ook nu nog. Omdat Europa geen heldere keuze maakt over hoe het zich moet ontwikkelen, is volgens hem een duister midden ontstaan, waar verantwoordelijkheden zoekraken – en dus ook veel Europese gelden.

Zijn beperkte taakopvatting heeft ertoe geleid dat Van Buitenen afgezien van zijn activiteiten in de budgetcommissie voor de rest in het werk van het Europees Parlement nauwelijks zichtbaar is geweest. In de nu bijna vijf jaar dat hij in het Parlement zit voerde hij niet meer dan tien keer het woord in de plenaire vergadering.

Dan ging het in nagenoeg alle gevallen over fraudebestrijding. Een onderzoek van het Instituut voor Politiek en Publiek bracht aan het licht dat Van Buitenen vorig jaar bij de plenaire bijeenkomsten van het Parlement van alle Nederlanders het meest afwezige lid was. Áls hij meedoet aan stemmingen, is het meestal blanco. Tenzij het gaat over zijn aandachtsgebied. Of over Israël. Daarover heeft de diepovertuigde christen Van Buitenen eveneens een uitgesproken mening. „Heeft de EU vorige maand ten tijde van de Gaza-oorlog Israël ten onrechte beschuldigd van het bombarderen van een school en is de Unie dientengevolge bereid excuses aan te bieden?” luidt een van Van Buitenens meest recente vragen.

Wat is het nettoresultaat geweest van de activiteiten van de voormalige klokkenluider van de Europese Commissie? Zelf denkt hij „inzichtelijk” te hebben gemaakt hoe zaken in Europa werken. Of liever gezegd, hoe ze níét werken. Zoals het Europese fraudebestrijdingsbureau OLAF dat hij permanent onder vuur nam. Van Buitenen: „Nooit is tegen mij gezegd dat het niet klopte wat ik beweerde. Er werden andere argumenten gebruikt, zoals dat het verhaal al bekend was of dat de zaak al eens onderzocht was.” Medecommissielid Jan Mulder ziet het anders: „Dan kwam hij weer met een boekwerk van 200 pagina’s met aanwijzingen dat bepaalde dingen niet klopten. Daar heb ik niets aan. Ik wil harde bewijzen.”

Nu is het dan „einde oefening” zegt Van Buitenen in een verklaring, begin deze week. Tenzij, „Gods hand” voor 16 april alsnog ingrijpt, precies één week voordat hij zich moet melden voor de Kiesraad om zich kandidaat te stellen. Die ingreep zou eruit kunnen bestaan dat Van Buitenen alsnog zijn gelijk krijgt in het Europees Parlement. Maar dan nog zal God moeten laten weten dat Hij het gebed van Van Buitenen heeft gehoord. Hoe? Dat zal Van Buitenen laten weten als het werkelijk zover is gekomen.