Vaderfiguur wordt plotseling de beste schansspringer

Wolfgang Loitzl maakt op latere leeftijd naam in een sport waar faam fluïde is.

Hij won pas in zijn 223ste wereldbekerwedstrijd.

Schansspringer Wolfgang Loitzl is geen wonderlijk mens, wel een wonderlijke sportman.

In een wereld waar faam nogal fluïde is, houdt de 29-jarige Oostenrijker al elf jaar stand. En tot dit jaar zonder ook maar één overwinning. Maar sinds de routinier op Nieuwjaarsdag, bij zijn 223ste wereldbekerwedstrijd, in Garmisch-Partenkirchen voor het eerst zegevierde, lijkt hij vleugels te hebben gekregen.

Loitzl won achtereenvolgens ook in Innsbruck en Bischofshofen en daarmee de prestigieuze Vierschansentoernee. Vervolgens won hij in Zakopane en werd hij vorige week in Liberec wereldkampioen op de kleine schans. Mocht Loitzl vandaag ook de wereldtitel op de grote schans veroveren, dan is hij de vijfde dubbelkampioen in de geschiedenis. De Noor Björn Wirkola (1966), de Rus Gari Napalkov (1970), de Oost-Duitser Hans-Georg Aschenbach (1974) en de Pool Adam Malysz (2003) deden hem dat voor.

Het merkwaardige verloop van zijn loopbaan is moeilijk te verklaren, tenzij een ander skimerk voor een ommekeer heeft gezorgd. Loitzl veranderde voor de vijfde keer in zijn loopbaan van ski’s; sinds dit seizoen heten de wonderlatten Atomic.

Een aannemelijker argument voor de herleving van Loitzl is zijn veranderde topsporthouding. Nadat Loitzl drie jaar geleden was gepasseerd voor de Olympische Spelen van Turijn, besloot hij zijn teleurstelling om te zetten in een ontspannen aanpak. Sindsdien móét hij niet langer vanaf een schans naar beneden vliegen, maar doet hij dat alleen nog uit liefde voor de sport. Loitzl had na ‘Turijn’ ook kunnen stoppen, maar dat vond de liefhebber een stap te ver.

Zijn nieuwe attitude betaalde zich onmiddellijk uit met verbeterde resultaten. Loitzl won weliswaar nog niet, maar nam wel een abonnement op toptienklasseringen; bijna geen schansspringer die de laatste jaren constanter presteert dan Loitzl. En plotseling leidden zijn vorderingen dit jaar tot overwinningen. Loitzl maakte het laatste stapje naar de top en presenteerde zich, samen met de Zwitser Simon Ammann, tot de voornaamste uitdager van het Oostenrijkse wonderkind Gregor Schlierenzauer. En zo kan het gebeuren dat een uitgerangeerde schansspringer over een jaar bij de Olympische Spelen van Vancouver tot de favorieten behoort.

Sporters die de bodem van hun bestaan hebben gezien, laten zich niet gauw het hoofd op hol brengen. Zo weloverwogen Loitzl drie jaar geleden besloot zijn uitzichtloze loopbaan als schansspringer toch te vervolgen, zo rustig blijft hij onder alle aandacht die nu naar hem uitgaat. Loitzl is plotseling hot in Oostenrijk, het land waarvan de inwoners pas lijken te ontdooien bij successen van wintersporters. Een aangenaam neveneffect voor de vader van twee zonen is dat hij zijn succes te gelde kan maken.

Een bepaald andere situatie dan drie jaar geleden toen Loitzl wegens tegenvallende resultaten uit de Oostenrijkse A-selectie werd gezet. Hij knokte zich via de B-selectie terug naar zijn oude niveau, maar leek bij terugkeer in de Oostenrijkse ploeg niet meer dan een vaderfiguur voor de jonge schansspringers en een betrouwbare kracht in landenwedstrijden. Want daarin was Loitzl wel altijd succesvol; hij maakte deel uit van de Oostenrijkse ploeg die tussen 2001 en 2007 viermaal wereldkampioen werd.

Nu Loitzl zich tot ’s werelds beste schansspringers mag rekenen, komt één eigenschap in het bijzonder tot zijn recht: zijn stilistische gaven. Hij staat te boek als de schansspringer met misschien wel de mooiste stijl. Tijdens de Vierschansentoernee kreeg Loitzl in Bischofshofen van alle vijf juryleden de maximale score van 20,0. En in Garmisch-Partenkirchen was niet de afstand, maar de uitvoering van de sprongen bepalend voor zijn overwinning. De Oostenrijker Loitzl is zich terdege van dat voordeel bewust.

Zijn verfijnde stijl is deels een kwestie van aanleg en deels van zijn opleiding. Zoals vele Oostenrijkse schansspringers doorliep ook Loitzl het Skigymnasium Stams, het Oostenrijkse internaat waar tal van wintersporters hun school- en sportopleiding genoten.

Toen Loitzl in 1998 wereldkampioen bij de junioren werd, leek hij bij zijn overstap naar de senioren een grote toekomst tegemoet te gaan. De werkelijkheid bleek weerbarstiger. Zijn vooruitgang stagneerde. Tot dit jaar. Loitzl schrijft zijn verlate progressie mede toe aan zijn trainer Klaus Huber, die hij als bondscoach leerde kende bij zijn degradatie naar de B-selectie. De relatie met Huber beviel Loitzl zo goed, dat hij die heeft voortgezet na zijn terugkeer in de A-selectie. Met chef-trainer Alexander Pointer verloopt de samenwerking stroever. Diens verdienste is dat hij Loitzl niet opeist, maar de begeleiding van Huber gedoogt. Een verstandige beslissing, want dit seizoen domineert Oostenrijk de schansen. Met dank aan onder anderen Loitzl, die zich op zijn ‘oude’ dag ontpopt als aanvoerder van een succesnatie.