Stoer, en toch moeder

Zwanger worden was iets voor vrouwen in overslagjurk, vond Claudia de Breij.

Toen werd ze het zelf, en besloot een boek te schrijven dat niet over ‘kindjes’ ging.

Zwanger worden? Dat is iets voor vrouw-vrouwen, vond ze. Laat staan een boek schrijven over zwangerschap. Dat ze dat zou doen leek haar even onwaarschijnlijk als dat „Daphne Deckers een boek zou schrijven over de agrarische toepassingen van de rupsband in Litouwen”.

Inmiddels is het toch zo ver. Cabaretière en radio- en tv-presentatrice Claudia de Breij (33) en haar partner Conny Kraaijveld (43) hebben een zoon gekregen, Bing (8 maanden), en sinds enkele dagen is De Breij’s eerste boek te koop: Krijg nou tieten! En andere zwangerschapsverschijnselen.

Moet dat nu, die titel, vroeg haar uitgever nog. Ja dat moest, vertelt De Breij in haar opnamestudio, gevestigd in een ruime werfkelder aan een van de Utrechtse grachten. Haar haar strak gecoiffeerd, gezicht professioneel opgemaakt – ze komt net terug van een fotoshoot.

„Ik verbaasde me over het HollyHobby-gehalte van de boeken over zwangerschap. Alsof alleen vrouwen met overslagjurken met bloemetjesmotief een kind krijgen – of liever: ‘kindje’, zoals het in die boeken wordt genoemd. Alsof mannen en wat stoerdere vrouwen geen kinderen krijgen. Ik ben nu wel opgetut als een meisje, maar ik voel me een reservevrouw. Zo’n vrouw die je pas belt als alle vrouwen op zijn. De titel geeft precies aan dat het geen beschaafd-roze-wolk-zwangerschapshandboek is, maar meer een koddig boekje.”

„En een confronterend boek”, vult ze aan. „Want ik schrijf over uitscheuren, over hoe een bevalling nu gaat. Dat lees je nooit in de boeken. Veel vrouwen doen zo belachelijk licht over een tweedegraads ruptuur. ‘Na drie dagen liep ik alweer vrolijk buiten’, zeggen ze dan.

„Echt niet.”

Krijg nou tieten! begint bij de inseminatie in het ziekenhuis en eindigt bij Week 5 t/m week 5200 (na de bevalling). Per hoofdstukje – ingedeeld in weken – beschrijft De Breij haar verbazing over allerhande zwangerschapsperikelen. Van de zwangerschaps-bh (koop gewoon een ‘beha-vergroter’ van 2,95 euro), de aanschaf van de kinderwagen (‘doe jezelf een lol en ga naar zo’n babypaleis waar ze een oefenparcours hebben’), tot aan de privé zwangerschapsyogalessen (ik ben een ‘verwende rotsnol’). De column-achtige stukjes lezen als cabaret. Je ziet haar de veelvuldige uithalen van verbazing – een paginavol AAA’s in het boek – zo op het podium uitroepen.

Toch wilde De Breij haar ‘zwangerschapsverschijnselen’ niet in het theater brengen. Ze wil allesbehalve ‘vrouwencabaret’ maken. „Maar ik wilde wel mijn verhalen kwijt. Toen ik bijna moest bevallen zei iemand tegen mij: als de bevalling begint, voelt dat alsof je ongesteld wordt. Oh! dacht ik. Toen snapte ik het pas. Waarom lees ik dat soort dingen nergens?”

De Breij schreef het op. Daarmee laat ze ook een meer persoonlijke kant van zichzelf zien, persoonlijker dan je haar op het podium of televisie ziet. Het lijken dagboekfragmenten – zij het stevig bewerkt. „Aan de reacties merk ik dat mensen het een openhartig boek vinden. Terwijl ik eigenlijk alleen de dingen heb opgeschreven die ik zelf graag had willen weten voordat ik zwanger werd. In de hoop dat anderen er nu wat aan hebben.”

Met ‘anderen’ bedoelt De Breij niet alleen vrouwen. Zeker niet. „Dit boek is misschien nog meer voor mannen bedoeld. Want ik vind dat er vrij schofterig met hen wordt omgegaan in de wereld van zwangerschap en kinderen krijgen. Dat schrijf ik op. Hoe vroedvrouwen, verloskundigen, maar ook hun zwangere vrouwen hen aan de kant zetten. Compleet negeren.”

Met een bijna vrolijk boos enthousiasme schopt De Breij ferm tegen de zwangerschapsclichés. „We hebben met z’n allen een beeld geschapen hoe het zou moeten. Zo doen we het nu eenmaal, wordt er dan gezegd. Ik geloof dat niet. ‘U moet uw kind een jaar lang borstvoeding geven. Want u wilt toch ook het beste voor uw kind.’ Ja, ik wil het beste, maar is het kind niet net zo gelukkig als het door de andere partner wordt vastgehouden en een flesje krijgt?”

„Zo adviseert minister Ab Klink zes maanden borstvoeding. Minstens. Hij moet eerst maar eens een paar weken theedoekklemmen op zijn eigen tepels zetten, dan wil ik wel naar hem luisteren. En volgens verloskundige Beatrijs Smulders zouden vrouwen een jaar lang niet moeten werken. Dat vind ik een afschuwelijk idee. Ik ken heel wat vrouwen die goed zijn opgeleid maar toch thuis zitten bij de kinderen, omdat dat zo hoort. Ze stikken in een pannenlap.”

Even later, na de boze uitval: „Eigenlijk, en dat klinkt misschien dramatisch, maar eigenlijk wil ik vooral troosten. Bemoedigen. Het is mij gelukt om een kind te krijgen, dus jullie kunnen dat zeker. Ik wil de boel een beetje lichter maken.”

Krijg nou tieten! En andere zwangerschapsverschijnselen, Claudia de Breij, uitgeverij Nieuw Amsterdam, 14,95 euro, 160 blz.