STAARTSCHILDEREN

’Hebben jullie zin om te schilderen?’ vraagt Rintje.„Schilderen?” vraagt Henriette. „De muren zien er keurig uit!”

„Dat bedoel ik niet”, zegt Rintje. „Ik wil een schilderij maken.”

„Maar ik kan helemaal niet tekenen”, zegt Henriette. „En Tobias ook niet.”

„Hoeft ook niet”, zegt Rintje. „Ik heb iets bedacht waarmee iedere hond een echt schilderij kan maken. Ik zal het even voordoen.” Hij maakt potten verf open en pakt een kwast. „Wil je deze aan mijn staart binden?” vraagt hij aan Henriette.

Als de kwast met een touwtje aan zijn staart is vastgemaakt gaat Rintje met zijn rug naar het witte vel papier staan dat hij op de muur geprikt heeft. Hij doopt zijn staart in de rode verf.

„Zeg eens iets heel leuks”, zegt hij.

„Lekkere rookworstjes!” roept Tobias.

Als Rintje dat woord hoort moet hij aan rookworst denken en zijn staart begint te kwispelen. Op het witte vel komen allemaal rode strepen en ook een cirkel.

„Deze techniek heet staartschilderen!” zegt Rintje. „En een schilderijen dat je zo maakt heet een kwispelschilderij!”

„Wij willen ook!” roepen Henriette en Tobias.

„We nemen ieder een kleur en gaan dan alle drie om de beurt schilderen”, zegt Rintje, als ze allemaal een kwast aan hun staart hebben gebonden.

Tobias neemt blauw en Henriette natuurlijk roze. Wie niet schildert moet steeds iets roepen waar degene die voor het schilderij staat van gaat kwispelen. „Koekjes! Spelen! Worstjes! Gehaktballetje! Voetballen!” En als Henriette schildert roepen Rintje en Tobias: „Wat ben je mooi, wat een leuke krullen en wat een mooie roze strik!”

Zo maken ze wel tien schilderijen. En allemaal zijn ze verschillend. „Ik vind het kunst”, zegt Tobias. „Ik heb zoiets ook wel eens in een museum gezien.”

„We kunnen ze gaan verkopen,” zegt Henriette. „Dan kunnen we van het geld heel veel leuke dingen kopen.”

„Wat zijn jullie aan het doen?” vraagt mama.

„Staartschilderen!” zegt Rintje. „Wil jij ook een keer?” Hij pakt de kwast en bindt hem aan mama’s staart. Hij prikt een vel papier wat hoger op de muur. „Welke kleur wil je?” vraagt hij.

„Blauw!” zegt mama als ze achterstevoren voor het papier staat.

„Nu moeten we een woord bedenken waar ze van gaat kwispelen”, zegt Henriette.

„Ik weet iets veel beters”, zegt Rintje. Hij loopt naar mama en geeft heeft haar een dikke zoen. Even later is mama’s schilderij ook klaar. Ze hangt het samen met de andere aan de muur. „Nu noemen we jouw kamer voortaan het kwispelschilderijenmuseum!” zegt ze.