Sonische verkenningen

Zigzaggend heeft het geluid van U2 zich in de afgelopen decennia ontwikkeld. Na twee conventionele platen is de nieuwe cd experimenteel, bulkend van de ideeën.

Aan het firmament van de popmuziek is U2 de poolster. De band schijnt helderder, standvastiger en betrouwbaarder dan ieder ander. Op U2 kun je bouwen als het gaat om solide songs, prachtige arrangementen, ongeëvenaarde stadionconcerten en hier en daar een avontuurlijke neiging.

In het hart van deze gigant sluimert tweedracht, al 32 jaar. En die draait niet om de frictie tussen de status van rockster en die van wereldverbeteraar waar zanger/orakel Bono de band mee opzadelt – al zijn er genoeg ruzies tussen Bono en de drie andere muzikanten over zijn samenwerking met niet echt rock ‘n’ roll-waardig te noemen politici als Bush en Blair.

De echte onlust binnen U2 is muzikaal-ideologisch. Hij draait om de tegenstelling tussen conventie en experiment, en hij verdeelt de band precies in tweeën: drummer Larry Mullen en bassist Adam Clayton aan de ene kant, Bono en gitarist The Edge aan de andere. De ritmesectie kiest een gedegen rockgeluid, de anderen willen sonische verkenningen doen.

Langs deze twee parameters heeft de muziek van U2 zich in de dertig jaar sinds het verschijnen van het debuut Boy in 1980 ontwikkeld, met afwisselend het laatste woord aan het duo Mullen/Clayton of aan Bono/The Edge. Zo ontstond een mooie fluctuatie: iedere experimentele sprong voorwaarts – denk aan The Unforgettable Fire (1984), Achtung Baby (1991) en Zooropa (1993) – liet zijn sporen na in de veiliger periode die erop volgde (Joshua Tree (1987), All That You Can’t Leave Behind (2000), How To Dismantle An Atomic Bomb (2004)).

In dertig jaar heeft U2 op deze manier zigzaggend het accent verlegd. Begin jaren tachtig was het geluid van U2 synoniem met pastoraal; in panoramische vergezichten schilderde priester/misthoorn Bono zijn evangelie van hoop en liefde.

Over de thematische inhoud van hun nummers, zegt de groep: „Veel muzikanten schrijven eerst liedjes over meisjes en eindigen bij liedjes over God. Bij ons ging het andersom. Wij begonnen bij God en kwamen uit bij meisjes, oftewel: we ontdekten God in het meisje.”

En dat meisje woont in de stad, al sinds Achtung Baby. Op No Line On The Horizon, de vandaag verschijnende, twaalfde cd van de band, is het stadsgevoel nog nadrukkelijker. No Line On The Horizon klinkt als een metropool, of eigenlijk: als de röntgenfoto van een metropool. Achter de gevels en onder het plaveisel ratelen metro’s door hun tunnels, suizen data langs glasvezelkabels en brommen de elektrische tandenborstels. Over deze pulserende en vibrerende onderlaag legden Bono, The Edge, Mullen en Clayton hun nummers.

No Line On The Horizon werd door de band aangekondigd als een terugkeer naar het experiment – na de conventionelere stijl van All That You Can’t Leave Behind en How To Dismantle An Atomic Bomb. Tijdens de anderhalf jaar durende sessies voor de nieuwe cd in Marokko, New York, Dublin en Londen schreef de groep zo’n vijftig nieuwe nummers. Het uiteindelijke aantal liedjes op de cd is elf. Het lijkt alsof ze alle ideeën van die vijftig tracks hebben gehandhaafd; No Line On The Horizon bulkt van de muzikale zijwegen.

Dat betekent dat de – vaak lange – nummers zwermen van motief naar motief en van instrumentale vondst naar sonisch effect.

Het experiment zit hem niet in de toevoeging van dance-ritmes of maffe elektronica. Het zit in het oprekken van de grenzen aan de muzikale informatie binnen één lied. Je weet niet alleen, maar hóórt ook dat hier door drie producers (Brian Eno, Daniel Lanois en Steve Lillywhite) en vier muzikanten tegelijkertijd in drie verschillende studioruimtes werd geknutseld, en geluid gedubd, gelaagd, gesplitst en strakgetrokken.

Die arbeid leidde in nummers als ‘Breathe’ en de single ‘Get On Your Boots’ tot een soort über-bombast die zelfs de grootste U2-fan met de tanden doet klapperen. Hier is sprake van informatie-overload.

Je kunt stellen: muzikale ideeënrijkdom

is goed, maar moet worden geschraagd door een melodie die die rijkdom aankan.

Daarvan staan er genoeg op No Line On The Horizon. Zoals de beheerste Sturm und Drang van het prachtige titelnummer. En ‘Unknown Caller’ waarin het beeld van een woestijnnacht beneveld door vuurvliegjes, wordt opgeroepen, waarna het couplet aanvangt met typerende Bono-kreten en een helder gitaarriff, het refrein zich ontvouwt als een meerstemmig militaristische spreekzang: ‘Shout it out/ Rise up/ Escape yourself,/ and gravity’, om vervolgens een barokke transformatie te ondergaan – gitaren worden hoornblazers worden klavecimbels worden orgels – waarvoor J.S.Bach zich niet had hoeven schamen.

Glorieus is ook het 7 minuut 24 durende ‘Moment Of Surrender’, met zijn couplet als van een soulballade, en de verrassende koorzang in het refrein. En ‘FEZ-Being Born’, waarin de evocatieve klankbouwsels met verwaaiende stemmen en een ritme van schurend ijzer doen denken aan de instrumentale tracks die Eno in de jaren zeventig maakte met David Bowie, op zijn platen Low, Heroes en Station To Station.

Tussen de hier verzamelde strijkers, tabla’s, blazers, orgels, drums en zweverige synthesizers is de gitaar van The Edge minder herkenbaar dan vroeger. Zijn gitaargeluid was ooit zo karakteristiek dat er sprake was van een ‘typische U2-gitaar’, waarmee men doelde op de echoënde klankwaaiers die vaak het leitmotiv van de nummers vormden.

Juist de manier waarop The Edge zijn gitaargeluid met delay-(‘uitstel’)-effecten manipuleerde, was de reden dat de muziek van U2 in de jaren tachtig werd omschreven als ‘stadionrock’. Door het gebruik van delay kreeg de groep een weids geluid dat ook in een stadion tot zijn recht komt zonder rommelig te kaatsen, zoals bij andere bands vaak gebeurt. Opvallend zijn nu juist de uiteenlopende gedaanten waarin de gitaar opduikt: vermomd als orgel, ronkend als een motor, en in ‘Moment Of Surrender’ zelfs op een manier die we van U2 niet kennen: The Edge speelt een serie glanzend uitgerekte noten, zo nadrukkelijk sentimenteel dat dit loopje uitgroeit tot het huilende zigeunerjongetje onder de gitaarsolo’s.

Op de cd staan twee sobere nummers: het van een traditional afgeleide ‘White As Snow’, en de afsluiter ‘Cedars Of Lebanon’. In dat laatste, ‘spoken word’-achtige lied, met Bono bedachtzaam voor zich uit pratend, blijkt duidelijk zijn tekstuele stijl. Hij leefde zich in voor dit nummer in het personage van een oorlogscorrespondent:

‘Yesterday I spent asleep

Woke up in my clothes in a dirty heap

Spent the night trying to make a deadline

Squeezing complicated lives into a simple headline’

Bono had voor deze plaat een aantal rollen bedacht: de journalist, een Marokkaans-Franse motoragent, een soldaat in Afganistan. Hij zingt steeds als één van hen, om, zoals hij zei, niet als zichzelf te hoeven denken, want: ‘I’m sick of being Bono’.

Soms schemeren verwijzingen naar Bono’s andere carrière, als politiek activist en onderhandelaar over het kwijtschelden van de financiële schuld van Afrika, in de teksten door. Ook deze zijn steeds verpakt in trefzeker rock ‘n’ roll-lingo: ‘Every generation has a chance to change the world(..)/ The sweetest melody is the one we haven't heard’, een verwijzing naar Obama en zijn ‘nieuwe’ generatie.

Bono is luchtig (‘I run down the road like loose electricity’), en vol zelfspot: ‘Stand up to rock stars, Napoleon in high heels/ Josephine, be careful of small men with big ideas’, uit ‘Stand Up Comedy’.

De vraag is: wie was er tijdens de opnamen

verantwoordelijk voor het experiment? Veel van de muzikale durf van U2 wordt doorgaans toegeschreven aan geluidsmagiër Brian Eno, die de band ten tijde van The Unforgettable Fire (’84) van hun hemelbestormende imago afhielp. Toch is niet helemaal duidelijk hoeveel Eno feitelijk bijdraagt. Tijdens de sessies van mijlpaal-album Achtung Baby (’91) bijvoorbeeld was Eno grotendeels afwezig. Zijn voornaamste taak was toen, zoals te lezen in de recent verschenen biografie van Brian Eno door David Sheppard (On Some Faraway Beach. The Life and Times of Brian Eno), dat hij af en toe in de Berlijnse studio langskwam en het kaf van het koren scheidde.

Dat Achtung Baby een sensationeel album werd, was vooral te danken aan co-producer Daniel Lanois. Lanois, die als producer ook werkte met The Neville Brothers en Emmylou Harris, heeft een herkenbare stijl: hij zorgt dat een band een ‘omgeving’ krijgt. Op het door hem geproduceerde Yellow Moon bijvoorbeeld van The Neville Brothers uit New Orleans, uit 1989, hóór je de bayou: de krekels, en de zwaar hangende waterdamp in de atmosfeer. Niet doordat hij moerasgeluiden in de opnamen verwerkte, maar doordat hij ze suggereerde in de instrumentaties en in de densiteit van het geluid, op dezelfde manier als hij bij U2 nu een urbane omgeving suggereert.

Waarschijnlijk heeft Eno voor No Line On The Horizon veel inbreng gehad in de opbouw van de nummers. Die opbouw is verrassend wijdlopig, zelfs een ‘typisch’ U2-nummer als Magnificent, compleet met echoënd gitaarintro en Bono-jodel, onderbreekt zichzelf voor meerdere zijwegen. Dat Eno deze vrije vorm aanmoedigt blijkt uit vergelijkend onderzoek: ook op de door Eno geproduceerde laatste cd van Coldplay – nog zo’n band die met Eno wil werken om het aangeboren gevoel voor bombast te neutraliseren – horen we de nummers lustiger meanderen dan bij het vroege Coldplay.

Zo, met behulp van drie trouwe producers (Steve Lillywhite voor de optimale weergave van de instrumenten), heeft U2 een nieuwe stijl gevonden. De uitwaaierende gitaarakkoorden van The Edge maakten plaats voor uitwaaierende composities, die op hun beurt de muziek vleugels geven. Zat bij Achtung Baby een deel van de verrassing in het rauwe en ongepolijste geluid, No Line On The Horizon verbeeldt de dynamiek en rusteloosheid van het stadse leven op een zachtaardiger manier. De vloeibare klanken van een pedalsteel, het nerveuze tikken van percussie, de broeierige orgels, de stemmenflarden, de brommende baspartijen – hoe intens ook, ze respecteren de menselijke maat.

Als het behoudende duo Larry Mullen (drums) en Adam Clayton (bas) straks de macht grijpt, zijn er voorlopig voldoende inzichten voorhanden om op voort te borduren. Met No Line On The Horizon heeft U2 zijn toekomst – weer – opengebroken.