Op Johannes Husdag naar C1000 in Noord

Buiten het centrum ziet Amsterdam mogelijkheden om de koopzondag uit te breiden. Dankzij het toeristische regime dat het kabinet juist wil inperken.

Hoeveel Nederlanders doen mee aan de viering van de Noorse moederdag of het Zweedse midzomerfeest? Antwoord: soms alle zondagse bezoekers van de Ikea in Amsterdam Zuidoost, al beseffen zij dit waarschijnlijk niet. Elke week vraagt de Amsterdamse Ikea-vestiging opnieuw toestemming om de winkel op zondag te openen met een beroep op een van de vele ‘internationale feestdagen’, van de tamelijk onbekende Scandinavische feesten tot het vermaarde Chinees Nieuwjaar en de Dag van de Arbeid.

„Wij moeten daar iedere keer formeel mee instemmen”, zegt wethouder Emile Jaensch (economische zaken, VVD) van stadsdeel Zuidoost. Nog even, want Zuidoost besloot onlangs in enkele winkelgebieden het zogeheten ‘toeristische regime’ in te voeren. Winkelcentrum Amsterdamse Poort, de Arena Boulevard en de grote winkels in de oksel van de A9, zoals Ikea, mogen voortaan altijd op zondag de deuren openen.

In stadsdeel Amsterdam Noord kan dat al langer. Tot voor kort hanteerden grootwinkelbedrijven ook hier de trukendoos om elke zondag open te mogen zijn. Zo vierde winkelketen C1000 in 2008 onder meer Thais Nieuwjaar, de Franse Grootmoederdag, het Prijzencircus van V&D en de Tsjechische Johannes Husdag. Maar sinds in december werd begonnen met een proef met het ‘toeristische regime’ zijn enkele supermarkten in Noord op zondag open.

Daarom gaat Sascha Kruishaar, die woont in stadsdeel Zeeburg, elke zondag naar de Dirk van de Broek in Noord. „Op zaterdag werk ik vaak en mijn man soms ook – dan is boodschappen doen enorm stressen in een drukke winkel. Daarom rijden we op zondag met de auto naar Noord voor de weekboodschappen. Dat is grandioos”, vertelt Kruishaar. Uit een gemeentelijke enquête bleek in december dat iets meer dan de helft van Noord en Oud-West voor een koopzondag is.

In Zeeburg zijn de winkels maar zeven zondagen per jaar open. Tot verdriet van Emrah Genco, uitbater van een van de ‘Turkse’ Genco-supermarkten in Amsterdam. „Op zondag haal ik een twee keer zo hoge omzet als door de week. Dan komen mensen tot uit Den Bosch voor mijn lamsvlees. En dan kopen de toeristen nog meer eten dan normaal”, zegt Genco. „Ik zou graag elke zondag open zijn.”

Dat moet ook kunnen, vindt gemeenteraadslid Michiel Mulder (PvdA). Hij heeft onlangs voorgesteld om de hele stad tot toeristisch gebied te verklaren. „Dat vergroot de vrijheid van de ondernemers en de consumenten. En het is goed voor de lokale economie en de werkgelegenheid.” Wethouder Lodewijk Asscher (economische zaken, PvdA) komt binnenkort met een standpunt. Hij heeft welwillend gereageerd op de initiatieven in Noord en in Zuidoost. „Door de kredietcrisis en de naderende recessie kan ik mij goed voorstellen dat u een extra impuls wilt geven aan de economie en werkgelegenheid van uw stadsdeel”, schreef Asscher onlangs.

Dat klopt, zegt stadsdeelwethouder Jaensch: „De winkels hebben aangegeven dat zij voor de zondag enkele tientallen nieuwe mensen nodig hebben. Zij willen die mensen ook zelf opleiden – belangrijk, want de werklozen hier zijn vaak niet zo goed geschoold.”

Toch moet elk gebied nog aantonen een toeristische trekpleister te zijn. Noord hamert op de jaarlijkse komst van 70.000 campingbezoekers en een miljoen recreanten in Waterland. Zuidoost wijst op acht miljoen bezoekers, onder meer van Arena en Mediamarkt. Jaensch: „En dan moet de Music Dome nog worden gebouwd.”