Op afstand in een weerbarstig, ondoordringbaar land

Hans van der Lugt: Geketende democratie. Japan achter de schermen. Prometheus/NRC Handelsblad, 224 blz. € 17,95

Een dikke tien jaar lang – van 1995 tot 2006 – was Hans van der Lugt voor deze krant correspondent in Japan. Een periode die zijn vertrouwen in dit ogenschijnlijk meest westerse Aziatische land een flinke knauw gaf, getuige het uiterst kritische boek Geketende democratie. Japan achter de schermen. Onder het vernis van technologische vooruitgang, hippe jeugdmode en (pop)cultuur, gaat volgens de auteur een ander Japan schuil. Het is een Japan waarin de traditionele, vooroorlogse maatschappelijke ordening onder dekking van schijndemocratie gewoon voortduurt.

Van der Lugt beschrijft zijn leven in Japan als ‘beklemmend’. Dit terwijl hij terdege beseft dat hij zich heeft kunnen onttrekken aan allerlei vormen van maatschappelijke druk waaraan de gemiddelde Japanner blootstaat. De druk, bijvoorbeeld, om onbetaald overwerk te verrichten – soms met karoshi, dood door overwerk, tot gevolg. Hoe boeiend het land ook is, teleurstellingen hebben Van der Lugt opgebroken. Telkens wanneer hij weer bericht had over veranderingen die op til waren, bleek het optimisme ongegrond. De Japanse werkelijkheid bleek weerbarstig en vaak ondoordringbaar.

De frustratie van Van der Lugt is niet simpelweg persoonlijk onbehagen. De wijze waarop in Japan nieuwsmedia opereren moet elke journalist het bloed onder de nagels vandaan halen. Ministeries, gerechtshoven, politie en het bijna hermetisch afgeschermde keizershuis reguleren de media zo dat van ‘vrije pers’ nauwelijks sprake lijkt. Dat gaat onder meer door het selectief toekennen van persaccreditaties, waarbij vooral weinig kritische junior journalisten van de binnenlandse media in de prijzen vallen. Deze journalisten houden niet kantoor op de redactie, maar in het gebouw van de instantie waarover ze verslag moeten doen – een merkwaardige symbiotische relatie. Van der Lugt bezocht persconferenties waar journalisten de door een ministerie voorbereide vragen voorlazen, waarna de minister in kwestie verveeld het voorgedrukte antwoord reciteerde. Dat is geen journalistiek, dat is Kabuki- theater. Als buitenlandse journalist heeft Van der Lugt zich deels aan dit systeem kunnen onttrekken, maar wel met het onvermijdelijke gevolg dat hij op nog grotere afstand kon worden gehouden dan zijn Japanse collegae.

Van der Lugt beargumenteert overtuigend dat Japan, dat door de Amerikanen na de Tweede Wereldoorlog democratie kreeg opgedrongen, nog steeds een land is waarin het collectief boven het individu gaat, waarin het volk buigt voor de elite, oppositie weinig speelruimte krijgt, en kiezers door de eeuwig regerende Liberaal Democratische Partij gepaaid worden met een systeem van werk verschaffende projecten. Een land ook waar het keizershuis boven kritiek verheven is en nationalisme weer in opkomst is; waar de pers aan de leiband loopt, waar de politie corrupt is en waar de schaduwmacht (de ambtenarij) meer te zeggen heeft dan de volksvertegenwoordiging. Dit staaft Van der Lugt met interviews, anekdotes en soms ontluisterende blikken achter de schermen.

Toch is Geketende democratie geen geslaagd boek. Je merkt dat de auteur moeite heeft gehad met de overstap van het behapbare krantenartikel naar de langere boekvorm. Een boek vereist – althans: wanneer het geen bundeling losse verhalen betreft – een dwingende samenhang en structuur. Het structureren van het materiaal is Van der Lugt niet goed afgegaan. Daardoor doet het boek warrig aan, en is er geregeld sprake van storende doublures. Het maakt Geketende democratie tot een deskundig boek, dat door vormgebreken alleen goed te verstouwen zal zijn indien de lezer een fikse dosis kennishonger meebrengt.