Nationaliseren of niet

Het woord hing deze week weer in de lucht: nationalisatie. Bank-verzekeraar ING lag op de beurs zwaar onder vuur doordat beleggers twijfelden over de rentebetaling op eeuwigdurende obligaties die de instelling heeft uitstaan. Reden was niet zozeer de angst dat ING geen geld zou hebben om die rente te betalen. De zorg behelsde de status van deze leningen áls het concern zou worden genationaliseerd.

Die onzekerheid is zeker niet exclusief Nederlands. In de Verenigde Staten zweeft het N-woord eveneens boven de markt. Giganten als Citibank en Bank of America waren daar het onderwerp van speculaties op dit gebied, hetgeen zowel de president van de centrale bank als president Obama ertoe noopte te bezweren dat het er niet van zal komen. In Groot-Brittannië komt de jongste reddingsoperatie voor Royal Bank of Scotland (RBS) intussen neer op een verdere uitbreiding van het belang van de staat in die bank, die nu voor het overgrote deel in handen is van de overheid.

De ironie wil overigens dat de Nederlandse staat deze RBS, mede dankzij de vorig jaar overgenomen activiteiten van ABN Amro, als nieuwe huisbankier heeft uitgekozen. Een Britse semi-staatsbank doet nu dus de financiële zaken van de Nederlandse overheid.

De discussie over nationalisatie van de financiële sector woedt intussen hevig. Een van de belangrijkste vragen daarbij is in hoeverre er duidelijkheid is over de verliezen en potentiële verliezen in de bancaire sector. De gewraakte complexe beleggingen zijn op papier dan al flink afgeschreven. Maar het zicht op hun werkelijke waarde is nog steeds troebel. Er is voor veel van deze activa geen markt. De prijs moet dus strikt theoretisch worden bepaald. De verliezen kunnen mede daardoor nog veel verder oplopen. Bij de verliezen door de kredietcrisis komen nu bovendien ook de verliezen die door de economische crisis worden geleden.

De meeste overheden zijn inmiddels overgegaan op kapitaalinjecties en een variant van een garantiesysteem voor probleembanken, waarbij de staat het grootste deel van mogelijke bancaire verliezen voor zijn rekening neemt. De deelname van overheden in het bancaire kapitaal loopt zo op.

De term ‘nationalisatie’ wordt echter om ideologische en praktische redenen vermeden. Vooral om praktische redenen: als beleggers eenmaal vermoeden dat nationalisatie een reële kans maakt, wordt een bank vanzelf in de richting van dat lot gespeculeerd. Zie ING in de afgelopen week.

Het nationaliseren van banken is ook anderszins geen wenselijke optie. Banken zijn veel groter en complexer geworden dan ze in het verleden waren. Het is maar de vraag of de staat de volledige risico’s wel kan dragen en of de overheid beter kan bankieren dan de markt.

Toch moet onder de huidige omstandigheden met alles rekening worden gehouden. Een bredere discussie is vereist. Beslissingen over nationalisatie worden per definitie onder enorme druk en met zeer weinig tijd genomen. Het debat moet, al is het theoretisch, daarom vooraf worden gevoerd.