Met gemak word je iemand anders

Als je open staat, goed kijkt en luistert kun je jezelf inleven in de ander, hoe asociaal of gestoord ook. Dat deed Marlene van Niekerk, aldus collega Otten.

In 2002 reisde ik rechtstreeks vanuit Detroit in de Verenigde Staten door naar Stellenbosch in Zuid Afrika. In Amerika had ik onderzoek gedaan in de arme zwarte wijken (als voorbereiding voor mijn roman De Laatste Dichters). In Zuid Afrika belandde ik voornamelijk in de keurige rijke blanke universiteitsstadjes (Stellenbosch, Potchefstroom, Bloemfontein), waar ik op uitnodiging van de Nederlandse Taalunie voordrachten hield voor studenten en docenten Nederlandse taalkunde. In Detroit was het winter en vroor het tien graden; in Zuid Afrika waagde je je zonder sunblock de deur niet uit. En toch sloten die twee werelden naadloos op elkaar aan. In beide heerste, hoewel niet officieel, raciale apartheid. De ene wereld leek het diapositief van de andere.

Marlene van Niekerk is behalve schrijfster, ook docent creatief schrijven aan de universiteit van Stellenbosch. Ik heb haar helaas toentertijd niet ontmoet. Triomf, haar romandebuut uit 1994, het jaar van de eerste vrije verkiezingen in Zuid Afrika, speelt in een allesbehalve keurige gemeenschap. Triomf is een wijk voor arme blanken. Ooit woonden er ‘kaffers’, zwarten, maar die werden begin jaren zestig met bulldozers, honden en geweren door de regering verjaagd om ruimte te maken voor mensen als de Benades, de hoofdpersonen uit het boek van Van Niekerk. Asociale blanken zonder enige opleiding of beschaving, zonder perspectief op fatsoenlijk werk, of een betere toekomst: de twee broers Treppie en Pop, hun zuster Mol en haar moeilijke ‘onechte’ kind Lambert.

Het verhaal speelt in 1994. Iedereen herinnert zich de emotioneel geladen zege van Nelson Mandela. Ook de Benades in hun krappe stinkende huisje met prefabwanden – aan het einde van het boek. ‘Die kunnen tenminste dansen en zingen. Zelfs die ouwe Mandela deed mee,’ denkt Mol.

Het hele boek door voel je de spanning van de dreigende zwarte overwinning op de achtergrond. Je voelt de angst van de Benades voor nog meer tegenslag in hun toch al armzalige, smerige en gewelddadige leven. En toch is de echte tijdbom onder het bestaan van de Benades niet de nieuwe zwarte regering; dat is de incest die ze voortdurend met elkaar plegen, broers met hun zuster, moeder met zoon, zoon met moeder. Neuken totdat je er van onderen kapot aan gaat, zeg maar. Neuken als konijnen, of honden waarvan de Benades er zelf ook twee hebben: Toby en Gertie, die als volwaardige personages een bijna even grote rol spelen in het verhaal als de Benades.

Wanneer Lambert aan het einde van het verhaal eindelijk ontdekt dat hij het misbakken product van zijn moeder en oom Pop is slaat hij niet alleen zijn biologische vader maar ook het huisje in puin. Pop is dood. Treppie murw. Lambert zit onder de pillen in een rolstoel. En Mol heeft alleen een paar armzalige herinneringen waar ze vreugde uit kan peuren. Wat een miserabele teringzooi.

Waarom zou je dit in godsnaam willen lezen?

Omdat de taal in Triomf overrompelend en prachtig is en een statement op zichzelf. Die taal is rauw, hard, grof, plat en tegelijkertijd poëtisch en rijk. ‘Had hij zichzelf maar voor zijn rotkop geschoten, en hun erbij, een voor een. Dan waren hun problemen in een keer opgelost geweest. En dan was die hele verdomde geschiedenis met stront en darmen en een rokende loop geëindigd, dan had het tenminste een perfecte Zuid-Afrikaanse familiemoord geleken. En was iedereen tevreden geweest. Gewone mensen die op een gewone manier creperen om de rest van het schorriemorrie een plezier te doen.’

Van Niekerk woonde een paar jaar in Triomf. Je kunt erover twisten of dit boek echt in ‘hun’ taal is geschreven en of het ‘hun’ leefwereld goed weergeeft. Ik heb zomaar het gevoel van wel. En daarom zegt Triomf en de manier waarop het verhaal van de Benades verteld wordt zoveel over het begrip identiteit in het algemeen, en de identiteit van arme blanke Zuid- Afrikanen in het bijzonder.

Als auteur weet Van Niekerk tot white trash te transformeren, zich hun taal of wat er voor doorgaat toe te eigenen en om te zetten in pure literatuur. En daarmee doet ze (bewust of onbewust) een uitspraak over (raciale) identiteit. Die is namelijk hybride. Zo gemakkelijk kun je iemand anders zijn, lijkt Van Niekerk te willen zeggen. Of in ieder geval kun je jezelf inleven in de ander, die proberen te begrijpen, hoe asociaal of gestoord die ander ook is. Als je maar open staat en goed kijkt en luistert. Wat Van Niekerk doet kan alleen in een roman; ze dringt door in de ziel van haar personages. ‘En als ze dan iemand een gele roos uit het mandje aangaf, […] dan had ze het gevoel dat ze zich volledig gaf. Het beste van haarzelf dat ze aan de buitenwereld kon laten zien, aan de heren met de witte boordjes en de opgedirkte wijven aan hun arm. Dat eigene waarvan ze kon zeggen: Ik ben oke!’

Triomf gaat in de eerste plaats over armoede en onderontwikkeling en wat een gettomentaliteit kan doen met mensen, met hun zelfbeeld, het beeld dat ze van anderen hebben. Aan het einde van de roman heeft Mol er wel vrede mee dat de ‘kaffers’ het voor het zeggen hebben, lijkt het. ‘Aan de overkant wonen nu zwarte mensen. Moet kunnen toch? Ze planten alleen mais op het voetpad. Treppie vindt het een hartstikke goeie ontwikkeling.’ Net zo gemakkelijk.

Dit was de laatste bijdrage over ‘Triomf’. Op nrcboeken.nl/leesclub wordt doorgediscussieerd. Volgende week begint de Leesclub aan ‘De kinderen van Gabalawi’ van Nagieb Mahfoez.