Man voor marmer

Als je maar oud genoeg wordt, raak je vanzelf vergeten, althans door het grote publiek. Op het laatst ben je nog maar een stipje aan de horizon, dat pas wordt opgemerkt als het er opeens niet meer is.

Het gebeurde dezer dagen met Dick de Zeeuw, die op 85-jarige leeftijd stierf. Hij was in de jaren zeventig een bekende progressieve politicus, onder meer voorzitter van de Katholieke Volkspartij (KVP). Hij wilde die partij omvormen tot een partij die ook openstond voor niet-christenen, maar dat lukte niet. Daarna deed hij een mislukte poging een nieuwe partij op te richten en werd vervolgens lid van de PvdA.

Ik kan me De Zeeuw, landbouwwetenschapper van beroep, nog goed herinneren als een rustige, fatsoenlijke, goed formulerende politicus. Een van de weinige politici naar wie ik altijd graag luisterde. Hij werd regelmatig geïnterviewd door de grote kranten, de Volkskrant voorop – dezelfde kranten die deze week minimaal aandacht besteedden aan zijn dood.

Ik had hem allang uit het oog verloren, toen ik vorig jaar opeens op een verrassende manier weer met hem geconfronteerd werd. Hij was de hoofdgast in De Wandeling, het interviewprogramma van Hella van der Wijst bij de KRO-tv. Uiterlijk was hij nogal veranderd, maar zijn verbale vermogen was onaangetast.

De Zeeuw bleek een man met een groot geheim. Al die jaren dat hij in de politiek actief was geweest, had hij erover gezwegen. Wat hij had meegemaakt, ging niemand wat aan, hij wilde niet omkijken, hij wilde dóór – voor hem de enige manier om op de been te blijven.

Hij vertelde Hella van der Wijst dat de ommekeer in 1982 was gekomen, toen zijn vrouw hem meenam naar Sophie’s Choice, de speelfilm naar het boek van William Styron. Daarin moet een Joodse vrouw (Meryl Streep) in het vernietigingskamp kiezen tussen de dood van haar zoon of dochter.

„Toen ik na afloop in de auto terugkeerde, kwamen de tranen”, zei De Zeeuw. „Ik heb een half uur gehuild. Eindelijk wilde ik, na 40 jaar, praten.”

Hij bleek al die jaren een compleet oorlogsverleden verzwegen te hebben – geen verleden als misdadiger, maar als verzetsman en kampslachtoffer. Hij verzette zich al als 18-jarige tegen de uitsluiting van Joodse studenten door de Duitse bezetter, probeerde Nederland te ontvluchten, maar werd bij de Franse grens gepakt. Hij kwam in de concentratiekampen Buchenwald en Mittelbau-Dora terecht, die hij dankzij zijn sterke gestel en veel geluk overleefde. Hella van der Wijst wandelde met hem door de onderaardse gangen van Dora, waar hij wekenlang als een mol onder de grond puin moest ruimen. „Als het een maand langer had geduurd, zou ik nu niet meer leven.”

Toen hij in het kamp aankwam, had een gevangene, een Nederlandse hoogleraar die hem moest inschrijven, gezegd: „Wil je het overleven? Dan niet stoer doen. Je bent vanaf nu niemand meer.”

Wat mij opnieuw aan hem beviel, was zijn grote mildheid. „Ik heb nooit mensen gehaat”, zei hij, „maar het systeem dat hen zo gemaakt heeft.” Het boek dat hij erover geschreven heeft, heet Schrijven op marmer. Lessen uit Dora. Een verwijzing naar een Arabisch spreekwoord: „Schrijf de slechte dingen die je zijn aangedaan in het zand, maar schrijf de goede dingen die je zijn overkomen op marmer.”

De Zeeuw verdient marmer.