'Ik provoceer jongeren graag'

Timothée de Fombelle gaf les in een Parijse banlieue. Leerlingen weigerden een lesboek te kopen, maar betaalden grif 80 euro voor Nikes. Over hun jeugd en die van de schrijver gaat ‘Tobie Lolness’

De Franse schrijver Timothée de Fombelle koesterde als kind een sterke liefde voor de natuur, die niet altijd werd begrepen. „Tijdens een doopfeest van een nichtje gaf ik haar een vlieg cadeau – voor mij een voorbeeld van de schoonheid van de natuur. De volwassenen reageerden hierop met afgrijzen, waarschijnlijk vooral doordat die vlieg onderweg dood was gegaan”, vertelt De Fombelle.

Toen De Fombelle zeven jaar oud was, bedacht hij een avontuur over een minuscuul jongetje in een boom. „Ik ben opgegroeid in Parijs, maar we gingen vaak naar ons vakantiehuisje op het platteland, waar mijn zus, mijn vier broers en ik de hele dag ongestoord in het bos konden spelen. Daar, in een boomhut, bedacht ik dit verhaal. Ik heb het heel lang voor mezelf gehouden uit angst om uitgelachen te worden. Pas toen ik volwassen was, durfde ik er met vrienden over te praten. Die zeiden dat ik er een boek over moest schrijven.”

Dat heeft hij gedaan, met de jeugdroman Tobie Lolness, waarvan onlangs het tweede deel is verschenen in een Nederlandse vertaling. Het fantasyverhaal is inmiddels in vijfentwintig landen vertaald en haalt zulke hoge oplagen dat in de Britse pers is gesproken over het Franse antwoord op Harry Potter. De recensies zijn lovend (Boeken, 16.11.07) en het boek is overladen met prijzen, zoals in Nederland met de Zilveren Griffel.

Voor De Fombelle, die als student begon met schrijven voor het toneel, is Tobie Lolness de definitieve doorbraak. Enkele jaren geleden gaf hij zijn baan als leraar Frans in een Parijse voorstad op om zich helemaal te kunnen wijden aan zijn passie: schrijven. Onlangs was hij in Nederland, een opvallend opgewekte twintiger, zorgvuldig gekleed in herfsttinten. „Ik ben nog steeds erg gevoelig voor de natuur om me heen. Elke winter vraag ik me serieus af of er in het voorjaar echt nieuwe blaadjes aan de bomen zullen komen.”

Tobie Lolness is een spannend avonturenboek vol verwijzingen naar de problemen van de werkelijke wereld, zoals de verwoesting van de natuur en racisme. Het boek speelt zich af in een boom, waar de menselijke bewoners van nog geen twee millimeter leven in een microkosmos van insecten, mossen en spleten in de schors. Hier neemt de 13-jarige – later 16-jarige – Tobie het bijna in zijn eentje op tegen de dictatuur van een malafide ondernemer, die langzaam de boom en de menselijke waardigheid vernietigt.

Heeft u een missie?

Stellig. „Nee. Als lezer heb ik een gruwelijke hekel aan boeken met een nadrukkelijke boodschap. De vele metaforen, bijvoorbeeld voor tolerantie en milieubehoud, zijn er ingeslopen terwijl ik schreef. Blijkbaar heb ik dit subtiel genoeg gedaan, want jongeren stellen mij nooit vragen over het milieu naar aanleiding van Tobie Lolness.”

Toch zijn er parallellen tussen de wereld van Tobie en die van ons. Wat is voor u de belangrijkste?

„De kwetsbaarheid van alle waardevolle dingen in het leven. Van de natuur, zeker, maar net zo goed van het geluk van mensen. De herinnering aan het geluk – zijn liefdevolle ouders, de liefde voor een meisje – houdt Tobie op de been in een boze, gewelddadige wereld. In het hele boek is hij in feite op zoek naar dat verloren geluk.”

Nog even over de kwetsbaarheid van de natuur, bent u bang voor de vernietiging ervan?

„Nee, maar ik wil de natuur wel heel goed leren kennen, want alleen dan kun je haar beschermen. Een goede vriend van mij is een hele fanatieke milieuactivist, hij loopt vooraan in elke milieumanifestatie. Maar toen ik eens per ongeluk samen met hem in een donker bos belandde, was hij tot mijn grote ergernis doodsbang. Ik zei: ‘Wát, ben jij bang voor het bos? Hoe kun je in godsnaam iets beschermen dat je helemaal niet kent?’ We hebben elkaar midden in dat bos flink staan uitschelden.”

Wat leidt u daaruit af?

„Dat veel mensen geen contact meer hebben met de natuur. Dat is een van de grote drama’s van deze tijd. Ik heb ruim vijf jaar als leraar Frans gewerkt in een Parijse voorstad op een school met veel migranten, helemaal de ambiance van de film Entre les murs. Tot mijn schrik was er in die stad vrijwel geen boom te bekennen. Jongeren leven er letterlijk tussen het beton. Ze deden mij altijd denken aan die woestijnplanten zonder wortels. Ze horen nergens echt thuis. Zodra er een zuchtje wind opsteekt gaan ze rollen. Hoe kunnen zij zich ooit verbonden voelen met onze planeet? De natuur zorgt voor wortels, ook in figuurlijke zin. Ik zou het een heel goed idee vinden om ze een flinke tijd in het bos te laten wonen en ze te leren hoe ze zichzelf daar kunnen redden.”

Spelen dergelijke ervaringen als leraar in de Franse banlieue nog een rol in het boek?

„Absoluut. Ik hoop stiekem dat mijn boek ze aanspoort om hun eigen weg te vinden in het leven, om tegen de stroom in te durven gaan, net als Tobie Lolness en zijn vader. Het enige waar jongeren in de voorsteden zich druk over maken is hun plaats in de groep. Wie is het grappigst? En vooral: wie heeft de meeste Nikes of Reeboks?

„Toen ik een keer vroeg of alle leerlingen een roman konden aanschaffen voor de les, riepen een jongen verontwaardigd: ‘Maar meester, dan ga ik failliet.’ Ik vroeg de jongen om even voor de klas te komen en te vertellen hoeveel zijn kleren hadden gekost. Alleen zijn schoenen bleken al tachtig euro waard. Toen ik vervolgens opbiechtte dat mijn kleren uit de goedkoopste winkels kwamen zoals Tati en Monoprix, vonden ze dat een ongelofelijk heldhaftige daad. In Tobie Lolness probeer ik bewust deze jongeren een beetje te provoceren. Met het personage Zef Clarac bijvoorbeeld, die er afstotelijk uitziet, maar desondanks extreem charmant is. ‘L’essentiel est invisible pour les yeux’, schreef Saint-Exupéry terecht.”

Tobie’s vader Sim is een toonbeeld van beschaving. Toch gaat hij ermee akkoord dat de vreemde Gladhuiden worden uitgesloten van zijn school. Waarom?

„Sim is inderdaad een voorbeeldige wetenschapper, echtgenoot en vader. Door deze misstap wilde ik hem iets menselijks geven. Sim lijkt op mijn opa die in 1942 bijna een grote misstap had begaan die het lot van onze familie voorgoed zou hebben veranderd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hem een hele hoge post aangeboden als minister voor Jeugdzaken van de collaborerende Vichy-regering. Hij zei: ‘Zo’n mooi aanbod kan ik niet weigeren.’ Dat was in die tijd in Frankrijk een hele normale reactie overigens, mensen van het verzet werden in de krant systematisch terroristen genoemd. Maar mijn oma vond het verschrikkelijk en huilde de hele nacht. Dankzij haar tranen heeft mijn opa uiteindelijk nee gezegd en kunnen wij, de volgende generaties, trots op hem zijn.”

Er komt veel geweld voor in Tobie Lolness. Waarom?

„Voornamelijk omdat angst en geweld een grote rol spelen in het leven van jongeren. Ze zijn er bang voor, maar het trekt ze tegelijkertijd enorm aan. Ga maar eens op het schoolplein kijken, jongeren zijn keihard onder elkaar. Maar ik vind het wel heel erg belangrijk als je voor jongeren schrijft dat er aan het einde van het boek hoop gloort en dat de beulen worden veroordeeld voor hun daden.”

Tobie Lolness, Op de Vlucht (deel 1) en ‘Tobie Lolness, De ogen van Elisha (deel 2) zijn vertaald door Eef Gratama en uitgegeven doorQuerido