Ik besloot voor het eerst van mijn leven een achtervolging in te zetten

De helft van mijn leven gaat op aan dubbelchecken; of het gas uit is, of ik mijn telefoon bij me heb, of mijn pinpas in mijn portemonnee zit. Zo stopte ik gisteren even met fietsen over de Weesperzijde in Amsterdam, een brede straat die langs de Amstel loopt, om te controleren of mijn portemonnee in mijn schoudertas zat.

Ja, hij zat erin. Zoals altijd. Op het moment dat ik de flap van mijn tas dicht wilde doen, reed er van opzij, met volle kracht, een jongen op een fiets tegen mijn tas en mij aan. Vervolgens fietste hij hard verder, zonder iets te zeggen.

Nadat ik was bijgekomen van de bonk maakte een intense woede zich van mij meester. Ik veranderde van een rustige, pacifistische, Alexander Pechtold-achtige vrouw in, ja, hoe zal ik het omschrijven – in de Terminator.

Ik besloot voor het eerst van mijn leven een achtervolging in te zetten.

Terwijl ik de niet Terminator-achtige tekst ‘Hé, waarom doe je dat? Waarom DOE JE DAT?’ schreeuwde, volgde ik de jongen, die omkeek en toen heel hard begon te fietsen. Ik versnelde ook. Wat ik zou doen als ik hem met een piepende bocht had afgesneden en rood en puffend voor hem stond, wist ik nog niet. Hij was een jaar of twintig en zag er stoer uit (camouflagebroek en grote koptelefoon op half zeven). Ik was een jaar of drieëndertig en leek meer op een Kitsch Kitchen-huismoeder – ik droeg een jas met gekleurde vierkantjes en een rode Mexicaanse sjaal – dan op iemand die taekwondo kon.

Maar toch leek de jongen heel bang voor mij. Hij ging steeds harder fietsen, zo hard dat hij zich eerst bijna onder een tram, en daarna bijna onder een auto stortte. Uiteindelijk gaf ik de achtervolging op. Ik had hem niet kunnen inhalen, maar was al heel tevreden dat hij zo angstig was. Waarom een kwajongen bang was voor een huismoeder die hij eerst expres aangereden had: geen idee. Maar leuk was het wel.

Pas ’s nachts bedacht ik waar zijn angst vandaan was gekomen: hij had me natuurlijk geprobeerd te beroven. En hij was geschrokken toen ik, na zijn mislukte poging, de achtervolging inzette.

Ik vond het sympathiek van mezelf dat dit scenario pas zo laat bij me opkwam. Maar dat is de vriendelijke pacifist in mij, die het heel af en toe wint van de Terminator.