Ik ben voor de opgewekte toon

Stine Jensen houdt zich bezig met beeldvorming van mannen en vrouwen in de hedendaagse cultuur.

En dat gaat soms ook over haarzelf.

Rolmodellen op de televisie. Seksueel getinte sinaasappelreclames. De maakbaarheid van het vrouwenlichaam. Daarover gaat cultuurcriticus Stine Jensen (37) het volgende week allemaal hebben. Dan verzorgt ze de Annie Romein-Verschoorlezing, waarmee de Universiteit Leiden elk jaar de Internationale Vrouwendag viert. Grote feministische wetenschappers gingen haar voor.

Stine Jensen studeerde literatuurwetenschap en filosofie. Ze promoveerde op de liefde van vrouwen voor apen. Tijdens de Bokito-affaire in mei 2007 (een gorilla ontsnapte uit zijn verblijf in de dierentuin en verwondde een trouwe bezoekster) lag haar proefschrift bij de Ako tussen boeken van Victoria Beckham en Sonja Bakker. Ook was Jensen regelmatig op televisie, niet alleen om Bokito, maar ook om het manifest tegen een onnatuurlijk schoonheidsideaal voor vrouwen, dat een maand eerder uitkwam: Seks moet weer haute couture worden.

Als ik haar bel voor een interview zegt ze dat ze eigenlijk liever niet geportretteerd wil worden als de vrouw die het altijd over de pornoficatie van de samenleving heeft. „Ik hou mij bezig met beeldvorming op allerlei terreinen.”

Jensen is een van de strak gestylede carrièrevrouwen die onlangs in het opinieblad Opzij het nieuwe feminisme presenteerden. „Het voelt een beetje dubbel”, zegt Jensen daarover. „Ik doe onderzoek naar beeldvorming en geef daar colleges over en opeens maak ik er zelf onderdeel van uit door mooi op de foto te gaan.”

Praten over iets waar je zelf ook deel van uitmaakt, het lot van een cultuurcriticus die veel in de media komt. Toch lijkt Jensen die spanning ook op te zoeken. Zo beschrijft ze in haar boek Turkse Vlinders (2005) gedetailleerd hoe ze als Amsterdamse intellectuele vrouw tot over haar oren verliefd wordt op de laaggeschoolde Turkse kapper Ozan, die ze tijdens een vakantie in Turkije ontmoet. Als cultuurcriticus probeert ze in het boek haar eigen situatie te begrijpen als een cultureel fenomeen:

Past deze liefde in de zoekende fase van een dertiger die langdurige relaties achter de rug heeft, maar de blijver niet heeft gevonden? Of is het simpelweg de erotische aantrekkingskracht, niets meer en niets minder dan dat? Immers, ik ben volkomen bedwelmd. Nog nooit eerder heeft een man mij zo onuitputtelijk het hof gemaakt en met zulke glanzende ogen aangekeken. Ozan is lief, leuk, aantrekkelijk, grappig, charmant en onweerstaanbaar. Als ik hem zie, denk ik niet onmiddellijk aan een goed gesprek; ik wil hem aanraken. Misschien vervullen we elkaars exotische oriëntatie en ben ik verslaafd aan het sultansdochtersgevoel, de vleierijen. Soms waan ik mij in de videoclip Everyway That I Can van Sertab Erener, de Turkse zangeres die in 2003 het Eurovisie Songfestival won. Als een sultana lig ik op een fluwelen rode sofa in een Topkapi-achtig paleis, omringd door fruitschalen […]. Wellicht voldoe ik aan de trend van ‘downdating’ – zie daarvoor Sex & the City, waarin vooral de jongens uit de lagere klasse die ‘iets met hun handen doen’, rauwe onderbuikgevoelens bij hoogopgeleide vrouwen losmaken: de simpele barman van advocate Miranda, de meubelmaker van columniste Carrie. Maar als dat zo is, waarom eigenlijk?

Als cultuurcriticus plaatst u uw eigen liefde in een trend, met vrouwen uit de televisieserie Sex & the City als voorbeelden. Vindt u hen goede rolmodellen, vanuit feministisch oogpunt?

„De serie gaat over vier zelfstandige vrouwen en ik vond het meteen erg geestig. Ik was enthousiast. En als cultuurcriticus vind ik het fascinerend om te zien hoeveel impact zo’n serie heeft. Overal ter wereld kleden meiden zich als de vrouwen uit Sex & the City. Ze vragen elkaar of ze Mr. Big al hebben gevonden. Maar op een gegeven moment gaat het je opvallen dat het om vier witte vrouwen gaat met een obsessie voor het uiterlijk en die je nooit ziet werken. En dat single-zijn in de serie als een chronische ziekte wordt gepresenteerd. Uiteindelijk zijn het toch niet de meest wenselijke rolmodellen.”

Dus u bent van mening veranderd?

„Ja, vind je dat inconsequent? Dat beschouw ik dan als een compliment. Bij de inconsequentie begint het denken. Ik ben geen politicus, ik ben cultuurcriticus en de cultuur verandert. Bovendien verander ik zelf, ik kijk ook niet constant met dezelfde blik. Ik kan bijvoorbeeld totaal gebiologeerd kijken naar de verschijning van Julia Roberts in zo’n lekkere film als Pretty Woman. Dan word ik daar helemaal in meegezogen en pas veel later denk ik: ‘God, hoeveel botox is er wel niet in die lipjes gegaan?’ Ja, misschien is dat wat verwarrend voor het debat waarin mensen vaak meteen stevige posities innemen.”

Net zo verwarrend als dat ‘Turkse vlinders’ eindigt zonder te vermelden of uw liefde voor Ozan heeft standgehouden. Hoe kon u dat de lezer aandoen?

„Omdat de lezer daar geen fuck mee te maken heeft. Dat is míjn leven. Veel mensen met een interculturele liefde herkennen zich in mijn boek. Ik wilde hun niet hét antwoord geven op de vraag of zo’n liefde kan standhouden. Ik wilde een boek schrijven over liefde tussen Turken en Europeanen, en over de beeldvorming van zulke liefdes.”

Maar als u zoveel van uzelf laat zien, gaan ze toch met u meeleven? Dan willen ze weten hoe het met u afloopt.

„Ja, maar dat vind ik wel leuk eigenlijk. Ik krijg nog steeds veel brieven van mensen die hopen op een happy end. Vaak hebben ze zelf ook een geliefde in Turkije en schrijven ze mij over hun eigen ervaringen. Soms sturen ze zelfs foto’s mee.”

Terug naar de Annie Romein-Verschoorlezing, die u volgende week uitspreekt. Uw co-referent is Anja Meulenbelt, een feministe van een heel andere generatie.

„Ja, grappig hè? Ik ben erg benieuwd wat ze van de nieuwe generatie feministen vindt.”

Waar u ook bij hoort.

„Ja, maar ik ben meer dan alleen feministe. Ik heb ook boeken over popmuziek en over leugenaars geschreven. We zijn nog niet klaar met het debat over de geseksualiseerde maatschappij, maar op dit moment heb ik er wel een beetje mijn buik van vol. Het wordt zo simplistisch gevoerd. Of je voor of tegen seksuele vrijheid bent, is dan de vraag. De ‘bevrijden’ tegenover de ‘preutsen’. Word ik gebeld met de vraag ‘mag een 13-jarige seks hebben?’ Tegelijk blijft het belangrijk om een punt te maken. Bijvoorbeeld dat het geen teken van emancipatie is wanneer vrouwen zichzelf tot lustobject maken. Ook in veel reclames worden vrouwen op die manier afgebeeld, maar niet in allemaal. Je moet elk plaatje op zich bekijken, niet in het algemeen iets roepen.”

Dus uiteindelijk hebt u geen probleem met uw feministenimago?

„Nee. Ik snap niet dat je géén feministe wilt zijn. Omdat een feministe mannen zou haten of geen humor zou hebben? Dat is een stereotype. Feminisme is heel veelkleurig, omdat sekse maar een deel van je identiteit is. Daarnaast heb je klasse, religie, afkomst. Je hebt liberale en sociale feministen. Mannen en vrouwen. Mannen zouden vaker hardop moeten zeggen dat ze feminist zijn. Feminisme staat voor gelijkwaardigheid, voor ruimte om te zijn wie je bent. Dus ik ben wel erg voor de opgewekte toon. Feministen moeten niet alleen afstraffen wat niet goed is, maar het ook hebben over wat wel mooi is.”

Mooie pornografie bijvoorbeeld?

„Ja. Er bestaat porno voor vrouwen. Daarin worden ze niet alleen bekeken, maar zijn ze ook degenen bij wie de begeerte wordt gewekt. En er zijn soaps als bijvoorbeeld the L-word, over lesbische vrouwen in Californië, die positieve rolmodellen leveren.”