Hemel is neergevallen op de mensen in Gujarat

Van heel India voelen de diamantslijpers van Gujarat de gevolgen van de recessie het hardst. ‘Alleen God weet wat er van ons terecht zal komen’, zegt Valji Bhai.

Diamantbewerker Valji Bhai (35) en zijn vrouw keren terug naar hun geboortedorp in de regio Bhavnagar, acht tot tien uur reizen met de bus vanuit Surat in de Indiase deelstaat Gujarat. Hun vijf kinderen hebben ze een aantal weken geleden al vooruitgestuurd.

Valji Bhai heeft na ruim vijf jaar zijn baan verloren. Hij en zijn gezin kunnen daarom niet langer overleven in de grote stad. In hun dorp ligt het werk ook niet voor het oprapen, maar daar hoeft hij in ieder geval geen huur te betalen. En daar is het eten goedkoper.

„Alleen God weet wat er van ons terecht zal komen”, verzucht Valji onder het schijnsel van een straatlantaarn, terwijl hij de bussen in de gaten houdt die toeterend passeren op de uitvalsweg van de stad. Zijn vrouw knikt. Ruim vijf jaar hebben ze overleefd in Surat. Nu keren ze met lege handen terug. Ze hebben alleen een donkerrode sporttas bij zich. Zijn bus komt er aan, en in een mum van tijd zijn hij en zijn vrouw verdwenen in het nachtelijk duister.

Vele tienduizenden arbeidsmigranten in Surat hebben de afgelopen maanden hetzelfde lot ondergaan als dat van de vertrekkende Valji. Nergens anders heeft de wereldwijde recessie harder toegeslagen in India als in deze miljoenenstad in Gujarat. Niet de spraakmakende Indiase IT-sector in steden als Bangalore en Hyderabad is het grootste slachtoffer van de mondiale crisis, maar de diamantindustrie in Surat en omgeving. Daar zijn de afgelopen maanden al 150.000 tot 200.000 banen verdwenen, op een totaal van 350.000 tot 400.000. En het einde van de afkalving is nog niet in zicht.

De industrie verkeert in „comateuze toestand”, zegt voorzitter C. P. Vanani van de Surat Diamond Association. En, voegt hij er aan toe: er is helemaal niets wat wij kunnen doen om het tij te keren. Jarenlang profiteerden de 2.500 tot 3.000 diamantbewerkingsbedrijven in Surat van de steeds verder groeiende vraag naar sieraden in rijke landen als de VS, Japan en Europa. Vanaf de jaren tachtig groeide de diamantindustrie in Surat uit tot de grootste in de wereld. Meer dan 70 procent van alle ruwe diamanten worden hier geslepen, om vervolgens weer te worden geëxporteerd. Maar de verwevenheid met de wereldmarkt is plotseling een vloek geworden.

Na de vakantieperiode van Diwali, het Feest van het Licht dat vorig jaar eind oktober/begin november werd gevierd, heeft slechts 60 tot 70 procent van de bedrijven de productie hervat, zegt voorzitter Vanani. Veel migrantenarbeiders uit Gujarat, maar ook uit verder weg gelegen deelstaten als Bihar en Uttar Pradesh, zijn niet teruggekeerd naar Surat. De bedrijven die nog wel open zijn, draaien niet op volle capaciteit. Ze maken vooral hun bestaande voorraden op. „Ik heb geen idee wanneer de situatie weer zal verbeteren”, zegt Vanani. „We hebben het gevoel dat de hemel naar beneden is komen vallen. Niemand heeft dit voorspeld”.

Ook directeur Vallabh Gadhiya (47) van Pramukh Gems in Varachcha Road, in het centrum van Surat, zegt dat hij nog niet eerder zulke slechte tijden heeft meegemaakt. Via drie tv-schermen op zijn kantoor houdt hij zijn werknemers nauwlettend in de gaten die de ragfijne diamantjes bewerken. Veel slijptafels zijn onbemand. Voor Diwali werkten er 700 mensen bij Pramukh Gems, nu nog ongeveer de helft. Een goede slijper kan, op basis van stukloon, wel 8.000 rupees (125 Euro) per maand verdienen (voor zes dagen in week, tien uur per dag), maar gemiddeld zijn de lonen 25 procent naar beneden gegaan omdat ook de productiviteit is gedaald, zegt directeur Gadhiya.

Net als de meeste arbeiders in de diamantindustrie is Gadhiya afkomstig uit een afgelegen dorp. Als jongetje trok hij naar Surat en werd ongeschoold slijper, toen hij 27 was begon hij voor zichzelf. Hij geeft geen direct antwoord op de vraag hoe lang hij het in de huidige omstandigheden nog kan volhouden. „Zolang onze oude voorraden nog niet op zijn, gaan we door”, glimlacht hij. Maar hij zegt ook dat zijn broer in Antwerpen voorlopig geen ruwe diamanten hoeft aan te kopen zolang zijn zoon, verantwoordelijk voor de verkoop van de bewerkte diamanten via kantoren in Mumbai en Hongkong, niet met goed nieuws komt.

’s Avonds om half acht stromen de fabrieken in het centrum van Surat leeg, maar het blijft tegenwoordig een stuk rustiger dan voorheen, moppert Bakraj Porohit (30), die een theestalletje heeft op de hoek van de Varachcha Road. Vorig jaar nog leverde hij dagelijks honderden pakjes melk aan de kantines van de omliggende bedrijven, nu nog maar een dertigtal. Zijn drie hulpjes is hij al enige weken loon verschuldigd. Hij zegt dat hij de situatie nog een paar maanden wil aankijken. Als het zo slecht blijft, gaat hij terug naar zijn dorp in Rajasthan, samen met zijn vrouw en drie kinderen. „Natuurlijk zullen mijn broers niet blij zijn. Die kregen maandelijks 5.000 rupees toegestuurd van mij. Sinds Diwali ben ik daarmee gestopt. En nu krijgen ze er straks nog een stel hongerig monden bij. Maar ja, wat kan ik er aan doen?”

Ganpath Soni (38) bleef na Diwali maar weg uit Surat, waar hij tien jaar geleden was komen werken in de diamantindustrie. Maar omdat hij in zijn dorp ook niet aan de slag kwam, keerde hij begin deze maand terug. Zijn vrouw en drie kinderen nam hij deze keer niet mee. Vroeger verdiende hij ongeveer 7.500 rupees per maand. Nu kon hij op basis van zijn ervaring terecht als controleur, maar alleen voor halve dagen, met een navenant lager loon. „Veel te weinig om fatsoenlijk van te kunnen leven. Maar ik heb geen keuze” , zegt hij.

Ook Bharat Karsonbhai (25) jaar doet er alles aan om in Surat te blijven. Al was het alleen maar omdat zijn twee kinderen hier straks tenminste naar school kunnen, zodat ze een betere kans in het leven krijgen dan hij. Maar gemakkelijk is het niet. Na Diwali was er ook voor hem geen werk meer in de diamantindustrie. Nu probeert hij rond te komen door in een textielfabriek loshangende draadjes van de borduursels op sari’s weg te knippen. Hij krijgt daarvoor 1 rupee per jurk.

Bharat kijkt toe hoe de werkloze diamantbewerker Valji Bhai en zijn vrouw naar hun bus hollen, die hen in de nacht naar Bhavnagar zal brengen. Bharat heeft net zijn eigen broertje van 20 op de bus gezet naar een ander dorp in dezelfde streek. Die zat met ingetrokken schouders stilletjes op de grond. Toen zijn bus er aan kwam, trok Bharat hem op en duwde hem de deuropening op. Hij wierp de chauffeur een briefje van 100 rupee toe. Daarvoor mocht zijn broertje de hele nacht op de vloer zitten, voor in de bus, naast de chauffeur. „Dat is in ieder geval weer een mond minder om te voeden”, zei hij toen de bus wegreed.