Geen moeder om lief te hebben

Zo’n 60 jaar na haar dood in Auschwitz is Irène Némirovsky beroemd door haar nagelaten romans en notities. Een nieuwe biografie belicht veel, maar haar huwelijk blijft schimmig.

Olivier Philipponnat en Patrick Lienhardt: La vie d’Irène Némirovsky. Grasset/Denoël. 503 blz. € 23,60

Eind februari 1917 kijkt Irène Némirovsky, 14 jaar oud, uit het raam van haar ouderlijk huis in Petrograd. Over de daken komen soldaten, ze grijpen de conciërge, zetten hem tegen de muur van de binnenplaats en vuren voor de ogen van zijn vrouw en kinderen. Het blijkt een schijnexecutie te zijn, bedoeld om hem te straffen voor het feit dat hij zijn dochter met een politieagent liet trouwen.

‘Veel later begreep ik’, schrijft Némirovsky in 1938, ‘dat ik getuige was geweest van de geboorte van de revolutie. Ik had het moment gezien waarop de mens nog niet al zijn menselijke eigenschappen had afgelegd, waarop hij nog niet door de duivel bezeten was, maar die naderde wel, omcirkelde langzaam zijn ziel’. Dat moment waarop zij voor het eerst het ware gezicht van de oorlog zag, ‘hagard et fou’, moet doorslaggevend zijn geweest in haar latere schrijverschap. Het was bovendien een gezicht dat zij decennia later, in Frankrijk, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, opnieuw in de ogen zou kijken.

Het is maar een van de vele concrete beelden in de gedegen biografie van Irène Némirovsky, van de hand van de journalisten en biografen Olivier Philipponnat en Patrick Lienhardt. Zij kregen, voor het eerst, toegang tot de aantekeningen van de schrijfster die in 2004, door de postume publicatie van haar grote roman Suite française (vertaald als Storm in juni), wereldberoemd werd en wier werk nu overal wordt herdrukt. Ze lazen ongepubliceerd werk, speurden in archieven in Rusland en in die van haar uitgevers Grasset en Albin Michel en slaagden erin ons het werk van de in 1942 in Auschwitz vermoorde schrijfster beter te laten begrijpen.

Irène is de dochter van Leonid Némirovsky, een joodse bankier en onvermoeibare ‘goudzoeker’, die ondanks het heersende antisemitisme in Oekraïne fortuin maakte, en van Anna Margoulis, afkomstig uit de gegoede joods-Russische burgerij. Ze werd opgevoed door een Franse onderwijzeres, waardoor Frans haar moedertaal werd en ze het Russisch nooit goed leerde spreken. Vanaf haar prille jeugd bracht ze met haar moeder een deel van het jaar door in Nice, waar in die tijd een kolonie Russische emigranten neerstreek.

Ook na hun vlucht uit Rusland, via Finland naar Parijs, hield haar jonge, ‘geraffineerde en autoritaire’ moeder er een intens uitgaansleven en een schare minnaars op na. Aandacht, laat staan liefde heeft ze haar dochter nooit gegeven. ‘Hoe had ze ooit zo stom kunnen zijn’, schrijven de biografen, ‘haar leven te laten belemmeren door een meisje dat je door Europa met je mee moest slepen, een levend en duur verwijt dat haar voortdurend eraan herinnerde dat ze niet jong meer was?’

Hoezeer Irène’s moeder gericht was op luxe en eigen welbevinden wisten we al uit Le mirador, de ontroerende imaginaire biografie die Irène’s dochter, Elisabeth Gille in 1992 publiceerde. In de nieuwe, echte biografie wordt duidelijk hoezeer Irène haar egoïstische, overspelige moeder haatte (vooral toen ze zich realiseerde dat ze haar ‘gen van wispelturigheid’ had geërfd) en welke motor die haat geweest is voor het rijpen van haar schrijverschap. Ze schreef bijna geen roman waarin geen egoïstische, op geld beluste, door ‘la chaleur du sang’ beheerste vrouw voorkomt.

De biografen hebben ook veel aandacht voor de achtergrond van de keiharde karikatuur van de joden in Némirovsky’s werk, een aspect dat bij lezing van haar romans en korte verhalen – toen en nu – meteen opvalt en met name in Israël en in de VS tot veel polemiek leidde. In haar jeugd in Kiev, Petrograd en Moskou nam het antisemitisme verschrikkelijke vormen aan. Hoewel haar ouders niet praktiserend waren observeerde ze van dichtbij het joodse milieu, zowel dat van de ‘petit juif’ die haar angst inboezemde, als dat van de rijke, machtige jood, de kringen waarin haar vader zich bevond. ‘Hoe kan ik antisemitisch zijn, ik ben zelf joods, ik ken dat milieu, ik heb ze gezien, het is allemaal waar’, zal ze haar critici later steeds antwoorden.

Waar de biografen veel en ruim citeren uit haar werk, en duidelijk maken hoe autobiografisch haar literaire werk is, blijft haar echtgenoot, Michel Epstein, die net als zijn en haar vader werkzaam was in het bankiersleven, onderbelicht. Hij typte haar teksten uit toen haar succes losbarstte, verdiende veel minder dan zij, werd ontslagen bij het uitbreken van de oorlog, tolkte voor de Duitse bezetter, bekeerde zich net als zij tot het katholicisme en bewoog hemel en aarde toen zijn vrouw door de Gestapo werd afgevoerd. Maar wat motiveerde Irène Némirovsky nu juist met deze man te trouwen? En wat voor een huwelijk was het?

Wel krijgen we een goed beeld van de omstandigheden waarin Némirovsky haar laatste, bejubelde roman schreef. Al vóór de bombardementen en exodus uit Parijs waren ze gaan wonen in Issy-l’Evèque, een dorpje in de Bourgogne. Daar, in acute geldnood en onder steeds grotere dreiging, schreef ze, angstig en bezeten, Suite française, een roman fleuve ‘die de ineenstorting van Frankrijk’ moest beschrijven, ‘maar ook de corruptie, het egoïsme en de individuele lafheid’. ‘Ik heb niets gedaan, waarom zouden ze me arresteren?’, zei Némirovsky tegen een vriendin die hen adviseerde de wijk te nemen naar Zwitserland.

Op 13 juli 1942 wordt ze van haar bed gelicht. Drie maanden later is haar man aan de beurt. ‘Houd deze koffer altijd bij je’, drukt hij bij het afscheid zijn twee dochtertjes op het hart, ‘daarin zit het manuscript van jullie moeder’. De meisjes, toevertrouwd aan een buurvrouw, duiken onder, overleven en durven hem ruim een halve eeuw niet open te maken. Het maakt de aanblik van die koffer en van dat manuscript, nu te zien op een indrukwekkende tentoonstelling in het Museum of Jewish Heritage in New York, tot een emotionele belevenis.

Woman of Letters, Five Ties/IMEC, 159 blz. $ 29,96 (catalogus bij het overzicht van Irène Némirovsky’s leven en werk, in het Museum of Jewish Heritage, New York, tot 22/3).