Franse terugkeer in NAVO blijft in Parijs omstreden

Sarkozy wil dat zijn land weer volwaardig NAVO-lid wordt. Maar de uitzonde-ringspositie is deel van het Franse zelfbeeld geworden.

Het wordt niet vaak genoemd in de balans van het Franse voorzitterschap van de Europese Unie vorig jaar, maar in Parijs beroemen regeringsfunctionarissen zich er nog graag op. In een paar maanden tijd zette Europa vorig jaar een gemeenschappelijke militaire operatie op tegen piraterij, onder meer voor de gevaarlijke kust van Somalië.

Zo’n Europees project op het gebied van Defensie en Veiligheid, zeggen ze in Parijs, was nooit zo snel van de grond gekomen als Frankrijk niet tegelijk bezig was voor honderd procent terug te keren in de militaire commandostructuur van de NAVO. Zonder die politieke koerswijziging zouden vooral Midden- en Oost-Europese lidstaten elk Franse initiatief voor Europese defensie zien als poging het Atlantische verbond met de Verenigde Staten te ondermijnen.

Parlementariërs kregen dit geval onlangs voorgeschoteld in een besloten overleg met ministers van Buitenlandse Zaken Kouchner en van Defensie Morin. Kijk maar, zeiden de twee: nog maar 15 jaar geleden geloofde Frankrijk dat de NAVO na de Koude Oorlog vervangen moest worden door meer Europese militaire samenwerking. Nu is een zo groot mogelijke rol van Frankrijk in de NAVO voorwaarde voor meer Europese defensie. De twee moeten gelijk opgaan.

De ministers staan voor de taak de Franse volksvertegenwoordiging te winnen voor wat veel parlementariërs beleven als een historische maar pijnlijke omslag. Op de NAVO-top begin april zal president Sarkozy een eind maken aan de uitzonderingspositie die zijn land in het bondgenootschap inneemt sinds president De Gaulle in 1966 uit de commandostructuur van de NAVO stapte.

Voor De Gaulle was dat een strategische keuze, bedoeld om in de Koude-Oorlog-tegenstelling tussen de twee supermachten ruimte te scheppen voor een eigen Franse positie. Maar voor Fransen is de uitzonderingspositie allang niet meer louter gebonden aan de geopolitieke verhoudingen. Ze maakt deel uit van het nationale zelfbeeld.

Door zijn aparte positie laat Frankrijk zien dat het niet samenvalt met de VS, maar „vriend, geallieerd maar niet gelijkgeschakeld” is, volgens de Gaullistische doctrine. Die houding is geworteld bij alle politieke partijen en keerde terug bij alle presidenten. Maar in de praktijk werkten ze ook allemaal intensief samen met de VS in de NAVO, ook in militair opzicht.

Sarkozy heeft wisselgeld nodig om de symbolisch belangrijke stap te rechtvaardigen. De Fransen en de Amerikanen onderhandelen over toekenning aan Parijs van een aantal strategische commandoposten. Die moeten Sarkozy in staat stellen te claimen dat Europa straks binnen de NAVO een meer volwaardige positie kan bereiken naast de VS.

Het debat over de NAVO wordt in Parijs steeds levendiger. Het argument van de regering dat Europa sterker wordt door Franse toenadering tot de VS, gaat er niet in bij de oppositie. En ook niet bij een deel van Sarkozy’s eigen UMP.

Het felste verzet komt van de socialistische PS, die zich ironisch genoeg opwerpt als hoeder van de Gaullistische internationale eigenzinnigheid. Ex-presidentskandidate Ségolène Royal verwijt Sarkozy de erfenis van De Gaulle te verkwanselen – Frankrijk als ‘brug’ tussen Amerika en de rest van de wereld. Centrumpoliticus Bayrou, ook bepaald geen historische Gaullist, eist een referendum. Volgens hem valt de toenadering tot de NAVO samen met Sarkozy’s voorliefde voor ‘het Amerikaanse model’ in brede zin, waar de Fransen niet aan zouden willen.

Van dergelijk verzet in de publieke opinie blijkt weinig: de NAVO lijkt de Franse kiezers koud te laten. Bij de UMP wordt onderstreept dat Sarkozy in zijn verkiezingscampagne al pleitte voor een grotere Franse rol in de NAVO.

Lastig voor Sarkozy zijn vooral de tegenstanders in zijn eigen kamp. Klassieke Gaullisten zijn er nauwelijks nog in de UMP, erkent parlementariër Jacques Myard, aanvoerder van het kleine clubje UMP’ers dat zich om ideologische redenen tegen nauwere Frans-Amerikaanse samenwerking verzet. Maar binnen de UMP zijn ook andere stromingen bang dat Frankrijk juist invloed verliest. Een „banalisering” van de Franse diplomatie, noemde ex-premier De Villepin het, die zou leiden tot minder Franse invloed in de wereld.

Ook de gezaghebbende burgemeester van Bordeaux, Alain Juppé, tussen ’95 en ’97 zelf als premier betrokken bij een poging tot Franse herintegratie, heeft nu bedenkingen. Frankrijk is al jaren actief in alle NAVO-missies en bijna alle militaire instanties, redeneert hij: wat is er nog te winnen bij het opgeven van de Franse ‘bijzonderheid’?

De Franse regering lijkt niet zeker van haar zaak. Er komt in maart een parlementair debat over de kwestie, maar mogelijk zonder stemming.