Film zonder vaderland wint de Oscars

Weet u nog wie vorig jaar de Oscar voor beste film won? No Country for Old Men van de Coen brothers, inderdaad. En in 2007? Departed van Martin Scorsese – welverdiend eerbetoon aan een van Hollywoods cracks, maar niet een film die echt de geschiedenis is ingegaan. Nog meer geldt dat voor de Oscar-winnaar van 2006, Crash van Paul Haggis. Vergeten, nu al.

De leden van de Academy die door een stemming de Oscars uitdelen zijn dus geenszins onfeilbaar. Crash won bijvoorbeeld van Brokeback Mountain van Ang Lee, over een homoseksuele relatie tussen twee cowboys, die nog wel degelijk een rol speelt in het collectieve filmgeheugen.

Maar ik durf een wedje aan dat u zich de Oscar voor beste film van 2009, Slumdog Millionaire van Danny Doyle, nog jaren zult herinneren. Want het is een film die de toeschouwer van begin tot eind overdondert.

Niet door het verhaal zozeer. Dat is een cliché in Hollywoodtraditie: jongen uit achterbuurt van de Indiase stad Mumbai (arme jeugd, moeder bij religieuze rel omgekomen) is zo streetwise dat hij de Indiase versie wint van het spelletje dat in Nederland Weekend Millionairs heet. Maar wel door de onverwachte manier waarop de film dat verhaal vertelt. Als een heftige documentaire over het leven in de sloppen op het ene moment, als een gangsterfilm of een sociale aanklacht even later. Om als showfilm te eindigen.

Slumdog Millionaire begint met een martelscène – een ijverige politierechercheur vermoedt dat de quizkandidaat sjoemelt bij de beantwoording van de quizvragen en is vastbesloten om, aan de vooravond van de allesbepalende laatste ronde, een bekentenis af te dwingen. Dat politieverhoor is het raam waarbinnen in flashbacks het verhaal van de kandidaat verteld wordt.

Aan het eind gaan alle remmen los: niet alleen juicht heel India voor de overwinning van de kandidaat, maar ook doet de hele cast nog even een parodie op een Bollywoodfilm, met zo’n uitzinnig balletje. En ja, waar ook: he gets the girl. Je krijgt in de twee uur die de film duurt, eenvoudig de kans niet je af te vragen of het allemaal wel waarschijnlijk is, of origineel of smaakvol zelfs. Daarvoor is Slumdog Millionaire eenvoudig veel te overdonderend.

Dat Slumdog Millionaire in Los Angeles de Oscar voor beste film en nog zeven andere Oscars gewonnen heeft, is volkomen terecht maar ook verbazend – want het is allesbehalve een Hollywoodproduct. De leden van de Academy, steunpilaren van de Amerikaanse filmindustrie, hebben in zekere zin dit jaar tegen zichzelf gestemd. Wat mogelijk was omdat Slumdog Millionaire grotendeels in het Engels is en dus niet naar de categorie ‘best foreign language film’ hoefde te worden verwezen.

Het is evenmin een Indiase film, ofschoon vol Indiase acteurs en deels in Mumbai opgenomen. Het is eerder nog een Britse film, met een regisseur uit Manchester, en gemaakt met Brits televisiegeld (Film 4). Maar vooral is het een film zonder vaderland, een kosmopolitische droom annex nachtmerrie, die razend tempo van her en der stijlen en thema’s overneemt en combineert. Het is de mondialisering van de cultuur ten top, in opzet vergelijkbaar met sommige wereldmuziek: Afrikaanse trommelaars en Andes-fluiten begeleiden een Balkan-zigeunerorkest. Wie dacht nog dat cultuur het nationale zelfbewustzijn kan verhogen?