Dwalend op het Nederlandse energieslagveld

Noud Köper: Hoogspanning. Macht en onmacht in het Nederlandse energiebeleid. Business Contact, 236 blz. € 24,50.

Elaine Madsen & Douglas Stewart: Gaswinst. Over de Nederlandse gasbel en het begin van de Europese energierevolutie. Nieuw Amsterdam, 192 blz. € 19,95.

Nog even, dan komt er een eind aan een chaotisch en dramatisch proces dat de Nederlandse energiewereld al bijna 15 jaar in zijn greep houdt, dat een ravage heeft aangericht binnen de sector en de overheid stuurloos heeft achtergelaten. Nog even, dan zijn de stroomleveranciers Essent, Nuon, Eneco en Delta gesplitst, en kunnen de geprivatiseerde onderdelen (de productie van gas en elektriciteit, en de levering ervan) worden opgekocht door buitenlandse concurrenten. Op Nuon werd eerder deze week een bod gedaan door het Zweedse Vattenfall, en vorige maand had het Duitse RWE al geboden op Essent.

Hoe is het zover gekomen? Een goed inzicht geeft Hoogspanning van journalist Noud Köper. Hij schetst de grillige en soms onnavolgbare ontwikkeling van de Nederlandse energiemarkt vanaf midden jaren negentig, tegen een Europese achtergrond waar eerst het liberale marktdenken hoogtij viert, maar waar gaandeweg het besef ontstaat dat er van de liberalisering weinig tot niets terecht komt. Overheidssturing blijft hard nodig. Zeker als Rusland in 2006 voor het eerst de gaskraan naar Oekraïne dichtdraait, en Europa met een schok beseft dat het de aanvoer van gas en olie niet voor lief kan nemen. Energie is te belangrijk om alleen aan de markt over te laten.

Die veranderende achtergrond heeft grote invloed op de discussie hier. Zo zijn de aandeelhouders van de energiebedrijven ( provincies en gemeenten) midden jaren negentig nog fel tegen overheidsbemoeienis. Aangestoken door het liberale marktdenken willen ze hun bedrijven de ruimte geven om in binnen- en buitenland commerciële activiteiten te ontplooien. Maar als blijkt dat niet alle avonturen even goed uitpakken – Nuon komt slecht in het nieuws omdat het de frauderende voetbalclub Vitesse sponsort – schreeuwen diezelfde aandeelhouders opeens dat de overheid meer moet ingrijpen. Ook de overheid wisselt met de komst van een nieuw kabinet telkens van standpunt, terwijl de energiesector, met zijn miljardeninvesteringen in centrales en netwerken, gebaat is bij een lange termijnvisie.

Zo hotst en botst het proces verder, een steeds grimmiger slagveld achterlatend. Als minister Laurens Jan Brinkhorst (D66) van Economische Zaken begin 2005 totaal onverwachts aankondigt dat hij de Nederlandse energiebedrijven splitst, zijn de topmannen woedend. Er ontstaat een breuk die niet meer goed komt. De energiesector raakt zelf vervolgens ook verdeeld, en scheurt in tweeën. De Tweede Kamer stemt vóór de splitsing, de Eerste Kamer tegen. Het is uiteindelijk de huidige minister van Economische Zaken, Maria van der Hoeven (CDA), die de splitsing erdoor drukt.

Köper schetst via talloze betrokkenen – politici, topmannen van bedrijven, aandeelhouders, adviseurs – een mooi beeld van de machtspelletjes, de botsing van grote ego’s en het opportunisme van de verschillende spelers. Er is één smet. Köper laat topman Ludo van Halderen van Nuon uitgebreid aan het woord over de begin 2007 aangekondigde fusie tussen zijn bedrijf en Essent, en het mislukken van die poging om een Nederlandse ‘energiekampioen’ op te tuigen. Van Halderen legt de schuld bij Essent. Topman Michiel Boersma van Essent kan zich niet verweren, want hij komt niet aan het woord. Waarom niet? Aan het eind schrijft de auteur dat zijn boek mede is gefinancierd door Nuon. Zou dat ermee te maken hebben?

Opvallend is dat minister Brinkhorst zich in de splitsingsdiscussie veel harder opstelt tegenover de elektriciteitsbedrijven, dan tegenover gasbedrijf Gasunie. De staat heeft namelijk op gasgebied een groot belang te verdedigen: het Groningenveld. Zeventig procent van de opbrengsten stromen naar de staatskas. Te veel concurrentie toelaten, zoals Brussel wil, zou betekenen dat de staat minder greep heeft op deze belangrijke inkomstenbron. En dat mag ook weer niet.

Over ontdekking en belang van dat Groningenveld is in Nederland veel geschreven. Gaswinst van Douglas Stewart en Elaine Madsen bekijkt het vanuit Amerikaans perspectief. Stewart, voormalig medewerker van de Amerikaanse olie- en gasmaatschappij Esso, dat ook -aandeelhouder is in de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), werd in 1959 aangewezen om de exploitatie van Groningenveld op poten te zetten, met Bernard Schepers van Shell. Het boek is, net als dat van Köper, waardevol omdat veel insiders aan het woord komen Ook hier weer machtspelletjes. Eerst tussen Esso en Shell, daarna tussen die twee giganten en de Nederlandse staat. Als ze gedrieën proberen het Nederlandse gas op de buitenlandse markt af te zetten, komt het ook daar tot harde botsingen.

Stewart en Madsen maken duidelijk dat een energierevolutie zich snel kan voltrekken als de juiste spelers zich er maar achter zetten. Dat geeft te denken over de duurzame energierevolutie die we nu nodig hebben om het klimaatprobleem aan te pakken. In hoeverre zijn de machtige olie- en gasmaatschappijen, en de overheden die een groot financieel belang hebben in de olie- en gaswinning, bereid deze schat op te geven?