Dringen in rij voor Landsbanki

Rijk en lagere overheden strijden nog altijd om de verloren miljoenen in IJsland. Gisteren zaten ze bij de Raad van State.

Wat een ‘ordinair’ gevecht om geld tussen Rijk en lagere overheden leek te zijn, is verworden tot een principiële strijd. Dat werd gisteren duidelijk tijdens een zitting bij de Raad van State.

Enkele lagere overheden onder leiding van de provincie Noord-Holland zijn in beroep gegaan tegen het Koninklijk Besluit over het terugvorderen van overheidstegoeden bij Landsbanki. Aangetrokken door de hoge rente hadden de overheden een deel van hun geld bij deze IJslandse bank ondergebracht. Door de kredietcrisis kon de bank in oktober niet meer aan haar verplichtingen voldoen. De lagere overheden lieten direct beslag leggen op bezittingen van Landsbanki in het buitenland om hun tegoed – totaal 145 miljoen euro – veilig te stellen. Met een Koninklijk Besluit heeft het kabinet voorkomen dat de lagere overheden naar de rechter konden stappen om dit beslag in geld om te zetten, de zogeheten executie.

Bij de hoogste bestuursrechter gingen ze in beroep tegen dit besluit, want de kans dat ze iets terugkrijgen van hun 145 miljoen euro is daardoor sterk verminderd. Vier weken na het Koninklijk Besluit werd aan Landsbanki uitstel van betaling verleend, waardoor de gunstige positie van de lagere overheden verviel.

Landsadvocaat Eric Daalder nam tijdens de rechtszitting de argumentatie van minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) over en zei dat de lagere overheden aan het „voordringen” waren. En in oktober/november onderhandelde minister Bos met de IJslandse autoriteiten over een tegemoetkoming. Deze besprekingen zouden worden verstoord wanneer de lagere overheden hun tegoeden via de rechter zouden opeisen.

IJsland en Nederland hadden een Memorandum of understanding getekend waarbij IJsland gedupeerde Icesave-spaarders (de internetbank van Landsbanki) tegemoet zou komen. Maar de IJslandse autoriteiten deden er, volgens advocaat Daalder, alles aan om onder deze toezegging uit te komen. Nog altijd is deze zaak niet geregeld, zei de landsadvocaat gisteren tijdens de zitting.

Om de Icesave-spaarders gerust te stellen, verhoogde minister Bos medio oktober de vergoeding van het zogenoemde depositogarantiestelsel tot 100.000 euro. „Een politiek besluit”, aldus Daalder. Een bedrag van 20.887 euro wordt vergoed door de IJslandse autoriteiten. De regeling kost IJsland ongeveer 1,3 miljard euro en om dit te financieren heeft het land een lening afgesloten bij de Nederlandse staat. „Daarom is alles er ook op gericht om die 1,3 miljard euro terug te krijgen”, aldus Niels Koeman, advocaat van de lagere overheden. „Het ging Bos helemaal niet om het algemeen belang, maar het belang van de schatkist.” Zijn collega Daalder rekende voor dat de schade voor iedere Nederlander 79,27 euro zou worden wanneer IJsland niet betaalt (1,3 miljard euro voor 16,4 miljoen Nederlanders). En dat is meer dan de schadepost van 30,70 euro per inwoner van Noord-Holland (80 miljoen op 2,6 miljoen inwoners). „Een onzinnige vergelijking”, meent gedeputeerde Peter Visser van de provincie Noord-Holland. „Het Rijk verhindert ons gewoon om ons recht te halen.”

Een uitspraak wordt over zes weken verwacht. Koeman onderstreept dat het hier om een „zeer principiële zaak” gaat. „Wij hebben goede hoop dat de Raad van State duidelijk zal maken dat het Rijk hier te ver is gegaan. Dan zal het Rijk alsnog de gemiste schade moeten vergoeden.”