Drie hoffelijke revolutionairen

Je hoort in de crypte, als je lang genoeg wacht en goed luistert, een raar gefluister. Maarten Doorman en fotograaf Fredie Beckmans bezoeken graven van filosofen.

Het beste bezoek je de crypte van Markies de Condorcet in de ochtend, als het in het Panthéon nog bladstil is. Bij de tweehonderdste verjaardag van de Franse Revolutie in 1989 werd de filosoof daar bijgezet, samen met de wiskundige Gaspard Monge ofwel de graaf van Péluse, en Abbé Grégoire, die voor de Joden opkwam, de slavernij deed afschaffen en veel meer moois voor elkaar kreeg.

Wie van het harde licht buiten in de schemer van de crypte afdaalt, kan er als hij lang genoeg wacht en goed luistert een raar gefluister horen.

– Ik bewonderde u als wiskundige, raspt dan de stem van Condorcet tegen Monge. U hoorde weliswaar bij het revolutionaire bewind toen ik stierf in mijn cel. En later stal u met Napoleon schilderijen uit Italië. Maar de helderheid van uw beschrijvende meetkunde...

De rest is niet te verstaan onder het geslof van iemand die aan de zandstenen crypte voorbijgaat.

Van ver komt uit het graf van Monge nu zacht gerochel, als van een stikkend knaagdier.

– Ik had beter een voorbeeld aan de abbé hier naast me kunnen nemen, klinkt het bescheiden. Hij bestreed wat tegenwoordig racisme heet, hij verzette zich tegen Napoleon, hij zorgde voor vrijheid van godsdienst. Hij was pas een man van de toekomst.

– Nee, waarde Monge, protesteert nu Abbé Grégoire. Laten we ermee vereerd zijn dat we naast de grote Condorcet mogen liggen. Wij zaten allebei voor het regime het onderwijs te hervormen terwijl onze visionaire buurman door ditzelfde bewind werd vermoord!

– Ho, ho, heren, fluistert het net hoorbaar bij Condorcet. Ik stierf als filosoof, ik dronk de gifbeker, als Socrates. Mijn Schets over de vooruitgang van de menselijke geest was net voltooid en ik zag de toekomst vol vertrouwen tegemoet. Mij kregen ze niet klein.

– U schetste tien stadia van toenemend geluk in de Geschiedenis van de Mensheid, gorgelt Monge, en wij zaten in het negende. Dat laatste stadium, is dat na de Revolutie eigenlijk ooit aangebroken?

Het blijft akelig stil in de crypte. Er staat een man in de deur, omhoog geschoven zonnebril, lichtblauwe sokken in zilveren sportschoenen en videocamera in de aanslag. Achter hem loopt zijn vrouw in trainingspak te sms’en. Nothing to see here, zegt hij over zijn schouder, en zo is het.

Maarten Doorman