Dit voelt niet als Stockholm

Katarina Kieri: De vriend van de vriendin van de moeder van Maja. Vert. Bernadette Custers. Van Goor, 14+, 143 blz. €12,95

Een meisje zegt tegen haar vriendin: ‘Dinsdagen bestaan wel, maar laten geen sporen na.’ Haar vriendin is onder de indruk en denkt: ‘Zij kan poëzie maken van de eenvoudigste bewering’.

Die dialoog is een van de vele parels in het Zweedse jeugdboek De vriend van de vriendin van de moeder van Maja van Katarina Kieri. De toon is terloops en licht filosofisch, terwijl de vriendin in gedachten bezig is de positie van de spreekster te bepalen: ‘Ik heb altijd gedacht dat het te maken heeft met dat haar vader zoveel naar muziek luistert.’ Voor de schrijfster geldt zeker dat ze van de eenvoudigste bewering poëzie maakt.

De belevenissen van enkele leerlingen van een school voor voortgezet onderwijs in Stockholm zijn namelijk allesbehalve spectaculair. Stille verliefdheid, liefdeloze ontmaagding, de verering van een coole muzikant, wat ranzige handtastelijkheden. Kieri maakt dit oude verhaal echter als nieuw met een hoogst originele vorm.

De vriend van de vriendin van de moeder van Maja is een bundel van elf novellen, een zeldzaamheid in een jeugdboek. Die losse verhalen hebben wel voor een groot deel steeds dezelfde arena en personages, die beurtelings vertellen zonder veel uit te leggen.

Daarbij komen cruciale gebeurtenissen vaak maar onnadrukkelijk terug, zoals de huilbui van een docente en de zenuwinzinking van een leerlinge. Zo raken de verhalen verweven, als de lapjes op een patchwork.

De elliptische vertelstructuur met terugkerende scènes, maakt dat je als lezer langs de gesprekken en de gedachten dwaalt zonder dat je het gevoel hebt te worden gestuurd. Geleidelijk beginnen dingen op te vallen. Dat veel draait om vervreemding, bijvoorbeeld. Tomas die steeds maar zegt: ‘Het voelt niet alsof ik in Stockholm ben.’ Emmely die een moment van dissociatie beleeft, als ze haar zus als vreemdeling ziet: ‘Ze was daar en niet daar, tegelijkertijd.’

De eenzaamheid van de hoofdpersonen komt voort uit hun puberale egocentrisme. Niemand neemt de moeite om de namen van de moeder van Maja en haar vriendin te noemen. De eenzaamheid komt verder voort uit de absurde verboden van de puberwereld: jongens van achttien wandelen niet, een huilende docente troost je niet en ‘Aan Maja vragen wat ze had gezegd was uitgesloten’. Zo blijft iedereen in zijn eigen cocon.

Waar veel andere schrijvers blijven hangen in puberleed, deconstrueert Katarina Kieri de regels die dat leed veroorzaken. En speelt ermee. Want er is een jongen die de docente wel troost en zo ontbolstert. En de ene jongen die toch gaat wandelen, heeft een landerig grappig gesprekje met zijn aangeschoten moeder. ‘Sneeuwt het?’ ‘Nee’ ‘Maar ik dacht dat het net sneeuwde’ ‘Ja, even ja, maar daarna hield het weer op’.

Bernadette Custers heeft de novellen vertaald in prachtig Nederlands. Zo kan ook de Nederlandse lezer ronddwalen en ontdekkingen blijven doen in dit schitterende jeugdboek.