'Deze leerlingen lopen achterstand niet meer in'

Leerlingen op Vrije scholen in het voortgezet onderwijs rekenen en schrijven slecht. „Als je cognitieve vakken belangrijk vindt, is deze school geen goede keuze.”

Vrije scholen zijn bijzonder, zegt Hilde Steenbergen. Ze promoveert er 12 maart op, aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Steenbergen onderzocht de effectiviteit van Vrije scholen ten opzichte van andere ‘witte’ scholen in het voortgezet onderwijs. De kinderen die er zitten, hebben veelal ouders die hogeropgeleid zijn, uit de hogere sociale milieus.

Uit het onderzoek blijkt dat vooral de minder intelligente leerlingen uit die milieus naar de Vrije school gaan. De leerlingen zijn er ook minder taalvaardig dan die op andere ‘witte scholen’. Verder zijn ze over het algemeen bescheidener, minder extravert, minder ordelijk, en hebben ze minder zelfrespect, vooral de meisjes. „Ik denk dat dat komt doordat ze op school relatief vaak met maatschappelijke vraagstukken worden geconfronteerd”, zegt Steenbergen.

Vrije scholen zeggen dat ze kinderen ‘breder’ ontwikkelen, ook op creatief gebied, dan ‘normale’ scholen.

„Dat klopt. Maar op rekenen en taal scoren ze fors slechter. Dat geldt ook voor probleemoplossend vermogen. De conclusie is dat de gemiddelde toegevoegde waarde van Vrije scholen lager is dan die van reguliere scholen.”

Waarom scoren ze zo slecht?

„De meeste kinderen op Vrije scholen in het voortgezet onderwijs komen van Vrije scholen in het basisonderwijs. Daar hebben ze cognitieve vakken slechter geleerd.”

Lopen ze die achterstand weer in?

„In het derde jaar van het voortgezet onderwijs nog niet. Ik vind in mijn onderzoek ook geen aanwijzingen dat dit later wel zo zou zijn, maar dat is niet onderzocht.”

Zijn leerlingen van Vrije scholen ergens beter in dan reguliere?

„Jazeker. Leerlingen op Vrije scholen zijn milder, meer geneigd anderen te helpen, en ze zijn autonomer. Ze zijn ook gemotiveerder om te leren, kunnen beter plannen, en hebben een betere relatie met hun docent. Verder hebben ze vaker betere leerstrategieën en zijn ze er meer van overtuigd dat ze het goed doen op school.”

Maar ze doen het niet zo goed.

„Wellicht gedijen minder intelligente kinderen beter in een minder prestatiegerichte schoolomgeving. Als je het negatief uitlegt, zou je kunnen zeggen dat Vrijeschoolleerlingen aan enorme zelfoverschatting lijden ten aanzien van hun schoolprestaties.”

Vrije scholen zeggen altijd dat ze beter scoren op creativiteit, cultuur, zelf- en maatschappelijk bewustzijn. Is dat zo?

„Dat zou kunnen, maar dat heb ik niet gemeten.”

In het gunstigste geval scoren Vrije scholen dus alleen significant beter op creativiteit?

„Ja. En op motivatie en dus leerstrategieën. Leerlingen van Vrije scholen willen blijven leren. Dat is op andere scholen veel minder.”

Vindt u dat ouders voldoende weten over de prestaties van Vrije scholen?

„Nee. Mijn onderzoek is het eerste naar de effectiviteit van Vrije scholen. Ik denk dat als twijfelende ouders dit horen over rekenen, ze zich wel twee keer achter hun oor krabben voor ze hun kind op een Vrije basisschool aanmelden.”

U raadt ouders af naar een Vrije school te gaan?

„Zeker niet! Het ligt er maar aan wat ouders belangrijk vinden voor hun kinderen. Als ze cognitieve vakken belangrijk vinden, is een Vrije school geen goede keuze. Als ze het belangrijk vinden dat hun kind ‘zichzelf’ kan zijn op school, dat het zich breed ontwikkelt en dat het een positieve houding ten opzichte van leren ontwikkelt, is een Vrije school wel goed.”

Zou u zelf uw kinderen naar een Vrije school laten gaan?

„Voor twee van mijn kinderen zou een Vrije school voor voortgezet onderwijs best kunnen. Een Vrije basisschool zou ik nooit overwegen. Ik vind dat de basisvaardigheden gewoon goed moet zijn.”

Proefschrift op nrc.nl/binnenland