Deze bedrijven doen het wel goed!

In tijden van crisis floreren familiebedrijven.

De bedrijfsleiding is persoonlijk betrokken. En er is veel eigen vermogen.

Familiebedrijven zijn stabiele organisaties die zich in tijden van crisis goed staande kunnen houden. Veel familiebedrijven bestaan niet voor niets al honderden jaren. Neem drankproducent De Kuyper uit Schiedam. Het bedrijf is opgericht in 1695 en de tiende generatie staat op het punt de leiding over te geven aan neven en nichten.

Familiebedrijven zijn erg gesloten, ook als het gaat om cijfers. Maar uit een lijst van adviesbureau Berenschot kan worden afgeleid dat ook tijdens de vorige recessie, in 2001, het vooral de familiebedrijven waren die het hoofd boven water hielden. In deze lijst staan twintig ‘recessiebestendige’ bedrijven die vanaf 2000 tot 2007 elk jaar winstgevend waren én een continue groei in omzet en werknemers hadden. Meer dan de helft van die ondernemingen zijn familiebedrijven.

Dat organisaties van families vaak overleven, komt in de eerste plaats doordat de bedrijfsleiding persoonlijk betrokken is bij het wel en wee van het bedrijf. Dat schrijven de adviseurs Maurits Bruel, Jurgen Geerlings en Joost van Hamel in hun onlangs verschenenen boek Uitblinken als familiebedrijf. De identiteit van de familie is de identiteit van het bedrijf. Volgens de auteurs gaat het dus bij deze concerns niet alleen om het financiële profijt, maar ook om het verwezenlijken van maatschappelijke waarden en de continuïteit van het bedrijf.

Familieondernemingen zijn verder veel meer op de lange termijn gericht, doordat de organisatie van generatie op generatie overgaat. Klopt, zegt Albert Jan Thomassen, directeur van FBNed de Vereniging Familiebedrijven Nederland. Bij familiebedrijven is ook de band met het personeel hechter, vertelt hij. „Ze ontslaan hun werknemers minder snel.”

In Uitblinken als familiebedrijf staat dat familiebedrijven in slechte tijden extra volhardend zijn. Familieleden stellen extra geld beschikbaar of springen bij in de productie van het bedrijf. Volgens de auteurs kunnen deze mensen vrij soepel worden ingepast, ze kennen het bedrijf, zelfs al werkten zij er niet eerder.

Bovendien zijn familiebedrijven over het algemeen conservatiever gefinancierd, vertelt hoogleraar bedrijfseconomische geschiedenis Keetie Sluyterman. „Ze maken meer gebruik van eigen vermogen in plaats van vreemd vermogen.” Alle investeringen en uitbreidingen worden bij voorkeur gefinancierd uit eigen middelen. „Dit kan in de huidige tijd, waarin banken minder makkelijk kredieten verschaffen, een voordeel zijn.” En aandeelhouders van familiebedrijven zijn over het algemeen wat geduldiger dan de bank, vertelt ze. „Ze zijn bereid om een paar jaar met wat minder inkomen te doen, omdat ze meer gericht zijn op de langere termijn.”