De studenten kunnen niet eeuwig constructief zijn

Waar winden stedelingen zich over op? In Amsterdam verzetten juristen zich tegen verhuizing van de rechtenfaculteit. „Die sfeer hier heeft mijn leven verrijkt.”

De faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam is niet zomaar een faculteit. De juristen huizen al bijna 130 jaar in een van de monumentale attracties van de binnenstad, de Oudemanhuispoort. Wie hier college volgt, passeert eerst een zwierige poort en wandelt door een gang met romantische boekenstalletjes, om vervolgens de fraaie binnenhof te betreden. Daaromheen ligt een gebouw met labyrintische allure vol hoeken en gaten, dat niettemin hard toe is aan renovatie.

De juristen moeten hier weg, zo heeft het college van bestuur onlangs besloten. De universiteit wil het grote aantal locaties in de stad tot vier beperken. In de omgeving van de Oudemanhuispoort moet een nieuwe bibliotheek verrijzen. „En dat is de natuurlijke plek om daar in de buurt de geesteswetenschappen te huisvesten”, zegt Karel van der Toorn, voorzitter van het college van bestuur. De juristen is verzocht per 2015 te verhuizen naar het Roeterseiland, waar zij samen zullen worden gebracht met de economische faculteit en de faculteit van maatschappij- en gedragswetenschappen. Karel van der Toorn: „Recente ontwikkelingen in de rechtsgeleerdheid tonen aan dat daarin de economie en de maatschappij- en gedragswetenschappen belangrijker worden.”

De rechtsgeleerden zijn onthutst. Studenten komen in verzet en protesteren met een website. Een groep van 25 hoogleraren maakt ernstig bezwaar. Nut en noodzaak zijn niet aangetoond, schreven ze vorige week in een brief, en de verhuizing zal „grote schade” toebrengen aan de concurrentiekracht van de faculteit. „Generaties studenten hebben hun keuze voor een rechtenstudie aan de UvA mede laten bepalen door deze unieke locatie. Dat geldt ook voor het wetenschappelijke personeel. De wervende kracht die uitgaat van een werkplek in het historische hart van de binnenstad, heeft bij velen van ons een grotere rol gespeeld bij de keuze voor een loopbaan bij de UvA dan universitaire arbeidsvoorwaarden die landelijk zijn gelijkgeschakeld en die de vergelijking met, bijvoorbeeld, de advocatuur niet of nauwelijks kunnen doorstaan.”

De studenten roemen de Oudemanhuispoort om haar plaats in het hartje van de stad, in de buurt van veel cafés. Student Onno Hennis: „Dat geeft een echte studentensfeer.” Promovendus Jaap Baaij: „Studenten en docenten komen elkaar tegen. Je zit in een café en vraagt een passerende hoogleraar om aan het gesprek mee te doen. Het leven op college en privéleven gaan in elkaar over. Die sfeer heeft mijn leven verrijkt.” De docenten zijn al even verknocht aan de historische plek. Hoogleraar Bernt Hugenholtz: „Ik zou in de advocatuur vijf keer zo veel kunnen verdienen als hier. Je werkt aan de universiteit voor een belangrijk deel uit idealisme en bevlogenheid. Maar de liefde kan niet altijd van één kant komen.”

De juristen hebben de indruk dat hun belangen ondergeschikt zijn gemaakt aan de wens van het college van bestuur om „geschiedenis te schrijven” met een groot en prestigieus bouwproject. Bernt Hugenholtz: „Er worden steeds andere argumenten gebruikt om ons hier weg te krijgen. In het begin werd gezegd dat het gebouw te klein voor ons is. Dat is niet zo. Later werd gezegd dat men dit gebouw wil gebruiken voor algemene functies van de universiteit. En deze week moeten wij in het universiteitsblad Folia lezen dat men een deel van de gebouwen als kantoorruimte wil verkopen. We worden er gewoon uit geschopt.” Promovendus Jaap Baaij: „Het is alsof je een been amputeert met als argument dat iemand anders dat been nodig heeft.” Hoogleraar Arthur Salomons denkt mee over de renovatie van het gebouw op het Roeterseiland dat de juristen moet huisvesten. Hij doet dat niet van harte. Salomons: „Er is veel verzet. Bovendien is het niet verstandig om kantoren te verkopen in deze slechte marktsituatie. Alle reden dus om voorlopig een pas op de plaats te maken.”

Voorzitter Karel van der Toorn van het college van bestuur in het Maagdenhuis is van het brede verzet op de hoogte. Maar hij denkt een goed plan te hebben. Dat rechtenstudenten voor de UvA kiezen en niet voor bijvoorbeeld de Vrije Universiteit, heeft volgens hem weinig te maken met het gebouw. „Wie dat stelt, doet zichzelf te kort. Mensen laten zich niet leiden door een gebouw, maar door het feit dat daar interessante mensen rondlopen die goed onderwijs geven.” Alternatieven voor het verhuisplan zijn er volgens hem niet. „Het is moeilijk verzet weg te nemen als dat voortkomt uit gevoelens van aanhankelijkheid en gehechtheid aan een plek. Ik denk dat je ook verliefd kunt worden op het Roeterseiland. Het verzet komt ook voort uit een tekort aan informatie. We hebben aanvankelijk gezegd dat we het gebouw zouden renoveren voor de juridische faculteit. Dat werd anders toen anderhalf jaar geleden uit onderzoek bleek dat de renovatie tientallen miljoenen euro’s duurder zou uitvallen dan aanvankelijk was geschat. Dat zou ten koste moeten gaan van onderwijs en onderzoek. Dat willen we niet.”

De rechtenstudenten zeggen zich de afgelopen maanden „constructief” te hebben opgesteld, maar die houding niet eeuwig te kunnen volhouden. Voorzitter Danny Mekic’ van de facultaire studentenraad: „Het college legt adviezen naast zich neer en gaat gewoon door. We moeten nadenken over andere manieren om de deuren van het Maagdenhuis te openen.” Student Onno Hennis heeft nog een laatste argument om de verhuizing af te blazen. „Wij zijn de enigen die in dit gebouw de weg weten.”