De romantiek van onzichtbaarheid

Beeldende kunst. Schuilplaats voor Anas Penelope, Broos, Oortjespad 3, Kamerik. Inl: www.zangsporen.nl * * *

Kijk je op Google Maps, dan zie je dat de omgeving van Woerden groen is, polder, zoals het al generaties lang is. Trekvogels vliegen er over; schapen grazen er tussen sloten en boerderijen. En wandel je hier doorheen, dan zie je overal contouren van een vertrouwde horizon: groen, vlak, met her en der een kerktorentje dat naar de blauwe hemel reikt.

Maar niets is ooit wat het lijkt, natuurlijk. Zo ligt Woerden middenin de Randstad. En ter plekke blijken snelle autowegen de polder te doorkruisen, blijkt het groen een populair golfterrein te zijn, het meertje een recreatieplas en de met riet bedekte boerderij een restaurant voor sporters en campinggasten. Niet alleen steden veranderen zienderogen, ook het traditionele platteland verdwijnt.

Steeds vaker wordt kunst ingezet om die veranderingen te markeren en om de pijn bij omwonenden te verzachten. Op de recreatieplas achter het golfterrein van Kamerik, naast Woerden, verscheen in december een kerkje: een kunstwerk van kunstenaarsduo Broos. Het is een van de meer tastbare kunstprojecten van Zangsporen, een langdurig kunstproject waarmee de provincie Utrecht sinds 2002 in het Utrechtse platteland investeert.

Door Zangsporen organiseren kunstenaars wandelingen langs historische plekken, loopt een ‘polderwachter’ rond en verrijzen grote ouderwetse hekken in de wei, ontworpen door kunstenaars. De website van het kunstproject ademt een verlangen naar veengebieden met tovenaressen en molenstompen. Community art à la Swiebertje.

Het platteland heeft een geliefde romantiek. De Venen, zoals dit Utrechtse groen heet, is dan ook een dankbaarder omgeving voor kunst dan een rotonde of woonwijk. Maar het heeft minder publiek. En als verantwoording naar de belastingbetaler is de romantiek van onzichtbaarheid nogal een zwak argument. Om die reden is communicatie rond kunst op het platteland vervlochten met de kunst zelf: verslaglegging op internet, bijeenkomsten voor omwonenden, busreisjes en gegidste wandelingen.

Die communicatiebehoefte blijkt ook bij het kerkje van Broos, waar een informatiebord aan de rand zeldzaam uitgebreide informatie biedt over de kunstenaars en het kunstwerk. Dat heet Schuilplaats voor Anas Penelope, naar de Latijnse naam voor de smient, en is een eendenkooi met symboliek. Het heeft het silhouet van een IJslands kerkje, naar het thuisland van de smient die daar broedt en in De Venen overwintert. Dat is niet de enige betekenis van het werk.

Tijdens de Reformatie liepen Katholieken hier richting een schuilkerk iets verderop, die alleen nog in de overlevering bestaat. Een landschap bedekt zijn geheimen, kunst kan die onthullen. Maar helaas is het verhaal warmer dan het kerkje zelf. Op persfoto’s verrijst het sprookjesachtig uit het riet; in het echt blijkt het een zwarte vlek die verzuipt op de grote plas. Het kerkje is te klein of het meertje is te groot – de schaal klopt in ieder geval niet. Het zou beter zijn geweest als het kerkje verscholen lag, gezellig voor de smient en een goede parallel met de schuilkerk.

Kunst op het platteland bestaat vaak uit kleine projecten van tijdelijke aard – een houten kerkje in water kan niet lang bestaan. De projecten hebben een menselijke schaal, maar zijn vaak onzichtbaar onder grootse meerjarenplannen. Hoe meer Nederland op de tekentafel wordt ingedeeld voor planologische ambities, hoe meer kunstambtenaren gelijke tred moeten houden met grote gebiedsplannen. Utrecht legt met kunst de nadruk op het agrarische; Noord-Brabant op landschap en ecologie; Zuid-Holland op het uitzicht van de mens in het groen-stedelijke panorama. Maar eigenlijk zijn die verschillen subtiel: in alle provincies roept kunst collectieve herinneringen op aan een oer-Hollandse, soms gedroomde geschiedenis van weleer. Kunst als panacee, om mensen te verzoenen met de veranderende identiteit van hun woonomgeving.