De ramp van de omroepverenigingen

Woensdag was weer zo’n dag: in Nederland gebeurt iets wat niet dagelijks gebeurt, en het Journaal is van 11 tot 6 in de lucht.

Zoals het hoort.

Je wordt er als kijker misschien wat hangerig van omdat er vaak urenlang niets meer bij gebeurt. Ik herinner me de kaping bij Wijster nog. Toen was je al blij als ze met een telelens een Molukse bemiddelingsdominee volgden die de wandeling volbracht naar de gele trein die twaalf dagen lang in het natte weiland had gestaan. Zelfs op het gebroken Turkse vliegtuig raakte ik ten slotte een beetje uitgekeken.

Maar verder geen kwaad woord over de continuarbeid waarin met een handzaam team wel ongeveer alles werd gecoverd wat ik wou weten, en als er iets verborgen bleef lag dat aan de locoburgemeester van het dorp waaronder Schiphol ressorteert. Die riep telkens de pers bijeen om te zeggen dat hij nergens mededeling van kon doen.

Waarom is de NOS niet de hele avond doorgegaan?

Pijnlijk onderwerp. De televisieavond is zoals bekend het domein van afzonderlijke verenigingen als Llink, Max, Wakker Nederland, Piep of Meneer Kaktus, die allemaal een ‘stroming’ vertegenwoordigen, en vanuit hun specifieke levensbeschouwing het nieuws inkleuren dat bij de NOS immers geen kleur mag hebben. Zo blijft het Bestel pluriform – het ideaal van cultuurminister Plasterk.

Ik begon om kwart over zes bij EénVandaag dat z’n hele aflevering aan de ramp had gewijd. Hadden ze iets nieuws? Nee. Alle passagiers die het overleefd hadden, en die al uitvoerig in het lange Journaal aan bod waren gekomen, kwamen opnieuw langs. Samen met de hulpverleners, de naburige akkerbouwers, de andere ooggetuigen, mr Pieter van Vollenhoven en de afhalers op Schiphol. Had de eigen Eén-verslaggever, die de hele dag met een eigen cameraploeg de verslaggever van de NOS en diens eigen cameraploeg voor de voeten had gelopen, dan misschien een unieke invalshoek gevonden? Geen sprake van. Zat in de wijze waarop Benno Baksteen werd benaderd op z’n minst een duidelijk AVRO- of TROS-geluid? Helaas.

Ik wachtte op De Wereld Draait Door, en zag aan tafel twee mannen zitten die het ramptoestel hadden kunnen ontspringen, en die er nog weer in waren teruggeklommen om medepassagiers te helpen ontkomen. Ik herkende ze meteen. Eerder op de dag hadden ze hun bijzondere verhaal al een keer of drie, vier aan Journaal-verslaggevers verteld, en ook de vijfde keer hing ik nog aan hun lippen. Daar ging ’t niet om. Maar stonden hun belevenissen, in tegenstelling tot wat ze overdag hadden uitgestraald, nu in het typisch sociaal-democratische licht van de VARA? Absoluut niet. Stelde Matthijs van Nieuwkerk vragen waardoor de gebeurtenissen een andere betekenis kregen dan ze bij de NOS hadden gehad? Niks d’r van. Was aan de pluriformiteit van het Bestel dan wel een dienst bewezen? Op geen stukken na.

Ik probeerde het eerst nog bij Netwerk. Dat zag eruit alsof ze én de hele Journaal-uitzending, én EénVandaag én Matthijs van Nieuwkerk onder de Xerox hadden gelegd. Maar, zult u vragen, ik hoop toch wel met de authentiek christelijke dressing van NCRV of EO? Nee, mevrouw, geen spoor.

Moest ik nu nog even langs Clairy Polak? Maar ik wist het al. Hoe frustrerend zal het voor de NOVA-verslaggever zijn geweest om ’s ochtends een akkerbouwer te spreken die meteen al live door de NOS was uitgezonden, terwijl zijn interview pas om half elf ’s avonds aan de beurt kwam – met dezelfde tekst van dezelfde geschrokken boer.

De pluriforme informatie van de Publieke Omroep: viermaal hetzelfde. Zelfs als je er drie afschaft, blijft er altijd nóg eentje over die niks toevoegt aan het kleurloze Journaal. Die kan dus ook weg.

Jan Blokker