De metamorfoses van drie Aziatische havensteden

Leonard Blussé: Visible Cities. Canton, Nagasaki and Batavia and the Coming of the Americans. Harvard University Press, 134 blz. € 24,-

Fernand Braudel schetste het ontstaan van een kapitalistische wereldeconomie aan de hand van havensteden: Venetië, Genua, Antwerpen, Amsterdam en Londen. De Leidse historicus en sinoloog Leonard Blussé gaf in 2006 aan het Amerikaanse Harvard lezingen over ‘interculturele ontmoetingen in vroegmodern Azië’. En net als Braudel situeerde ook hij zijn verhaal in havensteden: Kanton, Nagasaki en Batavia, alle drie gelegen aan de Chinese Zee, de Middellandse Zee van het Verre Oosten. In de 18de eeuw waren dit de vensters op de wereld van drie rijken: het China van de Tsjing-dynastie, het Japan van de Tokugawa-shoguns en het imperium van de VOC.

In alle drie de havens waren VOC-dienaren gevestigd. Blussé begeleidde veel promotieonderzoek in VOC-archieven en was redacteur van een hele reeks bronnenpublicaties uit het Chinees en Japans. Zijn lezingen zijn nu gebundeld in het mooi verzorgde, vlot geschreven boekje Visible Cities, een titel die verwijst naar de vele 18de-eeuwse prenten van deze steden. Het is ook een toespeling op Le Città Invisibili, een roman van Italo Calvino waarin Marco Polo voor Kublai Khan, de keizer van China, de steden van diens uitgestrekte rijk lijkt te beschrijven, maar in werkelijkheid herinneringen ophaalt aan zijn geboortestad Venetië.

Blussé geeft een verrassend beeld van het samenspel van krachten rond de Chinese Zee. De zeehandel leefde op na drie politieke omwentelingen in 17de eeuw. Met de stichting van Batavia in 1619 schiep de VOC op Java een stapelplaats van Aziatische producten voor de Europese markt en tegelijk een knooppunt voor de Aziatische handel. De shoguns van het geslacht Tokugawa verdreven in 1639 de Portugezen en sloten Japan af van de buitenwereld. Maar een jaar later stonden ze de VOC toe een post te onderhouden op het eilandje Deshima, voor de kust van Nagasaki. Daarmee kreeg de VOC het monopolie op verkoop van Chinese zijde aan Japan en het alleenrecht op verhandeling van Japans zilver en koper.

De derde omwenteling voltrok zich in China. Onder de Ming-dynastie waren de Chinese keizers fel gekant tegen particuliere handel. Ondernemende lieden aan de Chinese zuidkust zochten hun heil overzee en stichtten ‘Chinatowns’ in Manila en Batavia. In 1644 grondvestte een Mantsjoe een nieuwe keizerlijke dynastie. De Mantsjoe’s stamden uit het grensgebied met Mongolië en hadden altijd handel gedreven met Korea en China. In 1684 trok de keizer het verbod op overzeese handel in.

De VOC, de shogun en de keizer onderwierpen de bloeiende handel in de Chinese Zee aan regels. Japan liet alleen Nederlandse schepen toe en stelde jaarlijks quota vast voor de export. De Chinese keizer stelde alleen Kanton open voor buitenlandse schepen en men mocht uitsluitend zaken doen met de zogenoemde Hong-kooplieden.

Batavia was, anders dan de post bij Nagasaki en de factorij in Kanton, een koloniale bezitting van de VOC. De gouverneurs in Batavia gedroegen zich als soevereine heersers. De handel van de VOC met haar Aziatische partners verliep niet altijd op voet van gelijkheid. Als de vraagprijs niet beviel, dreigde ze met geweld. Indische specerijen werden geleverd in ruil voor diensten, zoals protectie. Maar in China en Japan nam de Compagnie genoegen met de gestelde voorwaarden, want deze partners waren te machtig om te bruuskeren.

In de loop van de 18de eeuw voltrokken zich opnieuw veranderingen in de Aziatische zeehandel. Chinese thee werd populair in Europa en de Britten gingen in Bengalen opium verbouwen die ze in China ruilden voor thee. Om die concurrentie te pareren opende de VOC-leiding in de Republiek een rechtstreekse scheepvaartverbinding met Kanton. Daardoor raakte Batavia een belangrijk deel van de Chinese jonkhandel kwijt. Toen de Franse invasie van de Republiek de banden met Azië doorsneed, kwamen kooplieden uit de pas onafhankelijke VS de Nederlanders te hulp. Vanaf 1797 voeren Amerikaanse koopvaarders onder Nederlandse vlag op Nagasaki. Maar in 1807 kondigde president Thomas Jefferson de Embargo Act af. De Amerikanen zouden pas weer opduiken in Azië toen commodore Matthew Perry Japan in 1854 dwong zijn havens open te stellen voor westerse schepen. Een nieuwe fase begon: handel op westerse voorwaarden.