De grote stresstest

We zullen er allemaal aan moeten geloven, aan de stresstest. Het woord klinkt nieuw en aardig – zolang je tong niet struikelt over de s-klank – en het zou wereldwijd wel eens het woord van het jaar kunnen worden.

Maar de werkelijkheid erachter ziet er minder vrolijk uit. Het is de test of we crisisbestendig zijn, ‘de nieuwe en grote beproeving’ die premier Balkenende ons vorige week in het vooruitzicht stelde. Je hoeft je er niet voor op te geven, je komt vanzelf aan de beurt.

De 19 grootste banken in de VS moeten zich binnen twee maanden aan een stresstest onderwerpen, maakte de regering-Obama woensdag bekend, om te zien of ze overeind blijven als de economie verder verslechtert. Dat lijkt me geen overbodige luxe – en overigens nog maar het begin. De crisis zal winnaars en verliezers opleveren, zei president Sarkozy onlangs, maar voorlopig is alleen het tweede deel van die stelling bewezen.

Van de VS tot China en alles wat er tussenin ligt, van banken en bedrijven tot politieke leiders, hun principes en hun valuta, van huizenbezitters en beleggers tot werknemers en gepensioneerden: allemaal moeten we op voor de grote stresstest – als we niet al hard bezig zijn om ervoor te zakken. En wie zakt, kan meer verliezen dan alleen zijn inleg.

Neem Europa. Door de crisis lopen de interne spanningen hoog op. Behalve het gevaar van omvallende banken blijken we ook te moeten vrezen voor omvallende buren. Nieuwe lidstaten van de Europese Unie als Letland, Hongarije en Roemenië, zitten al in acute financiële nood. Wat doen we er aan? Kunnen we ons veroorloven ze te hulp te komen, terwijl we zelf al zoveel financiële zorgen hebben? Kunnen we ons veroorloven om niets te doen?

„Het is twintig jaar nadat Europa werd herenigd”, zei president Zoellick van de Wereldbank vorige week, „wat een tragedie zou het zijn als jullie toelaten dat Europa weer uit elkaar valt.” Om dat te voorkomen moeten de rijke Europese landen de economieën in Centraal- en Oost-Europa volgens Zoellick snel te hulp komen. Ook uit eigenbelang.

Het gaat om meer dan een financieel probleem. De crisis heeft het vertrouwen in de vrije markt al ernstig geschaad, en het vertrouwen in de EU staat op het spel. De middenklasse in de nieuwe lidstaten die de afgelopen jaren kon profiteren van de aansluiting bij Europa, wordt nu overvallen door kelderende valuta, onbetaalbare hypotheken en snel oplopende werkloosheid.

We volgden jullie model en dat blijkt een recept voor ellende te zijn geweest, verwoordde de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev de desillusie in de Financial Times.

En wat doet de Europese Unie? „Het schip verkeert in zwaar weer, en nu beginnen ze de zwakkere passagiers over boord te gooien”, zette de Poolse premier Tusk de zaak onlangs op scherp.

Grote spanning is er ook binnen de groep landen van de euro. De rente die de regeringen van Griekenland en Italië moeten betalen om geld te kunnen lenen, dreigt zoveel hoger te worden dan de rente voor Duitsland, dat het voor die eerste landen onhoudbaar wordt. Eén gemeenschappelijke euro-obligatie voor alle landen in de eurozone, zou uitkomst moeten bieden. Maar de Duitse en Nederlandse kiezers zitten daar niet op te wachten. De landen die nog niet zijn toegetreden tot de euro al helemaal niet.

De vraag is wat de gedachte van Europese eenwording en solidariteit ons waard is. En wat de gevolgen zijn – voor onszelf, voor nieuwe en toekomstige lidstaten en voor de hele Europese economie – als de EU zakt voor deze stresstest.

Nu wreekt zich dat de Europese Unie in politiek opzicht nog altijd zwak is. Maar ook als gemeenschappelijke markt, tot nog toe een onbetwist succes, dreigt de Unie in deze crisis te falen.

Economisch nationalisme blijkt weer verleidelijk. Sarkozy wekte in nieuwe lidstaten grote woede met zijn plan Franse autoconcerns steun te geven, op voorwaarde dat ze geen fabrieken sluiten in Frankrijk. Wat Peugeot en Citroën met hun vestigingen in de nieuwe lidstaten zouden doen, dat mochten ze natuurlijk zelf weten.

Maar op zo’n moment blijkt dat de Europese Commissie wel veel macht heeft ingeleverd ten gunste van de regeringsleiders, maar niet is uitgespeeld. „We moeten mensen beschermen door echte banen met echte toekomst voor ze te scheppen”, zei Neelie Kroes in een scherpe toespraak in Parijs. „Daar is leiderschap voor nodig, en dat is iets anders dan multinationals omkopen en banen stelen van je buren.” Niet diplomatiek, wel helder.

Sarkozy werd niet met name genoemd, ook zo was het wel duidelijk. Deze week werd bekend dat Frankrijk zijn plannen heeft aangepast. De commissaris voor mededinging heeft de laatste tijd heel wat moeten slikken, vooral aan marktverstorende staatssteun aan banken. Maar de stresstest heeft ze voorlopig doorstaan.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad

Reageren kan via nrc.nl/eijsvoogel