Crash: doden uit Turkije en de VS

Bij de crash van het toestel van Turkish Airlines zijn woensdag vijf Turken en vier Amerikanen omgekomen. Dat maakte burgemeester Weterings van Haarlemmermeer gisteravond bekend. Van alle negen doden zijn de familieleden ingelicht.

Het identificeren van de slachtoffers werd bemoeilijkt doordat er één onbekende onder de in totaal 135 passagiers was. Van 125 inzittenden is de nationaliteit vastgesteld. Het gaat om 60 Nederlanders, 51 Turken en 6 Amerikanen. Verder waren er 3 Britten, een Duitser, een Thai, een Italiaan, een Fin en een Bulgaar aan boord. Zes zwaargewonden verkeren nog in kritieke toestand.

Onder de Turkse doden waren de drie (co)piloten. Turkish Airlines heeft bevestigd dat de co-piloot van de Boeing 737-800 van de maatschappij, Olgay Özgür, op een trainingsvlucht was. Onduidelijk is nog of Özgür de landing uitvoerde. Dit moet blijken uit de analyse van de vluchtgegevens die zijn vastgelegd op de opnameapparatuur. De ‘zwarte doos’, waarin zich deze apparatuur bevindt, is geborgen en wordt nu onderzocht in een Frans laboratorium.

Turkish Airlines onderstreept dat Özgür niet onervaren was – hij haalde in 2004 zijn brevet – maar de jonge piloot was vrij onervaren op de Boeing 737-800. Om die reden was er een ervaren derde piloot in de cockpit aanwezig, die op de jump seat zat, de stoel die achterin de cockpit staat.

Benno Baksteen, oud-piloot en voorzitter van het Platform Duurzame Luchtvaart, zegt dat het trainen van jonge piloten zo gebruikelijk is. „Je moet een keer voor de eerste maal vliegen. Een derde piloot geeft extra zekerheid.”

Moderne verkeersvliegtuigen hebben gewoonlijk een tweekoppige bemanning. De gezagvoerder en de co-piloot maken onderling uit wie de start uitvoert en wie de landing. De piloten kunnen onderling altijd ingrijpen in elkaars handelen in noodsituaties.

Turkse media hebben gemeld dat het verongelukte toestel enkele dagen voor de crash twee keer technische problemen had. Het eerste mankement had plaats tijdens een vlucht op 18 februari, toen er problemen met de vleugels waren. De Boeing onderging daarna een technische controle op het vliegveld in Istanbul. De tweede storing deed zich voor op 23 februari, twee dagen voor het ongeluk. Een lampje in de cockpit gaf aan dat een onderdeel niet goed werkte. De piloten braken de start af.

Turkish Airlines erkent in een verklaring de technische mankementen aan het toestel, maar zegt dat alle problemen waren verholpen. „Ons onderhoud is overeenkomst de gebruikelijke internationale procedures”, zegt het bedrijf.

Turkish Airlines staat niet bekend als een bedrijf dat nalatig is met onderhoud. Wel was het de afgelopen 30 jaar vaker betrokken bij dodelijke ongelukken dan enige andere Europese maatschappij.

Eerdere artikelen op nrc.nl/crash