Anderhalf uur in de houdgreep van Helsen en Maassen

Het zou natuurlijk onzin zijn, om nu al te verkondigen dat Wim Helsen en Theo Maassen de beste cabaretvoorstellingen van dit jaar hebben gemaakt. Er zijn nog tien maanden te gaan en dus kan er, ook uit de meest onverwachte hoek, nog van alles gebeuren. Een jurylid van de VSCD-cabaretprijzen vertelde me kortgeleden dat hij jaarlijks 120 voorstellingen moet bekijken. In werkelijkheid zijn er tegenwoordig nog wel méér cabaretiers (en duo’s, trio’s en grotere groepen) op tournee, maar deze 120 vindt de jury al de moeite waard om serieus te worden beoordeeld. Kortom: er komen ook dit jaar nog heel wat premières aan. En wie weet hoe fantastisch die zullen zijn.

Maar wat wél vaststaat, is dit: sinds Helsen en Maassen hun nieuwste programma hebben laten zien, ligt de lat heel hoog.

Wim Helsen is de Vlaamse dwaas die in zijn twee vorige programma’s een onnavolgbaar personage speelde, met een volledig doorgedraaide redeneertrant. De hoofdpersoon in Het uur van de prutser is iets minder ongrijpbaar omdat hij – net als Helsen zelf – een komiek is. Sterker nog: hij dient zich aan als „een lolbroek van de bovenste plank” en belooft ons saaie bestaan op te vrolijken met tips ter ontregeling van chagrijnige winkeliers, lokettisten en andere functionarissen. Sinds zijn overrompelende start heeft Helsen al diverse navolgers gekregen, die blijkbaar denken dat het heel makkelijk is: men hoeft maar iets idioots te verzinnen en dan komt het succes vanzelf. Maar zo werkt dat niet. Helsen blinkt weliswaar uit in idiotie, maar is nooit onlogisch. Hij schept op zo’n avond een volstrekt eigen soort logica waaraan al zijn zotternij beantwoordt. Geheel volgens de wet van John Cleese. Men kan gerust een scène maken waarin zes bananen met elkaar in gesprek zijn, zei het Monty Python-genie ooit. Maar als zich vervolgens een normaal mens bij dat gezelschap voegt, zal men daar een goede, logische reden voor moeten geven.

En dan Theo Maassen – groter kan het verschil niet zijn. Helsen is de meester in het van de actualiteit losgezongen surrealisme, terwijl Maassen een evident engagement laat doorklinken in alles wat hij zegt. Zijn woede, hoe komisch ook, komt rechtstreeks voort uit bekommernis over de verwarring waarin ons land (en hij zelf, als jonge vader) dezer dagen verkeert. Meestal is het genant als een cabaretier te demonstratief zijn privé-omstandigheden staat uit te venten. Wie daaraan geen algemene betekenis kan geven, maakt zich al gauw schuldig aan opzichtig hengelen naar sympathie. Zo niet Maassen. Hij kan het zich zelfs veroorloven een fotootje van de pasgeborene uit zijn broekzak te halen, omdat hij er geen sentimenteel nummer van maakt. Integendeel: zijn voorstelling Zonder pardon is een strakgespannen, vaak schaamteloze tirade over de tegenwoordige tijd. Met verbluffend veel rake grappen en spannende doordenkers, argumenten en tegenargumenten.

Helsen en Maassen hebben één ding gemeen: ze slepen de toeschouwer anderhalf uur lang meedogenloos met zich mee. Ontsnappen is er niet bij. Een knappe jongen die hen dat dit jaar nog nadoet.