Achter mijn flat woont een meermin

Het magisch realisme speelt in de Afrikaanse literatuur nog steeds een belangrijke rol.

Logisch, vindt de Angolese auteur Agualusa. „Maar mijn werk is vooral absurd.”

De grens tussen werkelijkheid en fantasie is bij de Angolees-Portugese schrijver José Eduardo Agualusa zeer poreus. Dat bleek ook weer uit zijn vorige maand goed ontvangen roman De vrouwen van mijn vader. Waar in het bekroonde De handelaar in verledens de hoofdpersoon op bestelling kant-en-klare levensgeschiedenissen en identiteiten levert, onderneemt de hoofdpersoon van De vrouwen van mijn vader een zoektocht naar de man van wie ze juist heeft vernomen dat het haar vader is. De verhalen buitelen over elkaar en waar de werkelijkheid ophoudt en de verhalen beginnen, is onduidelijk.

Wanneer over Afrikaanse literatuur wordt gesproken duikt steevast het begrip magisch realisme op.

„Toen Gabriel García Márquez in 1977 Angola bezocht zei hij in een interview dat hij nu de relatie tussen Afrika en Columbia had begrepen, en vooral, dat het zogenaamd magisch-realistische in zijn boeken uit Afrika afkomstig was. De Braziliaanse literatuur heeft inmiddels de rurale wereld verlaten. De bekendste Braziliaanse schrijvers zijn schrijvers met een stedelijke achtergrond en ze schrijven over de wereld van de stad. In Afrika is het magisch-realistische wel sterk gebleven omdat het magische een constante is in bijvoorbeeld Luanda, de hoofdstad van Angola. Dat komt doordat in Luanda een grote groep mensen met een rurale achtergrond, voor wie geen duidelijke grens bestaat tussen het fantastische en de werkelijkheid, de stad is binnengetrokken.

„Achter mijn appartement in Luanda bijvoorbeeld ligt een meer. De mensen die daar wonen, geloven echt dat zich in dat meer een meermin bevindt. Wie een boek over de werkelijkheid wil schrijven kan daaraan moeilijk voorbijgaan. Daarnaast is sprake van een – eveneens rurale – traditie van verhalen vertellen die tot voor kort nauwelijks door de aanwezigheid van tv, bioscopen, etcetera werd verstoord. Totdat ik in Portugal ging studeren, wist ik nauwelijks wat tv was. Ik ben grootgebracht in een huis vol mensen, in een grote familie waar veel verhalen werden verteld, en wie verhalen vertelt, verfraait en verzint details, soms buitensporige. Mujimbo (roddel) speelt in Angola in het dagelijks leven een belangrijke rol. Mensen verzinnen verhalen en die verhalen worden vervolgens onderdeel van de werkelijkheid. De grens tussen fantasie en werkelijkheid is in Angola diffuus. Wie een boek over de werkelijkheid wil schrijven kan daaraan moeilijk voorbijgaan.”

De magische werkelijkheid als onuitputtelijke bron dus?

„Enerzijds wel, maar die magische werkelijkheid heeft ook een duistere kant. In mijn nieuwe boek schrijf ik onder meer over zogeheten heksenkinderen. Die kinderen worden vervolgd, vergiftigd, levend verbrand. Ook dat is het gevolg van de aanwezigheid van het wonderbaarlijke. Mensen geloven echt dat die kinderen heksen zijn, dat ze malaria veroorzaken etcetera. In Angola bestaan nu dorpen waar die heksenkinderen samenwonen. Natuurlijk zijn het geen heksenkinderen. Het zijn vervolgde kinderen. Slachtoffers van die magische werkelijkheid. Zoals albino’s recentelijk vaak werden vervolgd omdat mensen geloofden dat de hersenen van albino’s een vocht produceerde dat aids kon genezen.”

Hoewel Agualusa een geïntrigeerd waarnemer van die fantastische werkelijkheid is, veroordeelt hij ook de slechte kanten ervan, zoals bijvoorbeeld in De handelaar in verledens, waarin de protagonist een albino is.

„In mijn boeken duiken altijd minderheden op, mensen die vervolgd worden, personen met een lichamelijk gebrek, veel dwergen ook. Daar valt niet aan te ontkomen. Ik sprak daar een keer over met de Spaanse schrijfster Rosa Monteiro. In al haar boeken komen dwergen voor. Ze vertelde dat ze zich daar helemaal niet van bewust was, tot op een dag critici erover begonnen, en ze besloot een boek te schrijven waarin geen enkele dwerg voorkwam. Ze deed een enorme inspanning om dat boek te schrijven, maar het wilde niet op gang komen. Tot ze op een dag opnieuw begon en het boek gelijk goed liep, waarna ze het binnen korte tijd voltooide. Ervan overtuigd erin te zijn geslaagd een boek zonder dwergen te schrijven, gaf ze naar aanleiding van de verschijning van het boek een radio-interview, en het eerste dat de journalist opmerkte was: ‘zo, dus de dwergen zijn toch weer teruggekomen?’ ‘Nee’, antwoordde Rosa Monteiro verschrikt, ‘nee hoor, in dit boek komt geen enkele dwerg voor.’ ‘En de hoofdpersoon van het verhaal dan?’, vervolgde de journalist. Toen realiseerde Rosa zich plotseling dat ze inderdaad haar hoofdpersoon had gekarakteriseerd als iemand die uitzonderlijk klein van statuur was. Het is zinloos te proberen aan dergelijke obsessies te ontsnappen.

„Alle schrijvers hebben hun obsessies, en dit is blijkbaar de mijne; ik word aangetrokken door minderheden, door vervolgden, door mismaakten.”

Marquez zei ooit dat het magisch-realistische overal is. Ook in het Westen, maar dat we hier alleen verleerd zijn dat magische waar te nemen, als verstokte cartesianen.

„Het is natuurlijk veel meer verborgen, en de rurale religieuze tradities waarin het magische voortleeft zijn vaak verloren gegaan – zo geloofde men hier in Europa in de zestiende en zeventiende eeuw ook gewoon in engelen en meerminnen – maar het is er nog wel: de satanisten, het geloof in de duivel. Toen ik in Berlijn woonde, ontmoetten we een arts. Na vele bezoeken vertelde hij ons dat hij een vampier was. Hij was volkomen serieus en wilde dat wij aan zo’n vampierritueel zouden deelnemen. Als ik dus op een dag over Berlijn zou schrijven, zou ik over mijn vampier schrijven. Wat is er nu magischer dan dat? Dat ik dergelijke gebeurtenissen meemaak, komt denk ik omdat ik ervoor open sta. Eigenlijk vooral absurde dingen. Want nog meer dan het magisch-realistische denk ik dat in mijn boeken de aanwezigheid van het absurde belangrijk is. Misschien ook doordat in een land als Angola, waar de staat zeer zwak is, en soms zelfs afwezig, absurdistische situaties nu eenmaal vaker voorkomen.”

Wat is het verschil tussen magisch realisme en absurdisme?

„Magisch is de meermin in het meer achter mijn appartement. Absurd is als ik in een appartementcomplex in Luanda, wanneer ik de lift binnenstap, bemerk dat in die lift een opgemaakt bed staat, en dat op dat bed, onder de dekens, een heel kleine man ligt. Zoiets zal je in Nederland niet snel tegenkomen. Er zijn hier meer regels, die bovendien helderder zijn gedefinieerd. Het is in Nederland simpelweg moeilijker een lift te bezetten en die om te toveren in een woning. Ik vroeg de man: ‘Is dit geen lift dan?’ ‘Nee vadertje’, antwoordde hij, ‘het was een lift, nu is het een woning.’

Bekijk de auteurssite, ook in het Engels, via agualusa.info

José Eduardo Agualusa: De vrouwen van mijn vader. Vertaling Harrie Lemmens. Meulenhoff, 351 blz., € 19,90