Aan ?t werk, gekwelde kunstenaar!

In tijden van crisis moet uiteraard ook de kunstsector rekenen op een derving van een deel van de inkomsten.

Maar er zijn genoeg manieren om te overleven.

De afgelopen weken klonken onheilspellende geluiden uit de kunstsector. Minister Plasterk (Cultuur, PvdA) wil dat instellingen de eigen bijdrage verhogen, de belangrijkste particuliere partner van de afgelopen jaren (het VSB-fonds) halveert z’n donaties en het is ook nog eens crisis. Hoe kunnen instellingen het tij keren?

1Verhoog de entreeprijzen.

Met uitzondering van de grote popconcerten zijn de entreeprijzen voor kunst en cultuur de afgelopen jaren nauwelijks verhoogd. Voor de midden- en hoge inkomens maakt het echter weinig uit of een toegangskaartje nu 15 of 20 euro kost. Om ook de lage inkomens niet buiten te sluiten zouden instellingen veel meer aan prijsdifferentiatie moeten doen. Zo kun je denken aan daluren bij musea, prime time-prijzen op zaterdagavond bij de schouwburg en dezelfde voorstelling op woensdagavond goedkoper.

2Doe aan collectieve marketing.

Nog altijd komen culturele instellingen qua promotie vaak niet verder dan een flyer voor de voorstelling, een folder voor de maandagenda of een digitale nieuwsbrief. Met name kleine instellingen is dat nauwelijks te verwijten. Met een halve formatieplaats voor marketing en communicatie kom je niet ver. Het antwoord: doe als sector meer aan gezamenlijke marketing, bijvoorbeeld via een Uitburo. Steden waar een Uitburo actief is, laten een stijging in bezoekersaantallen zien. Neem de last minute-ticketshops in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Groningen. Op de dag van de voorstelling worden tickets met korting aangeboden. Ze blijken nieuw publiek te trekken dat op het laatste moment besluit naar een voorstelling te gaan in plaats van bijvoorbeeld naar bioscoop of restaurant. In Utrecht werkt het nieuwe Uitburo op basis van een contributiesysteem waarbij vrijwel alle culturele instellingen uit de stad een deel van hun marketingbudget investeren. Dit in de verwachting er uiteindelijk meer bezoekers, kennis en netwerken voor terug te krijgen.

3Zoek lokale sponsors, juist nu.

In tijden van economische voorspoed is sponsoring een nette vorm van meelevendheid omdat het nu eenmaal ‘bon ton’ is om je als organisatie te vereenzelvigen met kunst en cultuur. In tijden van tegenspoed wordt sponsoring juist bittere economische noodzaak, juist vanuit het perspectief van de sponsor, omdat cultuur – indirect weliswaar – veel geld oplevert. Cultuur is immers het belangrijkste sociale bindmiddel van een samenleving. Culturele ontmoetingsplaatsen zijn een bron voor creatieve innovaties en het ontstaan van nieuwe netwerken.

4Wees minder uitbundig.

De cultuursector heeft de afgelopen jaren vrolijk met de hoogconjunctuur meegeprofiteerd. En terecht. Maar hebben alle investeringen ook geleid tot een vitalere sector? Onder het mom van ‘allure creëren’, ‘ambitie uitstralen’ en ‘concurreren met andere vormen van vrijetijdsbesteding’ zijn karakteristieke theaters, musea en popzalen ‘aangepast aan de eisen van deze tijd’. Tilburg krijgt z’n ‘Adje-theater’ en wie een bandje wil zien kan tegelijkertijd kiezen uit vijf soorten bier uit de tap. Maar in de door velen vertegenwoordigde gedachte dat het ook heilzaam kan zijn dat het allemaal wat minder wordt, is de cultuursector opvallend afwezig. Moet deze sector zich dan maar weer calvinistisch nederig opstellen en zich dankbaar tonen voor de ontvangen subsidies? Nee, helemaal niet. Maar de museum- en theaterdirecteur die hun toegezegde verbouwing geschrapt zien, moeten nu niet zeuren, maar zich vooral afvragen welke relevante dingen ze gaan laten zien in hun aftandse onderkomens.

5Vind jezelf opnieuw uit.

Een crisis brengt altijd nieuwe culturele initiatieven voort. Hoe cru ook: wie geen werk heeft, heeft tijd. De komende jaren is een uitgelezen kans voor een revival van de getormenteerde kunstenaar op z’n zolderkamer. Dit is geen pleidooi voor de stelling dat een kunstenaar moet lijden om tot iets moois te komen. Maar beperkingen leiden wel tot creativiteit en underground. Zo leverde de crisis van de jaren tachtig Nederland het nog altijd fameuze clubcircuit op: jongeren gingen op zoek naar geschikte locaties om naar een nieuwe onderstroom van frisse bandjes te luisteren. Laten we optimistisch afwachten welke nieuwe kunstuitingen de late jaren zero ons gaan brengen.

Paul Adriaanse werkt bij de Universiteit Utrecht als manager en senior onderzoeker van USBO Advies, dat zich bezighoudt met bestuurs- en organisatievraagstukken.

Meer over USBO Advies op usg.uu.nl/advies.