Weimar tussen 'ostalgie' en rechts-radicaal

Het oosten van Duitsland heeft slechts een korte democratische traditie. Als het tegenzit zijn mensen daardoor snel ontvankelijk voor rechts-radicalisme.

Dominic Riese is een 16-jarige scholier in Weimar, een historische stad in het oosten van Duitsland. Hij leidt op een Anne Franktentoonstelling mensen rond en waarschuwt voor rechts-radicalisme; geen algemeen maar wel alledaags verschijnsel in de voormalige DDR.

Voor Dominic is zijn bijbaantje een prettige afwisseling. „Het is weer eens iets anders dan school”, zegt hij. Zelf kent hij geen rechts-radicalen, maar vrienden van hem wel. „Het zijn losers, maar veel mensen zijn toch een beetje bang voor ze. Ze hebben een grote mond.”

Bijna twintig jaar na de val van de Muur wordt met hulp van Anne Frank geprobeerd in de voormalige DDR mensen voor de democratie te winnen. En ze bewust te maken van het begrip tolerantie door te laten zien wat rechts-radicalisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat in het Duitse verleden hebben betekend.

Voor het Anne Frank Centrum in Berlijn, geparenteerd aan de gelijknamige stichting in Amsterdam, is voormalig Oost-Duitsland belangrijk werkterrein. Thomas Heppener (42), de Duitse directeur van het centrum, trekt met tentoonstellingen graag naar provinciesteden omdat hij weet dat daar de rechts-radicale sentimenten het sterkst leven.

„Het is altijd weer spannend om te zien hoe een gemeenschap het gedachtegoed van Anne Frank oppakt”, zegt Heppener. „We hebben onze expositie hier in Weimar een beetje provocerend ‘Anne Frank, een verhaal voor vandaag’ genoemd. We hopen dat het werkt.”

Bij de jonge Dominic Riese is dat het geval. Maar waarom is het überhaupt nodig dat het Anne Frank Centrum zulke basale begrippen als democratie, mensenrechten en tolerantie in een beschaafd land als Duitsland moet propageren – is dat niet een open deur?

Heppener legt uit dat juist in het oosten van het land, met zijn korte democratische traditie, verzwakking van de maatschappelijke structuren dreigt. „Veel jongeren trekken hier weg, vooral vrouwen. Er is geen werk genoeg. Onder degenen die overblijven, zijn gefrustreerde ouderen die heimwee naar de DDR hebben en links-autoritair moeiteloos inruilen voor rechts-autoritair. En er zitten veel kansloze jonge mannen onder. Ziedaar het belangrijkste electoraat van de NPD”.

De NPD is de Nationaldemokratische Partei Deutschlands, een rechtsradicale politieke beweging met op enkele plaatsen in het oosten een verrassend grote aanhang. In het naburige Saksen, bijvoorbeeld, bezet de NPD acht van de 124 zetels in het deelstaatparlement.

In Thüringen, de deelstaat waarin Weimar ligt, heeft de partij geen zetels. Maar in de Oost-Duitse deelstaat Mecklenburg-Vorpommern weer wel. Daar en in Saksen-Anhalt, met veel leegloop, kunnen de klassieke democratische partijen in sommige gemeenschappen geen kader meer vinden voor politieke functies. Dat is wat Thomas Heppener bedoelt met ‘verzwakking van de maatschappelijke structuur’. Hier krijgt de NPD steeds meer voet aan de grond.

„Missiewerk” noemen sommigen in Weimar de verrichtingen van het Anne Frank Centrum in het oosten van Duitsland. De opening van de tentoonstelling in Weimar over het beroemde joodse meisje uit Amsterdam – dit jaar zou ze tachtig zijn geworden – valt samen met de beroering die is ontstaan na een demonstratie van rechts-radicalen in Dresden.

Twee weken geleden verzamelden zich daar vijfduizend neonazi’s, ter gelegenheid van de herdenking van het geallieerde bombardement op Dresden, op 13 februari 1945. Er waren twee keer zoveel betogers die tegen de NPD demonstreerden. Incidenten bleven niet uit. Op de terugweg werd een groep vakbondsvertegenwoordigers bij een wegrestaurant in Jena – vlakbij Weimar – door rechts-radicalen in elkaar geslagen.

Dit soort gebeurtenissen hebben door de jaren heen, sinds de val van de Muur, tot tegenbewegingen geleid. Vanuit Weimar, stad van Goethe, de Weimar Republiek maar ook het concentratiekamp Buchenwald, moet de democratische gedachte over de deelstaat Thüringen worden verspreid. Daarbij is niet alleen het Anne Frank Centrum betrokken. De gemeente is ook met een project begonnen. Het heet Laboratorium Democratie en moet vooral de jeugd bereiken.

Projectleider Ulrich Dallhausen maakt zich zorgen over de samenhang tussen het rechts-radicalisme en verlangen naar de oude DDR, ook wel Ostalgie. „Ik hoor te vaak dat het leven in de DDR zo slecht niet was. Of: ‘Wat wij met de DDR- jeugd deden, was beter dan wat er nu gebeurt’. Danwel: ‘Van persvrijheid is nu toch ook geen sprake’. Het lijken onschuldige uitlatingen, maar als de mensen die dit zeggen hun heil bij de NPD zoeken, hebben we hier straks een groot probleem”.

De NPD is volop actief in Weimar. De partij probeert met inzet van zijn twee lokale leiders, Jan Morgenroth en Martin Rühlemann, via een website jongeren in Thüringen te werven. Het incident in Jena, na de demonstratie in Dresden, wordt door Rühlemann omgedraaid. „Links-extremisten” zijn volgens hem met vechten begonnen. En de manier waarop erover wordt bericht „past precies in de huidige mediahysterie tegen rechts”, commentarieert hij op de site.

Thomas Heppener van het Anne Frank Centrum in Berlijn, een man die in de DDR is opgegroeid, heeft weinig woorden nodig om het probleem te schetsen dat hij in het oosten bestrijdt.

„Ruim twee jaar geleden heb ik het dorp Pretzien in Saksen-Anhalt leren kennen. Daar gooiden rechts-radicalen tijdens een zonnewendefeest het dagboek van Anne Frank in het vuur. Het waren jongeren die in de zogeheten Heimatbund Ost-Elbien geholpen hadden met de organisatie van dorpsfeesten. Pretzien ontbeerde wat je een civiele samenleving kunt noemen. De stap naar boekverbranding was nog maar klein”.