Ter Horst stigmatiseert dierenbeschermers

Dierenbeschermers moeten in een contract verklaren dat ze afzien van geweld. Waarom alleen wij, vraagt Marianne Thieme zich af.

Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) wil een harde aanpak van gewelddadige dierenactivisten. Ze stelt voor om alle dierenbeschermers – zij noemt ze „dierenactivisten” – een contract voor te leggen waarin deze afstand nemen van geweld en wetsovertreding.

Dat werkt nodeloos stigmatiserend, lost niets op en is ronduit kwetsend voor de miljoenen mensen die zich belangeloos via legale weg inzetten voor een beter leven van dieren. Vooral de toevoeging van Ter Horst dat „wie het contract niet ondertekent, extra scherp in de gaten gehouden zal worden” is een dreigement dat niet in een rechtsstaat thuishoort.

De vraag is waarom de Nederlandse regering uitgerekend de mensen die opkomen voor dieren denkt te moeten isoleren, via een ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’-constructie. Welk belang hebben dierenbeschermers bij het ondertekenen van een contract met een dieronvriendelijke regering die de rechten van dieren én van dierenbeschermers met voeten treedt?

De wet bepaalt dat niemand schuldig is zolang zijn schuld niet bewezen is. Met haar contract kiest minister Ter Horst voor omkering van bewijslast. Ook duidt haar maatregel op selectieve verontwaardiging. In Nederland zijn miljoenen burgers het slachtoffer van de graaicultuur in de financiële wereld. Maar ik heb geen minister horen pleiten voor een gedragscode voor bankiers en verzekeraars waarin ze beloven hun klanten niet meer op te lichten met woekerpolissen, woekerpensioenen of piramidebeleggingen.

In Nederland sterven jaarlijks tientallen mensen aan vlees dat besmet is met campylobacter en salmonella. Honderdduizenden burgers worden er ziek door. Maar er is geen veehouder die een contract hoeft te ondertekenen waarin hij verklaart nooit meer besmet vlees te leveren. Terwijl we weten dat dit kan: in Zweden ligt salmonellavrij vlees in de schappen.

Tal van automobilisten rijden te hard, maar er is nog geen contract met ze gesloten waarin ze plechtig beloven zich aan de maximumsnelheid te houden. De opsomming is zeker niet uitputtend. Ik heb het nog niet gehad over ziekenhuisbacteriën en antibiotica, veetransporteurs en slachthuizen die de regels aan hun laars lappen, jagers die beschermde diersoorten doden, en de voeder- en afvalverwerkingssector die zich schuldig maakt aan criminele activiteiten.

Uit alles blijkt dat er vanuit het kabinet sprake is van botte stigmatisering van dierenbeschermers. De directeur van de Dierenbescherming heeft al aangegeven het voorgestelde contract niet te zullen ondertekenen. En ik kan melden dat de Partij voor de Dieren dat ook niet zal doen. Gaat de regering ons nu scherp in de gaten houden? Hoewel dat geen enkele wettelijke basis zou hebben, worden we daar niet nerveus van.

Het kabinet kan beter inzetten op het vangen van boeven – of die nu mensen oplichten, de voedselveiligheid in gevaar brengen, zich schuldig maken aan vandalisme of zich vergrijpen aan andermans eigendommen.

Wetten zijn er om gehandhaafd te worden, ministers zijn er niet om groepen in de samenleving verdacht te maken.

Marianne Thieme is fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren. in de Tweede Kamer.