'Supertoezichthouder' brug te ver

Voor een sterke Europese toezichthouder op financiële instellingen is het nog te vroeg. De politieke steun ontbreekt.

„We zouden ervan beschuldigd kunnen worden dat we onrealistisch zijn.” Voorzitter Jacques de Larosière was in elk geval eerlijk toen hem gevraagd werd waarom zijn commissie niet een échte Europese toezichthouder op de financiële instellingen had voorgesteld in zijn gisteren gepresenteerde rapport.

De verwachtingen over het rapport van De Larosière, oud-voorzitter van het IMF en van de Franse centrale bank, waren hoog gespannen. De afgelopen maanden hadden diverse hoofdrolspelers kenbaar gemaakt dat de financiële crisis maar tot één conclusie kon leiden: een Europees toezichthouder die in elk geval de 45 grootste, grensoverschrijdende financiële instellingen zou moeten gaan controleren. President Trichet van de Europese Centrale Bank was voor, net als voorzitter Barroso van de Europese Commissie en diverse lidstaten, waaronder Nederland. Over de exacte invulling en positionering van zo’n pan-Europese toezichthouder – een eigen begroting? wel of niet onder auspiciën van de ECB? – liepen de meningen nog wel uiteen.

Maar wat er gisteren ook gepresenteerd werd, geen pan-Europese toezichthouder op financiële instellingen. De Larosière beperkte zich tot voorstellen voor een macro-toezichthouder, de European System Risk Council, onder voorzitterschap van Trichet, die het hele stelsel in de gaten houdt. Ook stelde hij voor een European System of Financial Supervision op te stellen, een sterk gedecentraliseerde structuur waarin nationale toezichthouders samenwerken en die in plaats zou komen van drie al bestaande samenwerkingsverbanden voor toezicht op banken, verzekeraars en effectenbeurzen.

Hoogleraar financiering en bankwezen Harald Benink reageert dan ook teleurgesteld op het voorstel. „De commissie stelt wel macro-prudentieel toezicht voor, dat systeemrisico’s en financiële stabiliteit in de gaten gaat houden van het hele Europese financiële systeem. Maar De Larosière laat na dat ook op micro-niveau te regelen.” Volgens Benink, die al in 1998 voorstelde om grensoverschrijdende banken onder supranationaal toezicht te brengen, is de redering van De Laroière een vreemde omkering. „De stelling is dat dergelijk micro-toezicht niet bij de Europese Centrale Bank thuis hoort, omdat de onafhankelijkheid door de taakuitbreiding in gevaar zou komen en omdat er geen oplossing is over wie uiteindelijk de lasten moet dragen als zo’n toezichthouder een bank moet redden. Om dan maar te concluderen dat zo’n toezichthouder helemaal niet nodig is, is vreemd. Er zijn andere vormen denkbaar waarbij een pan-Europese toezichthouder wel degelijk zou kunnen opereren”, aldus Benink.

Oud-minister van Financiën Ruding, lid van de commissie-De Larosière, zei vanmorgen in Het Financieele Dagblad dat ook hij verder had willen gaan. „We hebben in ons rapport een volledige Europeanisering van het toezicht wel genoemd, maar dat is niet haalbaar omdat de politieke steun ontbreekt”, aldus Ruding. Met name de Britten, die relatief veel grote financiële instellingen hebben, zijn tegen zo’n toezichthouder. Ruding: „Het gaat om belastinggeld waar nationale politici over gaan. Dat vergt een mate van politieke integratie die er nog niet is.”

De Nederlandse overheid, die uit eigen ervaring de complexiteit van een grensoverschrijdende redding kent (Fortis), heeft zich altijd hard gemaakt voor een tussenvorm, een ECB-model. „Een Europese centrale bank en nationale centrale banken kunnen prima naast elkaar bestaan. Dat zou ook zo moeten zijn met toezichthouders”, aldus een woordvoerder van het ministerie van Financiën. Bos, die de grote lijnen van het rapport wel ondersteunt, twijfelde eerder of zo’n toezichthouder bij de ECB thuishoorde.

Het lijkt erop dat de crisis eerst nog dieper moet worden, voor er in Europa politieke steun komt voor een sterke Europese toezichthouder op financiële instellingen.