Seconden maken verschil

Wat moeten passagiers doen bij een crash? Lezen van instructies en om je heen kijken kan cruciale tijdwinst opleveren.

Negen doden. Maar ook 125 overlevenden, van wie meer dan 50 ongedeerd. Hoe kan dat? Veel mensen geloven dat ze een crash waarschijnlijk toch niet zullen overleven, dus letten ze niet op bij de veiligheidsinstructies. Niet verstandig, want wie op een ramp is voorbereid heeft meer kans om te overleven dan wie geen idee heeft. Van de 53.487 passagiers die tussen 1983 en 2000 in de VS een vliegtuigongeluk meemaakten, overleefden er 51.207.

Ed Galea, hoogleraar aan de Universiteit van Greenwich in Londen, ondervroeg de afgelopen jaren meer dan 1.000 overlevenden van 105 vliegtuigongelukken. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste experts in vliegveiligheid ter wereld. Afgelopen zaterdag nog gaf hij in de Britse krant The Guardian overlevingstips, naar aanleiding van de spectaculaire noodlanding die een Airbus A320 van US Airways vorige maand maakte in de rivier de Hudson. Alle passagiers leefden daarna nog.

Maar welke kans hadden de inzittenden van de Boeing 737-800 van Turkish Airlines gisteren? Ze hadden waarschijnlijk niets aan de veiligheidstips over de brace position die mensen het beste kunnen aannemen als het vliegtuig begint neer te storten. Blijven zitten, hoofd tussen de knieën en armen om de benen heen, is is de beste manier om een klap op te vangen zonder bewusteloos te raken of iets te breken.

Het ongeluk gisteren voltrok zich volgens de mensen die het hebben meegemaakt zo snel dat de bemanning de passagiers niet meer kon waarschuwen. „Ineens trok het vliegtuig weg, naar links en toen naar boven”, zegt Henk Heijloo (60) uit Heelsum, financieel consultant. „Het leek of de piloot probeerde een doorstart te maken. Fracties van seconden duurde het. En toen die klap.”

Als Heijloo had geoefend met het openen van zijn stoelriem – een andere tip van Galea – dan had hij mogelijk nog een paar seconden kunnen winnen. Eerst vergát hij dat hij nog vast zat en daarna sjorde de man die naast hem zat hem los. Die buurman had ook al tegen hem gezegd dat hij het noodluik moest openmaken. Heijloo: „Hij zei: doe open, het vliegtuig kan in de fik gaan.”

Veel mensen zoeken na een crash eerst tevergeefs naar een drukknop op hun stoelriem.

Vervolg Overleven: pagina 2

Altijd de stoelrijen tellen tot uitgang

Daar zijn ze aan gewend in hun auto. De tijd die daarmee verloren gaat, kan fataal zijn door de brand die na een crash inderdaad bijna altijd uitbreekt.

Ed Galea zei in The Guardian dat hij zelf altijd telt hoe veel rijen stoelen er tussen hem en de nooduitgangen zijn. Als je na een crash niets meer kunt zien, dan moet je kunnen vóélen waar je bent.

Wie bij het noodluik zit: luister als de stewardess uitlegt hoe het opengaat. En máák het ook open als het nodig is, al gaat het tegen het gevoel in. Want dat gevoel, zegt Michael Lindell van de A&M University in Texas, Verenigde Staten, is bedrieglijk op het moment van een crash. Volgens Lindell, hoogleraar risicoreductie, komt dat doordat de meeste mensen nooit een ramp meemaken. „Wanneer er iets ergs gebeurt, is de meest redelijke reactie: het kan niet waar zijn dat dit nu gebeurt, dus het ís niet waar.” Vervolgens doen ze, net als Heijloo, niets.

Michael Lindell vertelt dit in een verhaal van de Amerikaanse journaliste Amanda Ripley in het tijdschrift Time, april 2005. Amanda Ripley schreef een boek over hoe mensen zich gedragen bij een ramp: The unthinkable: who survives when disaster strikes – and why . Daarin staat dat mensen bij een vliegtuigongeluk in drie groepen zijn te verdelen. Tien tot vijftien procent blijft kalm en handelt snel. Vijftien procent raakt in paniek. De meerderheid reageert lethargisch. Volgens Ripley is lastig te voorspellen wie in welke groep zal vallen – besluitvaardige types kunnen verlamd raken – maar duidelijk is dat mensen die weten wat ze moeten doen vaker adequaat handelen. Of de buurman van Heijloo de veiligheidsinstructies had gelezen, is onbekend. Maar zijn reactie kan hem en anderen hebben geholpen om te overleven.

In een interview op de website YouTube zegt Amanda Ripley dat mensen op het moment van de ramp meestal niet bang zijn. Ze zijn wel geneigd om elkaar te helpen. Ripley: „Medeleven met de mensen om hen heen, aan wildvreemden hulp bieden, echte warme medemenselijkheid, dat is wat je bij alle grote rampen ziet.”

Zoals Mustafa Atman (23) uit Roosendaal, NS-beveiliger, die gisteren na het ongeluk naar buiten wist te komen, maar meteen terugrende. „We hebben passagiers van tussen de stoelen gewrikt. Eentje zat bijna tot zijn knieën toe in de modder. Die moesten we echt gaan uitgraven. Er waren ook kinderen in het vliegtuig, sommigen liepen rond. Die hebben we naar buiten gedragen. Uit de voorkant hebben we ook nog een persoon naar buiten gehaald. Op mijn rug, want die had een gebroken been.”

Lees artikelen van Amanda Ripley en kijk naar het interview via nrc.nl/binnenland