Schoenwerpen

Het is fascinerend om te zien hoe snel een rage zich over de globe verspreidt. Na de schoenworp op president Bush door een Irakese journalist, zijn er schoenen gegooid naar de Chinese president en schoenen gegooid op Downing Street. En recentelijk kreeg een Israëlische legerwoordvoerder schoenen naar zijn hoofd in Amsterdam, tijdens een lezing. De daders waren studenten.

Schoenwerpen is bij uitstek geschikt als mondiale articulatie van een moderne protestkreet. Door het ultrakorte aan het humoristische te paren, leent het zich uitstekend voor internetverspreiding. Het heeft iets van een scholierengrap, een onschuldige variant op happy slapping. Daar komt nog bij dat er niet tegen te beveiligen is. Waar mensen zijn, zijn altijd twee keer zoveel schoenen.

Een man uit Saoedi-Arabië heeft 10 miljoen dollar geboden voor de schoenen van de Irakese journalist. Ik geloof dat zelfs de schoenen van Diego Maradona nooit zoveel hebben opgeleverd.

‘Schoenworp Bush’ is inderdaad te zien als kunst, als performance op het podium van een geglobaliseerde wereld. Wat er zo mooi aan is, is hoe het oeroude en het hypermoderne in zulke werken de hand schudden, hoe primitivisme en technologie elkaar omarmen, zelfs met overstijging van de religies. Want niet alleen de islam, ook het Oude Testament kent het: ‘Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen!’ (Psalm 60:10)

De kunststatus is ook gerechtvaardigd door het Nachleben van Schoenworp Bush. Inmiddels zijn er computerspelletjes en schoenenwinkels waarin je schoenen naar wereldleiders kunt werpen. Er is een reusachtige bronzen schoen gemaakt als standbeeld. Ondertussen buigen rechters zich over de vraag of een schoenworp onder ‘belediging’ valt of ‘poging tot lichamelijke mishandeling’.

Prikkelend is de ironische ambiguïteit van dit alles. Geen rechter, president (‘het was maat 44’) of burger ter wereld die er níét om geglimlacht zal hebben. En zo brengt dit kunstwerk, misschien wel ongewild, in de mondiale spanningen iets subliems binnen dat ontbrak: de humor. Alsof er gezegd wordt: het is allemaal veel te ernstig om serieus te benaderen.

Christiaan Weijts