Rotterdam: 'Amstelveen' te duur

De hockeybond heeft geen geen brede discussie over een nationaal stadion gevoerd. Dat betreuren ze bij Hockeyclub Rotterdam.

Een nationaal stadion is volgens Jan Hagendijk, die veertien jaar lang voorzitter was van Hockeyclub Rotterdam, niet te financieren. „Een simpele rekensom leert dat een dergelijk stadion niet rendabel is tenzij er gemeenschapsgeld in wordt gestopt. Uiteindelijk zal ook geld van de clubs gebruikt moeten worden. Ik vraag me af of de handen in de hockeywereld daarvoor op elkaar gaan. Daarom vind ik dat de bond de discussie over een nationaal stadion breed en zorgvuldig had moeten insteken, dat is niet gebeurd.”

Hagendijk, die tegenwoordig commissaris tophockey is bij de Rotterdamse club, meent dat de clubs niet gebaat zijn bij het complex. „Dat is iets wat de bond wil. Hockeybond KNHB wil graag eigenaar zijn zodat ze alles zelf in handen kunnen houden en organiseren.”

Door de komst van het stadion blijven weinig grote evenementen over voor andere clubs. „De spoeling is dun. Het gaat om de Champions Trophy, een EK, een WK en de jeugdkampioenschappen. Al die toernooien zullen in het nationale stadion worden gespeeld, omdat ze de exploitatie anders niet rond krijgen. Ook de play-offs zullen daar worden gehouden. Wij hebben dit complex in Rotterdam echter niet om alleen de Shell strafballencompetitie te mogen organiseren.”

Dat de evenementen naar Amstelveen gaan, zal er volgens Hagendijk toe leiden dat de gemeenten niet snel zullen investeren in tophockeylocaties. „Sommige gemeenten willen investeren maar willen daar wel toernooien of belangrijke wedstrijden voor terugzien. Waarom zouden de gemeentes investeren als alle evenementen toch naar Amstelveen gaan?”

Één van de argumenten voor het stadion is de mogelijkheid dat de Olympische Spelen in 2028 in Nederland plaatsvinden. „Dat is geen argument, een stadion dat binnenkort wordt neergezet, is dan alweer achterhaald. Als de Spelen daadwerkelijk naar Nederland komen, zetten ze toch een moderner complex neer.”

Rotterdam heeft zelf echter ook plannen om het huidige stadion uit te breiden en te moderniseren. „Maar wij claimen geen nationaal stadion te zijn en krijgen geen financiële steun van de bond.”

De kleedkamers in het complex dat in 2001 werd opgeleverd, zijn verouderd en moeten twee keer zo groot worden. Daarbij wil de club een topsportfaciliteit met een fitness- en fysiotherapieruimte, rustruimtes en slaapaccommodaties die voor trainingskampen worden gebruikt en waar spelers tijdens toernooien kunnen verblijven. Ook andere sporters die in Rotterdam willen overnachten kunnen daar terecht. Tot slot willen ze langs de doelzijden van het veld tribunes bouwen. „Die zetten we neer bij grote evenementen zodat we 12.000 toeschouwers kwijt kunnen.”

Hagendijk meent dat zijn plannen niet te ambitieus zijn. „Wij hebben met de bouw van deze accommodatie besloten dat we niet de gezelligste studentenclub wilden blijven maar willen meedoen aan de top. Daarom moeten we kwaliteit leveren.”

Net als in Eindhoven is in Rotterdam nog niet aan de belangrijkste voorwaarde voldaan: een sluitende financiering. „De exploitatie kunnen we zelf aan maar voor de bouw zijn we afhankelijk van de gemeente. Ik wil namelijk niet in stenen investeren die ons morgen als molenstenen om de nek hangen. Het gaat om een fasedingetje, wij hebben hier al een aantal dingen die ze in Amstelveen nog moet bouwen. We hebben nog geen garanties van de gemeente maar zijn constant in overleg.” De voormalig voorzitter ziet de economische crisis niet als probleem. „Als ze niet investeren, staan we stil ten opzichte van Amsterdam en Eindhoven. Dat wil de gemeente ook niet. Ik denk dat we volgend jaar kunnen beginnen met bouwen.”