Politiestaat Nederland

Dierenactivisten moeten een contract ondertekenen waarin ze geweld afzweren.

Dat is omkering van de bewijslast. In een rechtsstaat hoort dit niet thuis.

Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) wil een harde aanpak van gewelddadige dierenactivisten. Ze stelt voor om alle dierenbeschermers – zij noemt ze „dierenactivisten” – een contract voor te leggen waarin ze afstand nemen van geweld en wetsovertreding.

Dat werkt nodeloos stigmatiserend, lost niets op en is ronduit kwetsend voor de miljoenen mensen die zich belangeloos via legale weg inzetten voor een beter leven van dieren. Vooral de toevoeging van Ter Horst dat „wie het contract niet ondertekent, extra scherp in de gaten gehouden zal worden” is een dreigement dat niet in een rechtsstaat thuishoort.

De vraag is waarom de Nederlandse regering uitgerekend de mensen die opkomen voor dieren denkt te moeten isoleren, via een ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’-constructie.

Welk belang hebben dierenbeschermers eigenlijk bij het ondertekenen van een contract met een zéér dieronvriendelijke regering die de rechten van dieren én van dierenbeschermers met voeten treedt? De wet bepaalt dat niemand schuldig is zolang zijn schuld niet bewezen is, en daarmee kiest minister Ter Horst duidelijk voor omkering van bewijslast. Dat doet denken aan een politiestaat.

Ook duidt de maatregel op wel zeer selectieve verontwaardiging. In Nederland zijn miljoenen burgers het slachtoffer geworden van de graaicultuur in de financiële wereld, en de schade daarvan is inmiddels opgelopen tot tienduizenden euro’s per Nederlander. Maar ik heb geen minister horen bepleiten dat er een verplichte gedragscode moet worden ondertekend waarin bankiers en verzekeraars plechtig beloven hun klanten niet meer op te lichten met woekerpolissen, woekerpensioenen of piramidebeleggingen.

In Nederland sterven jaarlijks tientallen mensen aan de consumptie van vlees dat besmet is met campylobacter en salmonella, en honderdduizenden burgers worden er ziek door, maar er is geen veehouder die een convenant heeft hoeven ondertekenen waarin hij plechtig verklaart nooit meer voedsel te leveren dat besmet is met pathogenen. Terwijl we weten dat het wel kan, in Zweden ligt dergelijk besmet voedsel niet in de winkelschappen.

Tal van automobilisten rijden te hard, maar er is nog geen contract met alle automobilisten gesloten waarin ze plechtig beloven zich aan de maximumsnelheid te houden. De opsomming is zeker niet uitputtend, ik heb het nog niet gehad over MRSA en antibiotica, veetransporteurs en slachthuizen die de regels aan hun laars lappen, jagers die beschermde diersoorten doden, de veevoeder- en afvalverwerkingssector die zich volgens de KLPD schuldig maakt aan criminele activiteiten.

Uit alles blijkt dat er vanuit het kabinet sprake is van willekeur en botte stigmatisering in de richting van dierenbeschermers. De directeur van de Dierenbescherming heeft al aangegeven het door minister Ter Horst voorgestelde contract niet te zullen ondertekenen. En ik kan nu al melden dat de Partij voor de Dieren dat ook niet zal doen. Gaat de regering ons nu extra scherp in de gaten houden?

Hoewel dat geen enkele wettelijke basis zou hebben en we daarover nog wel een pittig debat met het kabinet willen hebben, worden we daar niet nerveus van. Maar ook mensen die ‘niks te verbergen hebben’ stellen prijs op respect en wijzen opdringerige vormen van mentale fouillering af.

Het kabinet kan beter inzetten op boeven vangen, of die nu mensen oplichten, de voedselveiligheid in gevaar brengen, zich schuldig maken aan vandalisme of zich vergrijpen aan andermans eigendommen. En of ze nu bivakmutsen dragen, witte boorden, overalls of witte jassen. De rotte appels moeten uit de mand, maar het is ronduit te kwader trouw de vrucht zelf in een kwaad daglicht te stellen.

Wetten zijn er om gehandhaafd te worden, ministers niet om groepen in de samenleving verdacht te maken.

Marianne Thieme is fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren.