Liever een vergezicht

Speciale adviescommissies zijn er voor de grote vergezichten, de politieke realiteit moet vervolgens uitwijzen hoever het pad naar dat verre doel te bewandelen valt. De commissie-De Larosière die gisteren advies uitbracht over een beter toezicht op de Europese financiële sector, had zo’n vergezicht moeten presenteren, maar blijkt angstvallig dicht bij huis te zijn gebleven.

Beter en vooral samenhangender toezicht is hard nodig. Het ontbreken daarvan heeft bijgedragen tot de financiële crisis. Het probleem is voor een belangrijk deel technisch van aard, maar ligt zeker ook in het ontbreken van duidelijke samenwerkingsmechanismen, protocollen, geschilbeslechting en financiële afhandeling voor de toezichthouders. Zij zijn nationaal georiënteerd, maar hebben te maken met grensoverschrijdende financiële instellingen.

Volgens de commissie zou de Europese Centrale Bank coördinerend moeten optreden op het vlak van macro-economische en financiële stabiliteit. De toezichthouders op de ‘vloer’ kunnen toe met een versterking van de bestaande overlegstructuren. Het is de vraag of dit iets oplost. De kwestie-Fortis liet zien dat de nationale toezichthouders op een cruciaal moment niet konden of wilden communiceren.

Bankencrises vinden per definitie plaats onder grote druk, waardoor er geen tijd is voor omslachtige procedures. Een pan-Europese toezichthouder, analoog aan de Europese Centrale Bank, zou een veel betere oplossing zijn.

Zo’n type toezichthouder is inderdaad een vergezicht. Het zal grote moeite kosten de nationale lidstaten van de EU ertoe te bewegen hun greep op de eigen financiële sector los te laten ten faveure van een supranationaal orgaan. Dat geldt zeker voor het Verenigd Koninkrijk dat zich met het financiële centrum Londen in een speciale positie waant. Het bewandelt een eigen weg, met plannen voor versterkt toezicht door de Financial Services Authority.

De Larosière heeft als oud-topman van het Internationaal Monetair Fonds ruime ervaring met de complexiteit van internationale samenwerking. Het lijkt erop dat hij de kans op een nieuwe supranationale Europese instantie dermate laag heeft ingeschat dat dit idee zijn advies aan de Europese Commissie niet eens heeft gehaald.

Dat kan realistisch zijn, maar het is ook spijtig. De lotgevallen van het financiële stelsel hebben laten zien dat een drastische wijziging nodig is van de architectuur van het systeem, van de spelregels én van het toezicht. Europa maakt op dit moment de ergste recessie in generaties door. Het betaalt een hoge prijs voor de weeffouten in het financiële stelsel.

Zonder vergezicht zou de gemeenschappelijke markt in 1992 moeilijker te realiseren zijn geweest. Zonder grootse visie was de euro er wellicht niet gekomen. Zo zijn er meer voorbeelden waarbij Europa verder is gevorderd dankzij een doel dat aanvankelijk nog ver aan de horizon leek. Een gezonde en betrouwbare financiële sector is een fundamenteel Europees belang. De Larosière had ambitieuzer mogen zijn.