In crisistijd floreert familiebedrijf

Uitblinken als familiebedrijf, over de inrichting en werking van goed bestuur Maurits Bruel, Jurgen Geerlings, Joost van Hamel Koninklijke Van Gorcum, 2008 322 pagina’s. Prijs 59,50 euro.

In tijden van crisis floreren familiebedrijven. Zij weten vaak te overleven doordat de bedrijfsleiding meer dan die van andere ondernemingen persoonlijk betrokken is bij het wel en wee van het bedrijf. In slechte tijden zijn zij extra volhardend. Familieleden stellen dan extra geld beschikbaar of springen in bij de productie van het bedrijf. Zij kunnen vrij soepel worden ingepast, omdat zij het bedrijf goed kennen, zelfs al werkten zij er niet eerder.

Vaak ook zijn familiebedrijven wars van geld lenen. Alle investeringen en uitbreidingen worden bij voorkeur gefinancierd uit eigen middelen. Daardoor zijn ze minder gevoelig voor de recessie en met name de kredietcrisis zoals die zich nu manifesteert.

De identiteit van de familie is de identiteit van het bedrijf. Het gaat in deze sector daarom niet alleen om het financiële profijt, maar ook om het verwezenlijken van maatschappelijke waarden en de continuïteit van het bedrijf. Doordat het van generatie op generatie overgaat richt de onderneming zich haast automatisch op de lange termijn.

Volgens de auteurs van het boek ‘Uitblinken als familiebedrijf’ heeft het familiebedrijf zichzelf de laatste jaren opnieuw uitgevonden. Niet langer is het een behoudende ondernemingsvorm, maar nu valt dit soort bedrijven juist op door snelle innovaties en een eigenzinnige koers. Economisch zijn zij een factor van belang. Familiebedrijven zorgen voor meer dan 40 procent van de werkgelegenheid in ons land. Van de ondernemingen met vijftig of meer werknemers is pakweg driekwart een familiebedrijf.

Het boek beschrijft 13 casussen van succesvolle Nederlandse familiebedrijven, van de meer dan 300 jaar oude drankproducent De Kuyper tot aan scheepsbouwer Damen Shipyards dat werd opgericht in 1927. Wat meteen opvalt is dat deze bedrijven allemaal zo verschillend zijn opgezet. Een familiebedrijf is maatwerk, aangepast aan de gewoontes en de waarden die binnen een familie gelden. Zo laat het grootste installatiebedrijf van Nederland Breman zich leiden door christelijke waarden. Aandeelhouders en werknemers delen de zeggenschap binnen het bedrijf. De familie Swinkels van bierbrouwer Bavaria runt de onderneming daarentegen het liefst zo veel mogelijk zelf. In de directie zit slechts één niet-familielid naast vijf Swinkels.

Spannende momenten binnen de onderneming doen zich voor als nieuwe generaties het roer overnemen of wanneer een door de generaties heen verwaterd eigendom van de onderneming opnieuw geconcentreerd wordt. Ook als een buitenstaander toetreedt tot het dagelijks bestuur van de onderneming (bijvoorbeeld bij gebrek aan geschikte familiale opvolging) is het bedrijf even extra kwetsbaar. Meer dan in elke andere ondernemingsvorm zijn hier goed overleg en duidelijke afspraken van belang.

Het boek ‘Uitblinken als familibedrijf’ biedt naast voorbeelden uit de praktijk ook een handleiding voor het opbouwen van een goede structuur van het familiebedrijf. En dat is volgens de auteurs cruciaal voor succes. Het is onmogelijk privé en zakelijk gescheiden te houden, maar als de organisatie goed is, kan het bedrijf daar juist van profiteren. Een raad van commissarissen bestaande uit geen of een minderheid aan familieleden kan goede diensten bewijzen als onafhankelijk adviseur, met name als het bedrijf wat groter is of wanneer het op het punt staat uit te breiden.

Dat familiebedrijven uiterst bestendig kunnen zijn blijkt wel uit de beschrijving van de drankenproducent De Kuyper uit Schiedam en het handelshuis voor voedingsingrediënten en papier Van Eeghen. Al honderden jaren zijn deze bedrijven in handen van dezelfde families. Bij De Kuyper, opgericht in 1695, staat de tiende generatie op het punt de leiding over te geven aan hun neven en nichten. Van Eeghen, opgericht in 1662 en bestuurd door de broers Henri en Willem, is zelfs al aan de veertiende generatie toe.